ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.877 · Conseil d'État
Synthèse Legislator
Généré par l'IADe vordering, ingesteld op 2 september 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 augustus 2016 van het Autonoom Gemeentebedrijf Rumst waarbij de opdracht “[h]et opmaken van een ontwerp, het uitvoeringsdossier, de aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de oprichting van een gemeenschapscentrum in Terhagen” wordt gegund aan de nv Projectbureau Signa.
Regeste Legislator
Généré par l'IAECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.877 · Conseil d'État: De exceptie van gebrek aan belang bij het middel wordt verworpen. De verzoekende partij klaagt niet zozeer de onduidelijkheid van het bestek aan als wel de toepassing ervan zoals die blijkt uit het verslag van nazicht.
Texte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 235.877 van 27 september 2016
in de zaak A. 220.159/XII-8223
In zake: de NV EVOLTA ENGINEERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6
bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf
tegen:
het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF RUMST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 2 september 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 18 augustus 2016 van het Autonoom Gemeentebedrijf Rumst waarbij de opdracht “[h]et opmaken van een ontwerp, het uitvoeringsdossier, de aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de oprichting van een gemeenschapscentrum in Terhagen” wordt gegund aan de nv Projectbureau Signa.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
XII-8223-1/15
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 september 2016, om 11.00 uur.
Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Carlos De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaten Peter Flamey en Evi Mees, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De verwerende partij schrijft een opdracht van diensten uit met als voorwerp “[h]et opmaken van een ontwerp, het uitvoeringsdossier, de aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de oprichting van een gemeenschapscentrum te Terhagen”.
De opdracht, met een geraamde waarde van 315.000 euro, btw niet inbegrepen, wordt op 25 april 2016 bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 29 april 2016 in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De gunningswijze is de beperkte offerteaanvraag.
3.2. Artikel I.1 van het bestek nr. 2016/002 omschrijft de opdracht als volgt :
“Voorwerp van deze diensten :
XII-8223-2/15
Het opmaken van een ontwerp, het uitvoeringsdossier, de aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de oprichting van een gemeenschapscentrum in Terhagen.
[…]
De opdracht omvat volgende onderdelen :
1. Terreinverkenning en eerste schetsen 2. Bespreking met opdrachtgevend bestuur 3. Voorlopige plannen 4. Bespreking met opdrachtgevend bestuur 5. Definitieve plannen 6. Bespreking met opdrachtgevend bestuur 7. Dossier voor stedenbouwkundige vergunning 8. Aanbestedingsdossier 9. Toezicht op de werken 10. Bijzondere studies m.b.t. het project 11. EPB en veiligheidscoördinatie 12. Oplevering en as-built plannen.
De opdracht bestaat in het opmaken van een aanbestedingsdossier volgens de instructies van het opdrachtgevend bestuur.
[..]
Omschrijving van het bouwprogramma De opdracht betreft het bouwen van een gemeenschapscentrum en de integratie van het bestaande museum of de collectie van museum Rupelklei in dit centrum.
De doelstellingen van het opdrachtgevend bestuur worden meer in detail weergegeven in bijlage 1, welke integraal deel uitmaakt van deze opdracht.”
Deze bijlage 1 luidt als volgt:
“A. Functies Deel 1 : zalen voor collectie van Museum Rupelklei Deel 2 : moduleerbare polyvalente zaal Deel 3 : ondersteunende functies (voor deel 1 en 2)
- Centrale hall/foyer - Vestiaire, verbruiksruimte, keuken - Kleedkamer(s) en sanitair - Bergruimte voor eigen gebruik en voor (regelmatige) huurders, technische ruimte B. Andere voorzieningen die later op de site moeten gerealiseerd worden (niet inbegrepen in deze opdracht)
- Buitenterrein - Parkeerruimte
Te voorziene functies met richtinggevende oppervlakten/capaciteit
XII-8223-3/15
Deel 1 : Museum Het te realiseren museum voorziet in de integratie van de bestaande collectie van het huidige museum en het voorzien van voldoende ruimte voor uitbreiding van het museum.
