Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.149 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.149 Généré par l'IA

Court dismisses request to suspend transfer decision as urgency and serious grounds were not proven.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.149
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the execution of her transfer decision. The court found that the applicant failed to demonstrate the case was urgent or that the transfer was prima facie invalid. Consequently, the court ruled that the applicant could reasonably expect the annulment procedure to resolve her moral distress without immediate suspension.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17, § 1 of the Rules of the Council of State; Suspension of execution requires both urgency and serious grounds, which were absent as the applicant could not prove the transfer was invalid or that annulment would not suffice to remedy her distress.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of execution urgency requirement serious grounds transfer of teachers annulment procedure déplacement disciplinaire révocation disciplinaire détournement de retenues sur les salaires

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17, § 1 of the Rules of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 236.149 van 18 oktober 2016

in de zaak A. 219.837/IX-8892

In zake: Ilse BROECKX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Noël Devos en Guido Van den Eynde kantoor houdend te 2440 Geel Diestseweg 155

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 8 – Brussel bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 25 juli 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de algemeen directeur van scho-

lengroep 8 van het Gemeenschapsonderwijs van 9 juni 2016, waarbij Ilse Broeckx wordt overgeplaatst in het belang van de dienst.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een verslag opgesteld.

IX-8892-1/7

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2016.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Advocaat Ineke Michielsen, die loco advocaat Noël Devos verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verzoekster is sinds 1 september 2003 vastbenoemd lerares secundair onderwijs, geaffecteerd aan de middenschool Victor Horta te Evere, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep 8 van het Gemeenschapsonder-

wijs.

Op 12 april 2016 wordt verzoekster gehoord over de voorge-

nomen overplaatsing.

Met de thans bestreden beslissing wordt verzoekster door de algemeen directeur van de scholengroep overgeplaatst in het belang van de dienst naar het KTA Zavelenberg, met ingang van 1 september 2016.

IX-8892-2/7

IV. Schorsingsvoorwaarden

4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

V. Spoedeisendheid

Uiteenzetting

5. In het inleidend verzoekschrift geeft verzoekster over de spoedeisendheid de volgende toelichting:

“De bestreden beslissing weegt zwaar op verzoekster. Zij was steeds met zeer veel plezier en voldoening tewerk gesteld in KA Emmanuel Hiel (vestigingsplaats Victor Horta). Zij dient hier thans de gekende omgeving en alle bekende gezichten achter zich te laten hoewel zij zich hieraan geenszins had verwacht.

Uit de motivering van de overplaatsing zoals vervat in de bestreden be-

slissing alsmede de mondelinge gegevens die hierover door de school dwalen blijkt de opgelegde ordemaatregel daarenboven een verdoken tuchtsanctie. Voor de collega‟s van verzoekster lijkt het alleszins alsof verzoekster dient te vertrekken omdat ze iets verkeerd zou hebben gedaan, quod non.

Dit gegeven wordt nog versterkt door de preventieve schorsing die ver-

zoekster werd opgelegd en waarbij de procedurevoorschriften geenszins werden nageleefd.

Dat verzoekster thans onterecht wordt gestraft via een oneigenlijke pro-

cedure maakt het morele leed uiteraard nog groter.

Gezien deze morele implicaties is de vordering dan ook te spoedeisend om een finale uitspraak via het beroep tot nietigverklaring te kunnen afwach-

ten. Deze duurtijd zou immers met zich brengen dat de negatieve gevolgen van de verdoken tuchtsanctie op verzoekster blijven rusten. De sanctie van de verplaatsing zou gegrift zijn in het geheugen van collega‟s, kennissen, vrienden en familieleden.

Het moreel nadeel en de onherroepelijke morele schadelijke gevolgen van deze tuchtsanctie verantwoorden de spoedeisendheid.

IX-8892-3/7

Daarenboven hebben de overige leerkrachten uiteraard geen kennis van het verweer van verzoekster en de terechte betwistingen van wat haar onterecht wordt verweten. Om deze reden wordt de samenwerking best zo spoedig mogelijk hervat aangezien net een langdurige verwijdering van verzoekster uit Victor Horta op basis van beweringen in strijd met de realiteit met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de situatie van tewerkstelling voor verzoekster niet zal bevorderen.

In het geval van verzoekster zijn er aldus wel degelijk bijzondere omstan-

digheden die ertoe nopen te oordelen dat zij de definitieve overplaatsing onmogelijk kan ondergaan in afwachting van de uitspraak ten gronde. In casu verwijst verzoekster naar volgende concrete bijzondere gegevens die in dit geval de spoedeisendheid verantwoorden:

- Ten eerste zijn er de specifieke voorgaanden waarbij als het ware een heksenjacht werd georganiseerd lastens de vader van verzoek-

ster en ook lastens haarzelf. Gezien de omvang van deze feitelijke gebeurtenissen en de impact ervan op het schoolgebeuren vormt huidige beweerde ordemaatregel – die in werkelijkheid een tucht-

maatregel uitmaakt – een regelrechte blamage aan het adres van verzoekster.

