Flemish government appeal dismissed as client failed to pay required court filing fee for suspension request.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Flemish government's appeal to suspend the enforcement of a contract award decision was dismissed because the applicant failed to pay the mandatory court fee. Although the procedural rules require a structured payment confirmation to validate a suspension request, the applicant's account remained uncredited despite prior warnings. Consequently, the court deemed the procedural motion as not performed and rejected the claim entirely.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 70, § 1, first paragraph, 2° of the General Rules of Procedure; Article 71, fourth paragraph of the General Rules of Procedure: A request for suspension of enforcement is considered not performed if the required court fee is not paid and the structured payment confirmation is not submitted.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 236.301 van 27 oktober 2016
in de zaak A. 219.690/XII-8186
In zake: de NV ACB-WJ PRODUCT SERVICES
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Robin Vanhoyland kantoor houdend te 3500 Hasselt Kuringersteenweg 209
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys kantoor houdend te 9000 Gent Coupure Rechts 162
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 12 juli 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de gunningsbeslissing, genomen door de gemachtigde directeur [W. D.] i.o. [K. S.] op de motieven uit het onderzoek en de beoordeling van het besluit van de verantwoordelijke ambtenaar Dhr. [B. B.]
waarbij de offerte van ACB-WJ als onregelmatig wordt beschouwd en waarbij de opdracht gegund wordt aan Trafiroad NV”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
XII-8186- 1/3
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2016.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Chernoshtan Artem, die loco advocaten Karel Van Hoorebeke en Rebecca Denys verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Regelmatigheid van de rechtspleging
3. Overeenkomstig artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedure-
reglement) geven de vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging aanleiding tot de betaling van een recht van 200 euro.
Dit recht moet worden gekweten door middel van een overschrijving of storting op de in artikel 71, eerste lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde rekening. Daartoe wordt door de griffie aan de schuldenaar van het recht een overschrijvingsformulier toegestuurd dat een gestructureerde mededeling bevat.
XII-8186- 2/3
Wordt de rekening niet gecrediteerd door middel van een overschrijving of een storting die de op dit formulier vermelde gestructureerde mededeling bevat, dan wordt de proceshandeling waarop de kwijting betrekking heeft naar eis van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement “als niet verricht beschouwd”.
4. De voormelde rekening is niet gecrediteerd geworden, ook niet nadat verzoekende partij in het auditoraatsverslag kon lezen dat er reden is om de vordering tot schorsing als niet verricht te beschouwen indien mocht blijken dat zij bij het sluiten van het debat het rolrecht nog altijd niet betaald heeft.
De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt bijgevolg als niet verricht beschouwd.
BESLISSING
De Raad van State beschouwt de vordering tot schorsing als niet verricht.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 oktober 2016, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8186- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.301