Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.802 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.802 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request for school evaluation appeal but allows CLIL course follow-up.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.802
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the request to suspend the execution of the professional committee's decision declaring the student's appeal inadmissible. The court found the suspension conditions were not met because the appeal decision would be replaced by a new autonomous assessment, rendering the original decision's execution moot. However, the court partially allowed the request to follow the fourth year of CLIL Economics as a provisional measure to protect the student's career progression.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, §§ 1 and 4 of the Coordinated Council of State Laws; A suspension of execution requires extreme urgency and a risk of irreparable harm, but a provisional measure may be granted to preserve the applicant's educational trajectory even if the underlying appeal is inadmissible.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of execution extreme urgency provisional measure school evaluation appeal CLIL course follow-up educational trajectory inadmissible appeal action en désaveu

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, §§ 1 and 4 of the Coordinated Council of State Laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 235.802 van 20 september 2016

in de zaak A. 220.271/IX-8923

In zake: Robin VANTOORTELBOOM

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 25 – Impact bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 14 september 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van het koninklijk technisch atheneum te Brugge van 8 september 2016 waarbij het beroep van Robin Vantoortelboom tegen de hem toegekende evaluatiebeslissing onontvankelijk wordt verklaard.

De verzoekende partij vraagt tevens als voorlopige maatregel dat de Raad van State zou bevelen dat zij “gemachtigd wordt om het vierde jaar Economie CLIL te volgen”.

IX-8923-1/18

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 september 2016, om 10.00 uur.

Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-

bracht.

Curt Vantoortelboom en advocaat Bart Staelens, die verschijnen voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-

coördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2015-2016 leerling in het eerste jaar van de tweede graad ASO, studierichting Sportwetenschappen, optie basket aan het KTA Brugge Sint-Michiels, onderwijsinstelling die behoort tot scholengroep 25 van het Gemeenschapsonderwijs.

Op het einde van het schooljaar beslist de over hem deli-

bererende klassenraad om aan verzoeker een oriënteringsattest B uit te reiken;

verzoeker wordt niet toegelaten tot “alle onderverdelingen ASO en industriële wetenschappen TSO”.

IX-8923-2/18

3.2. Op 25 augustus 2016 vraagt de raadsman van verzoeker om overleg met de directeur van het KTA Brugge. Hierbij stipt hij aan dat aan ver-

zoeker geen rapport is meegegeven.

3.3. Op 30 augustus 2016 deelt de directeur aan verzoekers raadsman de redenen mee waarom niet wordt ingegaan op de vraag tot overleg:

“Alle ouders worden door de school via brief (mail) uitgenodigd (zie eveneens schoolkalender website school) om aanwezig te zijn op het ou-

dercontact op het einde van het schooljaar om het rapport van hun zoon/dochter op te halen. Op het rapport zelf staat de motivering voor een eventueel B- of C-attest vermeld en staat ook hoe er bezwaar kan worden aangetekend tegen de beslissing. De beroepsprocedure kan ook worden nagelezen in het schoolreglement.

Op 30/06/2016 vond het oudercontact plaats. De ouders van Robin waren niet aanwezig; Robin zelf wel. Het rapport wordt niet meegegeven met minderjarige leerlingen, maar ze kunnen wel hun rapport inkijken. Robin heeft zijn rapport ingekeken en heeft ook met een aantal leerkrachten ge-

praat daarover.

Op 22/08/2016 belt [X., een] opvoeder van KTA Brugge, zelf de ouders op om te vragen of ze al een beslissing genomen hebben met betrekking tot de studiekeuze voor volgend schooljaar. De ouders melden dat Robin naar een andere school zal gaan en ze vragen de attesten om Robin te kunnen in-

schrijven in de andere school. [X.] meldt dat de attesten niet worden meegegeven met de ouders, maar opgestuurd op vraag van de nieuwe school. Ze zegt er ook bij dat het rapport kan worden gedownload vanuit smartschool en dat de nieuwe school contact kan opnemen i.v.m. de clau-

sulering.