Een aantal functies dienen voorzien te worden in het museum waaronder bv. :
- functie ‘handsteen’ - functie ‘fossielen’ - functie ‘Romeinen’ - functie geschiedkundige technische evolutie - functie ‘klei’ - functie ‘archief’ Het museum dient over een eigen bergruimte te beschikken van ongeveer 80 m².
Als richtoppervlakte dient maximum 1.500 m² in acht genomen te worden.
Deel 2 : moduleerbare polyvalente zaal
• speelvlak • zaal kan gecompartimenteerd worden in min. 3 ruimtes • mogelijkheid tot het realiseren van een tribune van + 200 à 250
zitplaatsen; capaciteit volledige zaal : maximum 1000 personen (rechtstaand)
• drankentoog • bergruimtes (o.a. voor tafels en stoelen en technische uitrusting)
• plaats voor bediening technieken (met uitstekend zicht op podium)
• voorziening voor laden en lossen van materiaal • prima zaalakoestiek, goede zichtlijnen voor het publiek en volledige verduisterbaarheid • technische uitrusting voor geluid en licht Als richtoppervlakte dient maximum 1.500 m2 in acht genomen te worden.”
In het besteksartikel I.5. “Toegangsrecht en kwalitatieve selectie” wordt bepaald inzake de “Technische bekwaamheid van de inschrijver (kwalitatieve selectie)”:
“* Een lijst van de voornaamste diensten die gedurende de afgelopen vijf jaar werden verricht op het gebied van overheidsopdrachten voor de realisatie van drie projecten groter of gelijk aan 1.000.000 euro (incl. btw).
De lijst dient het bedrag, de datum en de naam van het publiek- of (semi)
privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren te vermelden. De diensten worden aangetoond door attesten die de bevoegde autoriteit afgeeft of medeondertekent.”
XII-8223-4/15
In het artikel I.11 worden de gunningscriteria omschreven:
“Volgende criteria zijn van toepassing bij de gunning van de opdracht:
Nr. Beschrijving Gewicht 1 billijkheid van het gevraagde ereloon 40
Het ereloon van de opdracht wordt bepaald procentueel ten opzichte van de bouwkost. De inschrijver geeft duidelijk weer welk percentage ereloon hij wenst te ontvangen als vergoeding voor de totale opdracht.
2 de visie m.b.t. de opdracht waarbij rekening wordt 20
gehouden met de functionaliteit, de architecturale creativiteit, de duurzaamheid van het project en de harmonie met de omgeving De inschrijver beschrijft in een nota de architecturale aanpak met aandacht voor de harmonie met de omgeving en zijn visie op het project met betrekking tot de functionaliteit van het gebouw en de aspecten van duurzaamheid.
3 de voorgestelde realisatiemethodiek van het project incl. 20
de coördinatie met de partners In een plan van aanpak zal de inschrijver toelichten hoe hij deze visie in de praktijk zal omzetten binnen de gestelde eisen.
Dit plan van aanpak bevat eveneens een toelichting over de coördinatie van het project met de partners (stabiliteitsingenieur, verantwoordelijke technische installaties, verantwoordelijke EPB, veiligheidscoördinator, bouwheer, nutsbedrijven,…).
Daarnaast zal de inschrijver zijn projectteam voorstellen voor dit project. Hierin geeft hij duidelijk weer wie welke taak binnen het team zou vervullen en de reden waarom deze persoon geselecteerd is voor het projectteam.
4 Verifieerbare referenties i.v.m. de oprichting van 20
gebouwen in de openbare sector Voor de beoordeling van dit criterium wordt rekening gehouden met de projecten die vallen onder de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan 2.500.000 euro (incl. btw) in de periode 2011-2016.
