Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.306 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.306 Généré par l'IA

Court reinstates case after finding applicant's late submission excusable due to postal strike delays.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.306
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State reopened the proceedings after initially dismissing the applicant's interest due to a missed deadline for a counter-memoir. The applicant argued that a national postal strike caused a one-day delay in processing their timely mailed submission. The court accepted the postal operator's confirmation of the strike's impact and ruled that no fault could be imputed to the applicant.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 7 and 21, second paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; the court may not establish a lack of interest if the applicant's delay is excusable due to force majeure such as a postal strike.

Mots-clés

Généré par l'IA
lack of interest postal strike force majeure missed deadline excusable delay reopening of debate administrative procedure révision du plan d'affectation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 7 of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
Article 21, second paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
Article 14bis, paragraph 1, of the Regent's Decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 236.306 van 28 oktober 2016

in de zaak A. 218.022/X-16.473.

In zake: de NV RECOVER ENERGY

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

1. de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56

bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST

Tussenkomende partijen :

1. de GEMEENTE KAMPENHOUT

2. de GEMEENTE HAACHT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 5 januari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 september 2015 houdende definitieve vaststelling van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan ‘Bijzonder Economisch Knooppunt

X-16.473- 1/4

Kampenhout-Sas’, gepubliceerd bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van 6 november 2015”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De gemeente Kampenhout en de gemeente Haacht hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 11 april 2016. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.

De eerste verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 22 april 2016.

De verzoekende partij heeft op 22 juni 2016 een memorie van wederantwoord ingediend.

Op respectievelijk 5, 6 en 7 juli 2016 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de tweede verwerende partij en de tussenkomende partijen, de verzoekende partij, en de eerste verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september 2016.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

X-16.473- 2/4

Advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jonas De Wit, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Belang

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als verzoekster de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord van de provincie Vlaams-Brabant heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

Verzoekster heeft een memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Evenwel is, blijkens de poststempel, de verzending niet binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent gebeurd, maar één dag te laat, op 22 juni 2016.

4. Verzoekster voert ter rechtvaardiging aan dat zij de memorie van wederantwoord tijdig, op 20 juni 2016, ter aangetekende verzending aan de postdiensten heeft afgegeven, maar dat de zending pas op 22 juni 2016 door bpost is verwerkt. Reden daarvan was “dat de nationale staking van 13 juni 2016 een

X-16.473- 3/4

algemene vertraging heeft opgeleverd die ook in de daaropvolgende week nog gevolgen heeft gehad voor de stipte verwerking van de post”.

5. Dit wordt bevestigd door bpost, die uitdrukkelijk verklaart dat de aangetekende zending op 20 juni 2016 is verstuurd, maar “wegens vertraging pas behandeld op 22/6”. Uitgelegd wordt: “Op 13 juni is er een staking geweest bij bpost en dit heeft de week erna nog steeds effect gehad in ons netwerk”.

6. In de gegeven omstandigheden kan er verzoekster in verband met het toesturen van de betrokken memorie van wederantwoord geen tekortkoming worden toegerekend, van aard te wettigen dat in haren hoofde overeenkomstig artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang wordt vastgesteld.

BESLISSING

1. De Raad van State heropent het debat.

2. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig oktober 2016, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter , bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.473- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.306