Op 23/08/2016 belt de vader van Robin met [Y., een] opvoeder van KTA

Brugge, met de vraag of het nog mogelijk is om bezwaar in te dienen tegen de beslissing van de klassenraad. Er wordt hem gezegd dat de termijn ver-

streken is om bezwaar aan te tekenen. De vader gaat hier niet mee akkoord omdat zijn zoon het rapport niet heeft meegekregen waardoor ze niet op de hoogte waren van het resultaat.

Beslissing:

Ik zie mij genoodzaakt […] uw vraag om overleg onontvankelijk te ver-

klaren omdat ze buiten termijn is.

Motivering:

Gelet op het feit dat de ouders wisten dat de rapporten op het oudercontact werden uitgereikt (uitnodiging via brief – schoolkalender op website –

schoolreglement);

Gelet op het feit dat de motivering voor het B-attest en de eventuele be-

roepsprocedure vermeld staan op het rapport;

Gelet op het feit dat Robin zijn rapport heeft kunnen inzien, maar niet heeft meegekregen omdat hij minderjarig is;

IX-8923-3/18

Gelet op het feit dat de ouders geen contact genomen hebben met de school om te melden dat ze niet aanwezig konden zijn op het oudercontact;

Gelet op het feit dat de ouders ook niet gevraagd hebben om het rapport te laten nasturen of met iemand die door hen gemandateerd werd mee te ge-

ven;

Gelet op het feit dat de ouders pas op 23/08/2016, nadat de school zelf contact met hen had genomen betreffende de studiekeuze van Robin, om overleg met de directeur hebben gevraagd om bezwaar tegen het toege-

kende B-attest in te dienen;

[…]”

3.4. Op 31 augustus 2016 stelt verzoeker beroep in bij het schoolbe-

stuur.

3.5. Op 8 september 2016 oordeelt de beroepscommissie dat het beroep onontvankelijk is. Zij motiveert:

“- Gelet op de vraag om overleg die door de raadsman van dhr. en mevr.

Vantoortelboom dd. 25/08/2016 werd voorgelegd aan de directeur van KTA Brugge n.a.v. het toegekende B-attest;

- Gelet op het antwoord van de directeur van KTA Brugge dd. 30/08/2016

waarin de vraag om overleg werd afgewezen omdat ze buiten termijn werd ingediend;

- Gelet op het horen van de ouders van Robin Vantoortelboom en hun raadsman meester Staelens;

- Gelet op het schoolreglement van KTA Brugge waarin de beroepspro-

cedure tegen de beslissing van de delibererende klassenraad als volgt vermeld staat:

„De beslissing van de delibererende klassenraad om een oriënte-

ringsattest B of C toe te kennen, kan door je ouders worden betwist.

Binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, volgend op de dag waarop je rapport wordt uitgereikt, kunnen je ouders die deze be-

slissing betwisten, een persoonlijk onderhoud aanvragen met de campusdirecteur of zijn afgevaardigde om hun bezwaren kenbaar te maken.

Het overleg vindt plaats binnen een termijn van 3 dagen (zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend)

volgend op de dag waarop het is aangevraagd. De datum van het gesprek wordt je ouders schriftelijk meegedeeld.‟ (…)

- Gelet op het feit dat de school alle ouders op 23/05/2016 via brief heeft laten weten dat de rapporten werden uitgereikt op de oudercontactavond op 30/06/2016;

- Gelet op het feit dat de beroepscommissie van mening is dat de dag waarop de rapporten werden uitgereikt door het schrijven van de school

IX-8923-4/18

bepaald werd op 30/06/2016 en dat vanaf dan de beroepsprocedure begint te lopen;

- Gelet op het feit dat KTA Brugge de rapporten niet meegeeft met min-

derjarige leerlingen omdat uit het verleden is gebleken dat sommige leer-

lingen niet altijd hun rapport aan de ouders bezorgen of soms zelfs een „gewijzigd‟ rapport durven geven;