Totaal gewicht gunningscriteria : 100
Aan elk criterium werd een gewicht toegekend. Op basis van de afweging van al deze criteria rekening houdende met het gewicht dat er aan werd toegekend, zal de opdracht gegund worden aan de inschrijver die de economisch voordeligste regelmatige offerte, vanuit het oogpunt van de aanbestedende overheid, heeft ingediend.”
XII-8223-5/15
3.3. De aanvragen tot deelneming worden geopend op 27 mei 2016.
Uit het proces-verbaal van de opening van de dertien kandidaturen blijkt dat onder meer de verzoekende partij en de nv Projectbureau Signa een kandidatuur indienen. Alle kandidaten behalve één worden geselecteerd en uitgenodigd uiterlijk op 14 juli 2016 een offerte in te dienen. In die uitnodiging wordt vermeld dat een plaatsbezoek wordt georganiseerd op 22 juni 2016.
3.4. De offertes worden geopend op 14 juli 2016. Naast de verzoekende partij en de nv Projectbureau Signa dienen nog zes andere geselecteerde kandidaten een offerte in.
3.5. In het verslag van nazicht van de offertes van 8 augustus 2016
worden alle offertes regelmatig bevonden. De offertes worden vervolgens vergeleken en wat het vierde gunningscriterium betreft wordt het volgende opgemerkt:
Gunningscriterium nr. 4 : Verifieerbare referenties i.v.m. de oprichting van gebouwen in de openbare sector Beoordeling op 20 punten Voor de beoordeling van dit criterium wordt rekening gehouden met de projecten die vallen onder de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan 2.500.000 euro (incl. btw) in de periode 2011-2016
De inschrijver wordt beoordeeld op zijn ervaring met alle overheidsopdrachten die beantwoorden aan de bovenvermelde criteria (max. 10pt).
Ervaring met één of meerdere gelijkaardige projecten wordt extra gehonoreerd. Bij het specifiek honoreren van deze projecten wordt o.m. rekening gehouden met concrete elementen uit de beschrijving (max. 10 pt).
6 Antwerps […] 19
Architecten Atelier bvba 1 Tijdelijke vereniging […] 12
DMVA+
3 Wit Architecten […] 12
bv-bvba 5 Import.export […] 11
architecture bvba 4 Styfhals & partners […] 10
XII-8223-6/15
De inschrijver geeft vijfentwintig referenties op van projecten die vallen binnen de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten met een waarde van meer dan 2.500.000 euro in de periode 2011-2016.
7 Evolta 10
Het gaat hierbij vooral om schoolgebouwen, kantoorgebouwen, sportinfrastructuur en gebouwen binnen de zorgsector.
Conclusie : de inschrijver geeft blijk van een zeer uitgebreide ervaring met opdrachten binnen de wet op de overheidsopdrachten met een aanzienlijk budget. De inschrijver heeft geen referenties met gelijkaardige projecten.
8 LLOX Architecten […] 10
De inschrijver geeft twee referenties op van projecten die vallen binnen de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten met een waarde van meer dan 2.500.000 euro in de periode 2011-2016.
2 Projectbureau Signa Conclusie : de inschrijver geeft blijk van ervaring 9
nv met opdrachten binnen de wet op de overheidsopdrachten. Het project ‘Het Bolwerk in Vilvoorde’ - dat zeer uitvoerig, planmatig en gedetailleerd wordt toegelicht - kan weerhouden worden voor het beoordelen van de ervaring met gelijkaardige projecten.
De volgende rangschikking wordt opgesteld:
“Finale rangschikking regelmatige offertes (gerangschikt volgens totale score)
Nr. Naam Score % Ereloon 2 Projectbureau Signa nv 77,64 7%
7 Evolta 76,89 6,6%
5 import.export architecture bvba 72,86 8,16%
6 Antwerps Architecten Atelier bvba 72,5 6,5%
8 LLOX Architecten 68,36 7,25%
3 Wit architecten bv-bvba 59,61 9,25%
1 Tijdelijke vereniging DMVA+ 57,3 10,7%
4 Styfhals & partners 55,45 8,98%
”
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de nv Projectbureau Signa.