- Hoewel de samenwerking goed verliep zou het afwachten van de procedure ten gronde met onderwijl de verwijdering van verzoek-

ster hierin mogelijk verandering kunnen brengen, des te meer ge-

zien het verhaal dat lastens verzoekster wordt gebracht en dat steunt op onwaarheden.

- Daarenboven werd verzoekster tevens geconfronteerd met een beweerd hoogdringende schorsing waarbij zij zeer laattijdig werd gehoord en de procedurevoorschriften aldus niet werden gevolgd.

Ook dit gegeven leidt er uiteraard toe dat verhalen een eigen leven gaan leiden en verzoekster – bij gebreke aan spoedige rechtzetting –

opnieuw een al te groot moreel leed toekomt.

- Verzoekster wordt thans nog in het ongewisse gelaten betreffende welke functie zij na de herplaatsing zou uitoefenen, dit betreft een onzekerheid en heeft mogelijk ook naar verloning toe implicaties.

- Tot slot betreft het in casu geen maatregel die werd beperkt in de tijd.”

Beoordeling

6. De thans bestreden overplaatsing in het belang van de dienst is een ordemaatregel.

7. Een ordemaatregel, waarvan niet wordt aangevoerd noch blijkt dat ze gepaard gaat met een financieel nadeel, is uitsluitend bedoeld om de goede werking van de dienst te verzekeren en niet om het betrokken personeelslid te

IX-8892-4/7

sanctioneren voor schuldig gedrag. Aangenomen wordt dat een ordemaatregel op zich geen aantasting inhoudt van de reputatie en de goede naam en in beginsel geen nadeel kan veroorzaken dat niet naar behoren hersteld kan worden door de morele genoegdoening van een vernietigingsarrest dat, met terugwerkende kracht, de overplaatsing ongedaan maakt.

8. Voor zover het uitzonderlijk anders zou kunnen zijn wanneer gegevens eigen aan de zaak van het tegendeel zouden doen blijken, overtuigt verzoekster niet waarom dit hier het geval zou zijn.

9. Door aan te voeren dat de maatregel een verkapte tuchtsanctie is, verwijst verzoekster naar de wettigheidskritiek die zij heeft ten aanzien van de bestreden beslissing. Zij verliest uit het oog dat de voorwaarde van de spoedei-

sendheid en de voorwaarde van een ernstig middel, twee afzonderlijke schor-

singsvoorwaarden zijn die vervuld moeten zijn en die in beginsel los van elkaar onderzocht moeten worden. De onwettigheden die tegen het bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich dan ook geen reden zijn om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden. Hoe dan ook ziet de Raad niet, zélfs indien de overplaatsing van verzoekster geen loutere ordemaatregel zou zijn maar een ver-

doken tuchtkarakter zou vertonen, waarom verzoekster voor het herstel van dit morele leed niet de afloop van de procedure ten gronde kan afwachten. Heel wat administratieve beslissingen kunnen immers de eer van de betrokkenen aantasten.

Ook het aldus ondergane morele nadeel kan in beginsel worden hersteld door de morele voldoening die een annulatiearrest zal verschaffen. Verzoekster toont niet aan dat zulks in haar geval niet zou volstaan.

10. Het volstaat niet te stellen dat de doorlooptijd van een annula-

tieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan verzoekster om aan te tonen dat zij het resul-

IX-8892-5/7

taat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen.

Verzoekster slaagt er niet in hard te maken dat het voor haar onmogelijk of bijzonder moeilijk zou worden om haar functie alsnog terug op te nemen na een vernietigingsarrest.

De imagoschade die verzoekster beweert te lijden en de bewe-

ring dat “verhalen een eigen leven gaan leiden” vormen alleszins geen uitzonder-

lijke reden, minstens zijn ze dat niet op de wijze waarop verzoekster deze louter poneert in haar verzoekschrift en nalaat om ze concreet uit te werken en aanne-

melijk te maken.

De zwaarwichtigheid van de morele impact is des te minder overtuigend, nu verzoekster tijdens de hoorzitting zelf heeft verklaard “dat zij het op dit ogenblik „wel wat gehad heeft‟ in de Victor Hortaschool” en dat zij “de intentie [heeft] om tegen september uit te kijken naar iets anders”. Het zou te ver gaan om uit deze verklaringen te begrijpen, zoals de verwerende partij betoogt in haar nota, dat verzoekster het resultaat van de ordemaatregel heeft gewenst, maar deze verklaringen verzwakken alleszins wel de ernst van het moeten ondergaan van de overplaatsing als moreel nadeel.

De implicaties op de verloning van verzoekster zijn hypothe-

tisch, minstens thans nog onbestaande.

Dat bij het opleggen van de preventieve schorsing mogelijk procedurefouten zijn begaan is vreemd aan de impact van de thans voorliggende beslissing.

11. Verzoekster overtuigt niet van de urgentie van de zaak. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.

IX-8892-6/7

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 oktober 2016, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-8892-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.149