- Gelet op het feit dat Robin zijn rapport op de dag van de uitreiking van rapporten heeft mogen inkijken en op de hoogte was van zijn B-attest;

- Gelet op het feit dat de rapporten door de ouders kunnen worden ingezien via smartschool;

- Gelet op het feit dat er weliswaar begrip is voor de harde dagtaak van de ouders, maar dat dit niet belet om contact te nemen met de school om een regeling te treffen om het rapport overhandigd te krijgen;

- Gelet op het feit dat de ouders zelf geen contact hebben gezocht met de school om het rapport te krijgen;

- Gelet op de engagementsverklaring voor de ouders in het schoolreglement van KTA Brugge, ondertekend door de ouders van Robin:

„2.8 Engagementsverklaring Dit is een geheel van wederzijdse engagementen die de school en je ouders aangaan. Het gaat over engagementen in verband met hun aanwezigheid op het oudercontact, jouw voldoende aanwezigheid op school, jouw individuele begeleiding als leerling en de houding tegenover de Nederlandse taal, onze onderwijstaal. Wanneer je ouders het schoolreglement ondertekenen, gaan ze ermee akkoord om hier constructief aan mee te werken. Ook onze school engageert zich ten aanzien van deze thema‟s.

le engagement: oudercontact We organiseren geregeld oudercontacten op school die we al van bij het begin van het schooljaar aankondigen. We verwachten van je ouders dat ze zich engageren om op het oudercontact aanwezig te zijn. Voor ons is dit immers een belangrijk moment om hen te in-

formeren. Kunnen je ouders niet op het oudercontact aanwezig zijn, dan engageert onze school zich om naar een andere mogelijkheid te zoeken en een oplossing te bedenken. De school verwacht eveneens van de ouders dat zij de co-accounts van de leerling op smartschool regelmatig controleren.‟ - Gelet op het feit dat de beroepscommissie van mening is dat het niet de taak van de school kan zijn om alle niet-opgehaalde rapporten uit eigen beweging te bezorgen aan de ouders. De ouders hebben hierin zelf een verantwoordelijkheid.

- Gelet op het feit dat dhr. Vantoortelboom tijdens de hoorzitting zelf heeft aangegeven dat ze als ouders te laat hebben geïnformeerd naar de motive-

ring van het B-attest. De ouders zijn op 1 juli op reis vertrokken en hadden niet verwacht dat hun zoon zijn rapport niet zou meekrijgen. Ze belden daarvoor met de klastitularis die dat bevestigde;

- Gelet op artikel 10.1.6 van de omzendbrief SO 64 „Structuur en organi-

satie van het voltijds secundair onderwijs‟:

IX-8923-5/18

„Het schoolbestuur is bevoegd om te bepalen op welke datum en onder welke vorm de betrokken personen de klassenraadsbeslissing in ontvangst nemen. Dit hoeft niet perse op 30 juni te zijn en dit hoeft niet perse persoonlijk door de ouders op school te gebeuren.

Bijvoorbeeld : het resultaat kan worden meegegeven met de leer-

ling, het resultaat wordt op school overhandigd tijdens een pro-

clamatieplechtigheid …. De desbetreffende ontvangstdatum en -vorm zijn bepaald in het schoolreglement. De school wijkt er enkel van af voor gevallen waar het besluitvormingsproces langer duurt of waar een beroep in het geding is; alsdan stelt het schoolbestuur de betrokken personen schriftelijk in kennis van de voorziene ont-

vangstdatum. Bijzondere aandacht: vermits de betrokken personen vooraf weten wanneer en hoe ze het evaluatieresultaat zullen ont-

vangen, wordt bij het niet effectief in ontvangst nemen van het re-

sultaat, geacht het resultaat op de voorziene datum te zijn ontvan-

gen! Ouders die, bijvoorbeeld, op dat tijdstip reeds op vakantie zijn vertrokken en geen weet hebben van een toegekend oriënterings-

attest B of C, zouden hierdoor eventueel hun beroepsmogelijkheid kunnen verliezen omdat ze niet tijdig de te zetten stappen hebben ondernomen.‟”

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

Exceptie

4. De verwerende partij werpt de volgende exceptie op in de nota met opmerkingen:

“Het beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld door een minderjarige.