XII-8223-7/15
3.6. Op 18 augustus 2016 beslist de verwerende partij het verslag van nazicht goed te keuren en de voorliggende opdracht te gunnen aan de nv Projectbureau Signa. Dit is de bestreden beslissing.
IV. Schorsingsvoorwaarden
4.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
4.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten’ van toepassing.
Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid.
Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan verantwoorden.
XII-8223-8/15
V. Onderzoek van het enige middel
Standpunt van de partijen
5. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 25 van de wet van 15 juni 2006 ‘overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten’ en van het gelijkheidsbeginsel, het mededingingsbeginsel, het transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het patere legem quam ipse fecisti-beginsel.
Zij meent dat die schending voorhanden is:
“Doordat Verwerende Partij, zoals blijkt uit de Bestreden Beslissing, de gunningsprocedure met het oog op het nemen van de Bestreden Beslissing heeft georganiseerd onder de vorm van een beperkte offerteaanvraag overeenkomstig artikel 25 van de Wet van 15 juni 2006;
Overwegende dat Verwerende Partij bij het beoordelen van de ingediende offertes, meer bepaald wat betreft het vierde gunningscriterium ‘verifieerbare referenties i.v.m. de oprichting van gebouwen in de openbare sector’, aan het betreffende gunningscriterium een invulling heeft verleend die niet overeenstemt met de invulling die in het Bestek was opgenomen en een beoordelingsmethode heeft toegepast die strijdig is met de bepalingen van het Bestek;
Doordat, eerste middelenonderdeel, bij de beoordeling van het betreffende gunningscriterium, enerzijds, subcriteria werden gehanteerd met een wegingscoëfficiënt die niet waren meegedeeld en, anderzijds, wat betreft het tweede (nieuwe) subcriterium, een beoordelingselement werd meegenomen dat niet aan de inschrijvers was bekendgemaakt in het Bestek, zodat de inschrijvers dan ook met dit beoordelingselement geen rekening konden houden bij het voorbereiden van hun offerte;
Terwijl op basis van vaste rechtspraak van uw Raad alsmede van het Europees Hof van justitie, een aanbestedende overheid uit hoofde van het gelijkheidsbeginsel het mededingingsbeginsel en het transparantiebeginsel, gehouden is om bij het organiseren van een gunningsprocedure, enerzijds, alle gunningscriteria en de daarbijhorende weging bekend te maken bij de aanvang van de gunningsprocedure en, anderzijds, op een consistente wijze deze gunningscriteria op basis van een identieke invulling, aan te houden bij het doorlopen van de gunningsprocedure en het uiteindelijk nemen van de gunningsbeslissing, in casu de Bestreden Beslissing;
Zodat de Bestreden Beslissing dan ook voormeld artikel 25 van de Wet van 15 juni 2016 schendt, evenals het gelijkheidsbeginsel, het transparantiebeginsel en het mededingingsbeginsel;
XII-8223-9/15
Doordat, tweede middelenonderdeel, in het Bestek een beoordelingsmethode werd opgenomen die zou worden gehanteerd bij het toetsen van het betreffende gunningscriterium;
Doordat, uit het Verslag van nazicht van de offertes blijkt dat Verwerende Partij bij het beoordelen van de offertes deze beoordelingsmethodiek niet heeft gevolgd, doch integendeel een andere niet aan de inschrijvers bekende beoordelingsmethodiek heeft toegepast;
Zodat de Bestreden Beslissing dan ook een schending inhoudt van artikel 25 van de Wet van 15 juni 2006, juncto het rechtsbeginsel patere legem quam ipse fecisti en het zorgvuldigheidsbeginsel in de mate dat Verwerende Partij bij het doorlopen van de gunningsprocedure de bepalingen van haar eigen Bestek kennelijk niet heeft nageleefd;
Zodat de beide door Verzoekende Partij in het eerste en enige middel aangevoerde middelenonderdelen ernstig zijn en de uitvoering van de Bestreden Beslissing dan ook dient te worden geschorst.”