Het verzoekschrift vermeldt nog dat deze „voor zover als nodig‟ bijgestaan en vertegenwoordigd wordt door zijn ouders.

Het betreft hier een inschatting die verzoeker zelf dient te maken bij het indienen van het verzoekschrift, niet een oordeel dat verwerende partij of de Raad van State in zijn plaats dienen te maken.

Een niet-ontvoogde minderjarige is zelf niet bekwaam om een verzoek-

schrift voor de Raad van State in eigen naam in te dienen (R.v.St. arrest nr.

221.436 van 21 november 2012).

Het verzoek tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring zijn onont-

vankelijk.”

IX-8923-6/18

Beoordeling

5. Het verzoekschrift, dat tegelijk een beroep tot nietigverklaring omvat als een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, is ingediend door een minderjarige leerling, “voor zover als nodig bijgestaan en vertegenwoordigd” door zijn beide ouders.

Welnu, gelet op de toepasselijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek lijkt die vertegenwoordiging – althans wat het annulatieberoep betreft – inderdaad nodig.

Het getuigt volgens de Raad van State prima facie van een overdreven vormendienst, om de uitdrukking in het inleidend verzoekschrift “voor zover als nodig” ten nadele van verzoeker uit te leggen. Als minderjarige dient hij door zijn wettelijke vertegenwoordigers vertegenwoordigd te worden en op het eerste gezicht is dat ook het geval.

6. De exceptie mist de vereiste ernst.

V. Ontvankelijkheid van de vordering

7. De verwerende partij werpt op dat de vordering niet ontvankelijk is, omdat het georganiseerd administratief beroep laattijdig en dus niet op een ontvankelijke wijze is uitgeput.

Zoals de verwerende partij zelf uiteenzet in haar nota, hangt deze exceptie echter samen met het eerste middel, waarin verzoeker precies dit verwijt tegenspreekt.

De exceptie gaat dan ook op in de – voorlopige – beoordeling van de grond van de zaak, waaruit zal blijken dat ze niet ernstig is.

IX-8923-7/18

VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden

8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min-

stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood-

zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.

VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid

9. Gelet op de vaste rechtspraak van de Raad van State met be-

trekking tot de onmogelijkheid om zonder verlies van een schooljaar de studie te volgen van zijn keuze, argumenteert verzoeker terecht dat de vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid “de enige mogelijkheid [vormt] om zijn jaar te red-

den” omdat een gewone schorsing daarvoor te laat dreigt te komen. De verwerende partij voert omtrent het vervuld zijn van deze schorsingsvoorwaarde terecht ook geen verweer.

VIII. Ernst van de middelen

A. Eerste middel

Standpunt van de partijen

10. Een eerste middel is geput uit de schending van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, het schoolreglement van KTA Brugge schooljaar 2015- 2016, inzonderheid artikel 2.2.5.5, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.

IX-8923-8/18

Volgens verzoeker is het bezwaar bij het KTA Brugge ten on-

rechte afgewezen omdat het laattijdig zou zijn. Volgens verzoeker weigert de verwerende partij ten onrechte om het rapport mee te geven met de leerling zelf – een volgens verzoeker “merkwaardige praktijk”. De motieven om een B-attest te verlenen zijn pas op verzoek van zijn raadsman meegedeeld op de dag van de hoorzitting bij de beroepscommissie.

Verzoeker legt uit waarom zijn ouders onmogelijk, minstens met zeer grote inspanningen, op het oudercontact aanwezig konden zijn.

Hij betwist de draagwijdte of wettigheid van de ter onderteke-

ning voorgelegde engagementsverklaring en van de brief van 23 mei 2016 inzake het oudercontact, minstens van de gevolgtrekkingen hieruit voor de ontvanke-

lijkheid van het bezwaar.

Het schoolreglement voorziet erin dat oriënteringsattesten B

schriftelijk meegedeeld worden aan de ouders. Daarvan is geen sprake geweest.

En wat meer is, aldus verzoeker, ook de elementen die geleid hebben tot deze beslissing moeten daarbij aan de ouders worden meegedeeld en ook daarvan is geen sprake geweest:

“Bovendien schrijft het schoolreglement ook voor dat er voor dergelijke belangrijke aangelegenheden een specifieke kennisgevingsplicht bestaat niet alleen wat het besluit van het oriënteringsattest B betreft en de ele-

menten die daartoe hebben geleid, maar ook inzake de beroepsmogelijk-

heden. […]

Het KTA heeft deze kennisgevingsplicht die wordt opgelegd door het schoolreglement zelf, niet gerespecteerd.

De dies a quo is dus niet tot stand gekomen – die kan maar tot stand komen na respect van het eigen schoolreglement waarbij schriftelijk kennis wordt gegeven van het oriënteringsattest B, van de elementen die daartoe hebben geleid en waarbij ook herinnerd wordt aan de beroepsmogelijkheden.”

11. In de nota met opmerkingen antwoordt de verwerende partij dat de ouders van verzoeker overeenkomstig het schoolreglement over een termijn van

IX-8923-9/18

drie dagen beschikten om een onderhoud te vragen, indien zij de beslissing wilden betwisten.

Wat de formelemotiveringsplicht betreft, valt volgens haar niet in te zien hoe verzoeker kan betogen dat de beslissing niet de dragende motieven bevat die toelaten om vast te stellen waarom de beslissing is genomen. De be-

streden beslissing weerlegt daarenboven de argumenten van verzoeker die blijkens het intern beroepschrift en de hoorzitting als wezenlijk belangrijk werden aanzien.

Dat de motivering beperkt is tot de vraag naar de ontvankelijk-

heid van het intern beroep, is op zich geen gebrek in de motiveringsplicht, nu deze vraag eerst mag worden beantwoord alvorens over de gegrondheid van het beroep uitspraak moet worden gedaan. Een onontvankelijk beroep kan niet tot een ge-

grond bevinden leiden. Procedureregels die inzake georganiseerde beroepen gel-

den, raken immers de openbare orde. Indien correct vastgesteld wordt dat de pro-

cedureregels van het intern beroep niet zijn nageleefd, spelen dus geen beden-

kingen over motiveringsplicht, zorgvuldigheid, redelijkheid of gelijkheid.

Als verzoeker stelt dat hij werkelijk niet wist wat de delibera-

tiebeslissing was tot deze in augustus werd meegedeeld, neemt hij volgens de verwerende partij een loopje met de werkelijkheid. Hij verliest uit het oog dat hij op 30 juni 2016 zijn rapport niet heeft meegekregen, maar het wel heeft kunnen inkijken. Het rapport was bovendien beschikbaar op smartschool vanaf 1 juli 2016, zodat ook zijn ouders het op elk moment konden inkijken, indien zij dit gewenst zouden hebben. Wat feitelijke kennis betreft, was deze op 30 juni 2016 aanwezig in hoofde van verzoeker en bij zijn ouders vanaf 1 juli 2016.

De verwerende partij wijst vervolgens op punt 2.2.1 van het schoolreglement, waar staat bepaald dat de vakantie- en verlofregeling, de rapport-

en examenperiodes raadpleegbaar zijn “via de timingstabel www.ktabrugge.be/”.

Op deze timingstabel staat “30/06/2016 15.00-18.00 Rapport + Oudercontact”.

IX-8923-10/18

De verwerende partij citeert nog andere bepalingen van het schoolreglement:

“Communicatie met de ouders De communicatie over evaluaties gebeurt via de agenda en het rapport.