In haar toelichting wijst de verzoekende partij, inzake het eerste onderdeel, onder meer op het Dimarso arrest van 14 juli 2016, zaak C-6/15 van het Hof van Justitie, en betoogt zij in essentie dat het vierde gunningscriterium in het bestek wordt omschreven als “verifieerbare referenties i.v.m. de oprichting van gebouwen in de openbare sector” waarbij nog wordt gesteld dat rekening zal worden gehouden met “projecten die vallen onder de toepassing van de wet overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan EUR 2.500.000,00
(incl. BTW) in de periode 2011-2016” terwijl uit het verslag van nazicht blijkt dat aan dit gunningscriterium een andere invulling wordt gegeven en dit op grond van twee nieuwe elementen die niet in het bestek waren opgenomen. In de eerste plaats wordt dit gunningscriterium dus opgesplitst in twee afzonderlijke subgunnings-
criteria, namelijk, enerzijds, referenties voor projecten die vallen onder de toepassing van de wet overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan EUR 2.500.000,00 (incl. BTW) in de periode 2011-2016 en, anderzijds, ervaring met één of meer gelijkaardige projecten, elk subcriterium met een eigen gewicht, namelijk 10 punten. Voorts is het tweede subgunningscriterium “ervaring met één of meerdere gelijkaardige projecten” een nieuw gunningscriterium dat niet in het bestek was opgenomen. Het subcriterium dat bij de beoordeling van de offertes door de verwerende partij wordt gehanteerd, was niet aangekondigd in het bestek en het gaat bijgevolg om elementen die bij de voorbereiding van de offertes niet bekend waren, zodat de verzoekende partij a fortiori bij het voorbereiden en opstellen van haar offerte met deze elementen geen rekening kon houden,
XII-8223-10/15
niettegenstaande zij duidelijk een doorslaggevend gewicht hebben bij de gunning van de opdracht.
Inzake het tweede middelonderdeel benadrukt de verzoekende partij dat in het bestek wordt bepaald dat voor de beoordeling van dit vierde gunningscriterium, rekening wordt gehouden met “projecten die vallen onder de toepassing van de wet overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan EUR 2.500.000,00 (incl. BTW) in de periode 2011-2016” wat volgens haar een beoordelingsmethode betreft, terwijl blijkens het verslag van nazicht bij de beoordeling van de offertes een beoordelingsmethode is toegepast die in strijd is met deze aangekondigde beoordelingsmethode. In het verslag van nazicht wordt de inschrijver immers beoordeeld op zijn “ervaring met alle overheidsopdrachten die beantwoorden aan de bovenvermelde criteria (max. 10pt)”, lees met “projecten die vallen onder de toepassing van de wet overheidsopdrachten met een waarde per project van meer dan 2.500.000,00 euro (incl. btw) in de periode 2011-2016”, en wordt “[e]rvaring met één of meer gelijkaardige projecten […] extra gehonoreerd”.
“Bij het specifiek honoreren van deze projecten wordt er o.m. rekening gehouden met concrete elementen uit de beschrijving (max. 10 pt).”
Ten slotte licht de verzoekende partij nog haar belang toe bij de twee middelonderdelen. Aangezien in de totaalscore het puntenverschil tussen de offerte van de gekozen inschrijver met een score van 77,64 punten en deze van de verzoekende partij met een score van 76,89 punten, slechts 0,75 punten bedraagt, heeft het ernstig bevinden van het middel ongetwijfeld tot gevolg dat de eindrangschikking kan wijzigen. Uit het verslag van nazicht blijkt immers dat de verzoekende partij vijfentwintig referenties heeft bijgebracht ter staving van haar ervaring bij projecten die vallen onder de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten en nochtans slechts 10 op 20 behaalt, terwijl de gekozen inschrijver slechts twee referenties heeft voorgelegd en nog 9 op 20 scoort.