Naast het rapporteren over de vakresultaten, worden belangrijke vaststel-

lingen van de begeleidende klassenraad aan je ouders gemeld ofwel via een mededeling op je rapport, ofwel via je agenda of via een brief, mail en co-account op smartschool.

De lesopdrachten en planning van taken en toetsen verlopen via de digitale agenda op smartschool.

Eenmaal per trimester is er een oudercontact. Indien noodzakelijk, zal aan de ouders expliciet gevraagd worden om aanwezig te zijn. Het ganse leer-

krachtenteam, de directie, de leerlingbegeleiding en het CLB zijn hierbij ter beschikking. Bij dringende problemen kan meteen een afspraak met de directeur worden gemaakt, met het CLB of met de leerlingbegeleiding.”

Zij herinnert aan de brief van 23 mei 2016 waarin aan de ouders van verzoeker de datum van het oudercontact op 30 juni 2016 wordt meegedeeld en het gegeven dat dan het rapport aan de ouders wordt uitgedeeld.

Gelet op het bepaalde in artikel 115/6, § 3, in fine van de Codex Secundair Onderwijs dient het resultaat dan ook geacht op 30 juni 2016 in ont-

vangst te zijn genomen.

Beoordeling

12. De decreetgever lijkt voor de toepassing van de verjaringster-

mijnen in een specifieke wijze van kennisgeving te hebben voorzien van de eva-

luatieresultaten in het secundair onderwijs.

Artikel 115/6, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs bepaalt daarover wat volgt:

“§ 3. De betrokken personen nemen het evaluatieresultaat in ontvangst op een in het school- of centrumreglement vastgelegde datum en wijze. Het school- of centrumbestuur wijkt af van die datum voor individuele gevallen als de beslissing tot stand komt na uitstel of na beroep; in voorkomend geval stelt het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk

IX-8923-11/18

in kennis van de voorziene ontvangstdatum. Bij het niet in ontvangst ne-

men door de betrokken personen wordt het evaluatieresultaat geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum.”

13. Artikel 3, 9°, van dezelfde Codex leert dat de term “betrokken personen” wijst op “de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf”.

Op het eerste gezicht lijkt een school dan ook niet onwettig te handelen voor zover zij het evaluatieresultaat niet aan de leerling meegeeft maar aan zijn ouders, in het geval van een minderjarige leerling.

14. De mededeling van het evaluatieresultaat, dit is de beslissing van de delibererende klassenraad over het slagen van een leerling, ligt in beginsel besloten in de uitreiking van het rapport.

15. In de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aan, dat een schoolbestuur in zijn schoolreglement mag bepalen dat communicatie over het evaluatieresultaat mag gebeuren via het rapport en dat dit rapport wordt uitgereikt aan de ouders van de minderjarige leerling op de daartoe bepaalde da-

tum. Indien de ouders van deze leerling het rapport niet in ontvangst nemen, wordt het geacht te zijn ontvangen op de voorziene ontvangstdatum.

Deze werkelijke of daarmee gelijk te stellen ontvangst impliceert op het eerste gezicht ook de kennisgeving “op de voorziene ontvangstdatum” van de in het rapport in voorkomend geval opgenomen vermeldingen – zoals de be-

haalde resultaten, het op grond daarvan toegekende attest, de motivering ervan en de mededeling van de tegen de beslissing openstaande beroepsmogelijkheden.

Indien met andere woorden de betrokken personen het rapport niet in ontvangst nemen, worden zij vooralsnog ook geacht van al deze gegevens in kennis te zijn gesteld.

IX-8923-12/18

In zoverre het middel een andere opvatting huldigt, is het niet ernstig.

16. Wordt het voorgaande dan toegepast op de feitelijke gegevens van deze zaak, dan rijst normaal vervolgens de vraag of het in deze zaak toepas-

selijke schoolreglement van het KTA Brugge overeenkomstig het decretale voor-

schrift de “datum en wijze” van het in ontvangst nemen van het evaluatieresultaat afdoende regelt. Is het antwoord op die vraag negatief, dan rijst vervolgens de vraag welke gevolgen hieraan moeten worden verbonden.