6. De verwerende partij merkt in de eerste plaats op dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het middel. Zij meent dat de verzoekende partij in haar middel aanvoert dat de besteksbepaling inzake het vierde gunningscriterium onduidelijk is terwijl ze wel voldoende begrijpelijk is, zeker voor een redelijk geïnformeerde en zorgvuldige inschrijver, en dat zij in elk geval XII-8223-11/15
heeft nagelaten enige verduidelijking over de draagwijdte van dit criterium te vragen, ook niet bij het georganiseerd plaatsbezoek.
Wat het eerste middelonderdeel betreft, wijst de verwerende partij erop dat er hier geen sprake is van subcriteria, noch van enig beoordelingselement dat niet op voorhand bekend is gemaakt, maar dat er enkel sprake is van een “interne structureringstechniek” kaderend binnen de beoordelingsvrijheid van een aanbestedende overheid. Deze structurerings-
elementen zijn enkel dienstig voor de analyse van de componenten van de offerte.
Hierbij wordt de draagwijdte van het gunningscriterium niet aangetast en werden de inschrijvers niet geconfronteerd met iets onvoorzienbaars. Er werden overigens, zo vervolgt de verwerende partij, geen twee aparte scores op 10 punten toegekend, slechts een algemene score op 20 punten. Voorts merkt zij op dat het gunningscriterium steeds een kwalitatief element en een kwantitatief element heeft bevat; wat dit kwalitatief element betreft, moest elk zorgzaam en vooruitziend inschrijver hebben geweten dat er zou worden gepeild naar projecten die aansluiten bij het voorwerp van de opdracht; “de afweging van de referenties volgt uit de aard van de dingen, hetgeen iedere zorgvuldige inschrijver kan voorzien”. In die optiek, stelt de verwerende partij, is het niet meer dan normaal dat een aanbestedende overheid een interne differentiatie zou toepassen op de intrinsieke waarde van de verschillende referenties. Door rekening te houden met het kwalitatief element van dit gunningscriterium heeft de verwerende partij dus het gunningscriterium niet “gedenatureerd”.
Wat het tweede middelonderdeel betreft, stelt de verwerende partij in essentie dat het niet gaat om een beoordelingsmethode maar om een interne structureringstechniek, zoals zij reeds bij het eerste middelonderdeel opmerkte. Bovendien bestaat er in de huidige stand van de regelgeving en de recht-
spraak geen verplichting om op voorhand enige interne beoordelingsmethodologie te bepalen en bekend te maken. Ten slotte wijst de verwerende partij erop dat er hier geen sprake is van een wijziging van beoordelingsmethode in het gunningsverslag ten aanzien van wat in het bestek staat.
XII-8223-12/15
Beoordeling
7.1. De exceptie van gebrek aan belang bij het middel wordt verworpen. De verzoekende partij klaagt niet zozeer de onduidelijkheid van het bestek aan als wel de toepassing ervan zoals die blijkt uit het verslag van nazicht.
7.2. In het licht van de aangevoerde schending van het gelijkheids-
en transparantiebeginsel en van het feit dat, zo lijkt, de geviseerde werkwijze bij de toepassing van het vierde gunningscriterium, zoals die blijkt uit het verslag van nazicht pas na opening der offertes werd vastgesteld en los van de vraag of dit tijdstip al niet problematisch zou kunnen zijn in het licht van dezelfde beginselen, lijkt het in de huidige stand van het geding voldoende voor de beoordeling van het geschil na te gaan of deze werkwijze al dan niet een wijziging met zich brengt van het vierde gunningscriterium en de weging ervan, zoals vastgesteld in het bestek.