Om de redenen die hierna worden toegelicht, mag die vraag echter onbeantwoord blijven.

Op de school rust met betrekking tot de kennisgeving van het evaluatieresultaat immers nog een ándere verplichting.

17. Gesteld immers dat de bepalingen van het schoolreglement, in hun onderlinge samenhang gelezen en al dan niet ook in samenhang met de brief van 23 mei 2016, toelaten om te besluiten dat de mededeling van het rapport zou gebeuren op het oudercontact van 30 juni 2016 en dat de ouders van verzoeker hoe dan ook geacht moeten worden op 30 juni 2016 het rapport in ontvangst genomen te hebben, dan nog immers kan prima facie hen niet worden tegengeworpen dat zij het overleg te laat hebben aangevraagd.

Vastgesteld moet immers worden dat, wat de ter beschikking staande beroepsmogelijkheden betreft, enkel een verwijzing terug te vinden is naar het schoolreglement. Het document „eindbeslissing‟ – niet het rapport zelf, maar aan te nemen is nog dat dit document er een bijlage bij is – bevat weliswaar een motivering van het B-attest, zo lijkt, maar wat de beroepsmogelijkheden betreft enkel in een kader onderaan de volgende tekst:

IX-8923-13/18

“De beslissing van de delibererende klassenraad om een oriënteringsattest B of C toe te kennen, kan door de betrokken personen worden betwist. (zie schoolreglement)”

Die verwijzing is, zo lijkt, strijdig met artikel 35 van het decreet van 26 maart 2004 „betreffende de openbaarheid van bestuur‟. Die bepaling leert dat “[e]en beslissing of een administratieve handeling met individuele strekking die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor een of meer bestuurden […] slechts geldig ter kennis [wordt] gebracht als tevens de beroepsmogelijkheden en de modaliteiten van het beroep worden vermeld”. Bij ontstentenis van die vermelding, zo vervolgt bedoeld artikel, “neemt de termijn voor het indienen van een beroep een aanvang vier maanden nadat de betrokkene in kennis werd gesteld van de akte of van de beslissing met individuele strekking”. De Raad van State ziet geen reden waarom de mededeling van evaluatiebeslissingen van de delibererende klassen-

raad en de ingevolge de georganiseerde beroepsprocedure tussen te komen be-

slissingen aan de bij dit voorschrift gewaarborgde informatieplicht zouden ont-

snappen. Daarbij wordt bedacht dat de decreetgever blijkens de formulering van het aangehaalde artikel abstractie heeft willen maken van de mogelijke voorkennis, bij de belanghebbende, van het bestaan van de beroepsmogelijkheden, bijvoor-

beeld omdat die zijn terug te vinden in het schoolreglement of omdat zijn zoon er feitelijke kennis van kreeg door inzage van zijn rapport. Die feitelijke kennis ont-

slaat de verwerende partij er met andere woorden niet van, om bij de individuele aanzegging van haar beslissingen overeenkomstig voornoemd artikel 35 de be-

roepsmogelijkheden kenbaar te maken.

Welnu, “[a]ls het evaluatieresultaat inhoudt dat aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend”, dan is de school luidens artikel 115/6, § 4, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs ertoe gehouden “de betrokken personen schriftelijk te verwijzen naar de mogelijkheid tot beroep met overeenkomstige procedure doch enkel mits voorafgaandelijk overleg […] te hebben gepleegd”.

IX-8923-14/18

Uit de stukken die thans aan de Raad van State zijn voorgelegd, blijkt nergens dat die decretaal opgelegde en in het schoolreglement nader be-

paalde beroepsmogelijkheden en -vormen aan verzoeker correct werden meege-

deeld bij de kennisgeving van de hem grievende handelingen. Ook de kennisge-

ving op smartschool waarnaar de verwerende partij verwijst lijkt geen vermel-

dingen omtrent de beroepsmogelijkheden te bevatten, zodat de Raad vooralsnog niet moet onderzoeken wat de draagwijdte is – voor het overige – van die digitale wijze van kennisgeving.

In die mate is het middel ernstig.

B. Tweede middel

18. In een tweede middel voert verzoeker kritiek aan tegen de mo-

tivering van de beslissing van de delibererende klassenraad.

19.1. Is evenwel het georganiseerd beroep niet op ontvankelijke wijze uitgeput – hiervóór is nog enkel voorlopig vastgesteld dat het ten onrechte laattij-

dig is verklaard – dan is ook de vordering bij de Raad van State, inbegrepen elke kritiek tegen de oorspronkelijke beslissing, onontvankelijk.

19.2. Ofwel is het georganiseerd beroep op ontvankelijke wijze inge-

steld en dan mag verzoeker zich verwachten aan een nieuwe beslissing van de beroepscommissie die in de plaats komt – moet komen – van de oorspronkelijke beslissing van de klassenraad.

De zogenaamde devolutieve werking van dit door de decreet-

gever georganiseerde administratief beroep bij een overeenkomstig artikel 123/17, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs samengestelde beroepscommissie met hervormingsbevoegdheid heeft immers tot gevolg dat de beroepen beslissing uit het rechtsverkeer verdwijnt en dat een nieuwe beslissing in de plaats ervan komt,

IX-8923-15/18

op grond van een autonome, eigen beoordeling van de zaak door het beroepsor-

gaan. Kritiek op de motieven van de klassenraad lijkt in dat geval niet dienstig.

20. Het tweede middel is niet ernstig.

C. Slotsom

21. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toege-

wezen.

IX. Voorlopige maatregelen

Verzoek

22. Verzoeker vraagt dat hij bij voorlopige maatregel zou worden gemachtigd om het tweede jaar van de tweede graad te volgen aan het Pegasus instituut te Oostende:

“Enkel deze machtiging bij wijze van voorlopige maatregel zou ertoe kunnen leiden dat de verdere schoolcarrière, te combineren met zware sportieve inspanningen, van verzoeker niet in het gedrang wordt gebracht.

Uit de argumentatie onder het tweede middel ontwikkeld en uit de stukken, blijkt ook dat het volstrekt niet onzinnig is om aan te geven dat de lessen in het vierde jaar Economie CLIL met vrucht verder kunnen worden gezet, wat dan niet moet gedwarsboomd worden door in afwachting van een arrest en van verdere besluitvorming, verzoeker een jaar lager te laten instappen.”

Beoordeling

23. Op de terechtzitting erkent verzoeker dat de Raad van State niet zomaar een bevel kan geven, al was het bij voorlopige maatregel, aan een onder-

wijsinstelling die geen partij is in het geding.

IX-8923-16/18

Daarenboven koppelt hij zijn verzoek aan het tweede middel, dat hiervóór niet ernstig is bevonden.

Ten slotte maakt verzoeker niet duidelijk wat hem verhindert om in afwachting van een nieuwe beslissing van de beroepscommissie als vrije leer-

ling reeds de beoogde lessen te volgen, vooropgesteld dat hij dit risico wil dragen.

24. Het verzoek tot het opleggen van voorlopige maatregelen wordt verworpen.

25. De Raad van State spreekt wel de verwachting uit dat de be-

roepscommissie de zaak niet op zijn beloop laat, maar dat zij, gelet op de uiterst dringende noodzakelijkheid en het recht van verzoeker op een vaststaande uitslag, onverwijld haar beslissing zal heroverwegen in het licht van de voorlopig vastge-

stelde onwettigheid.

BESLISSING

1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van het koninklijk technisch atheneum te Brugge van 8 september 2016 waarbij het beroep van Robin Vantoortelboom tegen de hem toegekende evaluatie-

beslissing onontvankelijk wordt verklaard.

2. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige.

IX-8923-17/18

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 september 2016, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.

De griffier De voorzitter

Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren

IX-8923-18/18

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.802