7.3. Te dezen kan met de verwerende partij worden aangenomen dat, het vierde gunningscriterium, uit zijn aard alleen al, ook lijkt te peilen naar een kwalitatief element naast een kwantitatief element. In die zin lijkt de aanbestedende overheid hier ruimte te hebben om bij de toetsing van de offerte aan dit criterium, aandacht te besteden aan de aard van de projecten van de bij de offerte ter adstructie van het vierde criterium gevoegde referenties. Voor elke redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver lijkt die invalshoek een zekere evidentie te vertonen en voorzienbaar te zijn.
Meer problematisch is hier echter het feit dat de verwerende partij, zoals blijkt uit het nazichtsverslag, bij de opdeling van het kwestieus gunningscriterium in, zo lijkt, gelijkaardige referenties en aantal referenties, elk een eigen weging, namelijk elk maximum tien punten, heeft vooropgesteld om toe te kennen. De verwerende partij stelt weliswaar in haar nota en ter terechtzitting dat bij de scoretoekenning die puntenopdeling niet werd gehanteerd, doch in de huidige stand van het geding overtuigt dit niet. Uit de scoretoekenning bij het kwestieus gunningscriterium, zoals opgenomen in het nazichtsverslag, lijkt te mogen worden afgeleid dat er een aparte score is toegekend voor, enerzijds, het aantal referenties, en, anderzijds, het aantal en – ter terechtzitting door de verwerende partij opgemerkt – de kwaliteit van gelijkaardige referenties, al wordt XII-8223-13/15
er geen expliciete deelscore vermeld. Zoals uit de scoretoekenning bij de offertes van de verzoekende partij en de gekozen inschrijver blijkt, leidt dit tot een score voor dit criterium van 10 op 20 voor de offerte van de verzoekende partij met 25
referenties zonder gelijkaardige, terwijl er een score van 9 op 20 werd toegekend aan de offerte van de gekozen inschrijver met twee referenties waarvan één gelijkaardige. Naast het feit dat deze puntentoekenning onvoldoende duidelijk wordt beschreven in het nazichtsverslag – kritiek die de verzoekende partij niet lijkt te formuleren – lijkt hier vooral van belang te wijzen op de werkwijze van de verwerende partij – weze het nu onder de noemer van een subcriterium, een beoordelingsmethode of een structureringsmaatregel – waarbij, zo lijkt, een inschrijver die geen gelijkaardige referenties bijbrengt, hoogstens de helft van de punten kon verdienen, hetgeen hij op grond van het bestek niet op een evidente wijze lijkt te hebben kunnen verwacht. Deze werkwijze lijkt in elk geval een meer dan oppervlakkige of detailmatige wijziging aan te brengen aan het vierde gunningscriterium en diens weging zoals opgenomen in het bestek. De verzoekende partij lijkt voldoende belang te hebben bij deze kritiek in de mate dat een meer bij het bestek aanleunende toepassing van het vierde gunningscriterium haar de kans geeft de opdracht gegund te krijgen. Overigens merkt de verzoekende partij ter terechtzitting op dat mocht zij de werkwijze van de verwerende partij vooraf hebben gekend, dit de voorbereiding van haar offerte zou hebben beïnvloed door bijvoorbeeld een offerte in te dienen met een partner die gelijkaardige referenties zou hebben bijgebracht.
7.4. Het eerste middelonderdeel is in de aangegeven mate ernstig en verantwoordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
BESLISSING
De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 18 augustus 2016 van het Autonoom Gemeentebedrijf Rumst waarbij de opdracht “[h]et opmaken van een ontwerp, het uitvoeringsdossier, de aanbesteding en de controle op de uitvoering voor de oprichting van een gemeenschapscentrum in Terhagen”
wordt gegund aan de nv Projectbureau Signa.
XII-8223-14/15
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 september 2016, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Pierre Barra
XII-8223-15/15
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.877