ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.070 · Conseil d'État
Synthèse Legislator
Généré par l'IAhet GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep 1 “Ant1gon” krachtiging en bevestiging van de beslissingen van de algemeen directeur van de scholengroep dd. 31 augustus 2011 en van de directeur van de onderwijsinstelling van eenzelfde datum om [Wilfried Wouters] niet aan te stellen als leraar binnen de onderwijsinstelling per 1 september 2011”.
Regeste Legislator
Généré par l'IAECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.070 · Conseil d'État: ker heeft ingesteld tegen de beslissing van de algemeen directeur die de raad van bestuur “[v]oor zoveel als nodig” bekrachtigt, verworpen.
Mots-clés
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 235.070 van 14 juni 2016
in de zaak A. 204.037/IX-8116
In zake: Wilfried WOUTERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Guido Wuyts kantoor houdend te 2200 Herentals Lierseweg 116
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de scholengroep 1 “Ant1gon”
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Stommels kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 15 maart 2012, strekt tot de nietigver-
klaring “van het besluit uitgaande van de raad van bestuur van [de scholengroep 1
van het Gemeenschapsonderwijs] dd. 21 november 2011 en inhoudende de be-
krachtiging en bevestiging van de beslissingen van de algemeen directeur van de scholengroep dd. 31 augustus 2011 en van de directeur van de onderwijsinstelling van eenzelfde datum om [Wilfried Wouters] niet aan te stellen als leraar binnen de onderwijsinstelling per 1 september 2011”.
IX-8116-1/8
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Diane Mareen heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat-
ste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 mei 2016.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Roel De Cleermaecker, die loco advocaat Guido Wuyts verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die loco advocaat Marc Stommels verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Diane Mareen heeft advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker is sedert het schooljaar 2005-2006 tijdelijk aange-
steld als leraar maritieme opleiding aan het KTA Zwijndrecht-Cenflumarin, on-
derwijsinstelling die behoort tot de scholengroep 1 ‘Ant1gon’ van het Gemeen-
schapsonderwijs.
IX-8116-2/8
3.2. Op 12 mei 2011 kent de directrice van de betrokken school als eerste evaluator aan verzoeker een evaluatie ‘onvoldoende’ toe.
Na bezwaar van verzoeker, geeft de directrice op 27 mei 2011
aan verzoeker te kennen dat zij haar evaluatie ‘onvoldoende’ handhaaft.
3.3. Op beroep van verzoeker vernietigt de kamer voor het Ge-
meenschapsonderwijs van het college van beroep op 6 juli 2011 de evaluatiebe-
slissing van 12 mei 2011 en de handhaving van deze beslissing, omdat de eerste beslissing de op straffe van nietigheid voorgeschreven vermelding van de be-
roepsmogelijkheden niet vermeldt en de handhaving het lot moet ondergaan van de gehandhaafde beslissing die van rechtswege nietig is.
3.4. Op 26 augustus 2011 kent de directrice aan verzoeker ander-
maal een beoordeling ‘onvoldoende’ toe, waarbij ditmaal in de beslissing ook de beroepsmogelijkheden worden vermeld.
Verzoeker tekent tegen deze evaluatiebeslissing beroep aan bij de bevoegde kamer van het college van beroep.
3.5. Bij schrijven van 31 augustus 2011 deelt de directrice van het KTA Zwijndrecht-Cenflumarin aan verzoeker mee:
“Rekening houdend met het belang van de school en van de leerlingen en gelet op het evaluatieverslag met conclusie ‘onvoldoende’ beslis ik om u niet aan te stellen per 1 september 2011.”
Verzoeker vecht deze beslissing aan met een annulatieberoep bij de Raad van State, gekend onder rolnummer A. 202.é/IX-8110.
In die zaak heropent de Raad van State bij arrest nr. 235.069
van heden het debat.
IX-8116-3/8
3.6. Eveneens op 31 augustus 2011 geeft de algemeen directeur van de betrokken scholengroep aan verzoeker te kennen:
“Ik krijg kennis van het evaluatieverslag met conclusie ‘onvoldoende’ en de beslissing van uw directeur om u niet aan te stellen. Voor zoveel als nodig deel ik u mee dat u ook als TADD niet aangesteld wordt.
Huidige beslissing neem ik als algemeen directeur bij hoogdringendheid.
Deze beslissing wordt voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur van de scholengroep.”
Het beroep tot nietigverklaring dat verzoeker heeft ingesteld tegen deze beslissing verwerpt de Raad van State bij arrest nr. 235.068 van he-
den.
3.7. Op 5 oktober 2011 beslist de kamer voor het Gemeenschapson-
derwijs van het college van beroep om de evaluatie ‘onvoldoende’ van 26 augus-
tus 2011 te vernietigen. Deze beslissing van 5 oktober 2011 wordt bij arrest nr. 223.506 van 17 mei 2013 vernietigd door de Raad van State.
Daarop beslist de bevoegde kamer van het college van beroep op 12 september 2013 andermaal om de evaluatiebeslissing van 26 augustus 2011
te vernietigen. Bij arrest nr. 229.367 van 27 november 2014 vernietigt de Raad van State deze beslissing van het college van beroep van 12 september 2013.
Op 26 februari 2015 bevestigt het college van beroep de initiële evaluatie ‘onvoldoende’. Een door verzoeker hiertegen ingesteld beroep tot nie-
tigverklaring (zaak A. 215.745) verwerpt de Raad van State bij arrest nr. 234.920
van 2 juni 2016.
3.8. Op 21 november 2011 notuleert de raad van bestuur van de scholengroep de thans bestreden beslissing:
“De heer Wouters is op administratief vlak met weinig of niets in orde.
Erger is echter dat zijn manier van lesgeven, gekenmerkt door een gebrek aan structuur en een totaal gebrek aan interactie, nefast is voor de be-
roepskennis van de leerlingen. Zowel van de leerlingen als vanuit de
IX-8116-4/8
plaatsen waar zij tewerkgesteld worden komt de onverhulde boodschap dat er een gebrek aan kennis is.
De directeur van de school en de algemeen directeur van de scholengroep hebben terecht beslist de heer Wouters niet aan te stellen.
Gelet op de dan hangende procedures, de start van het nieuwe schooljaar en de inhoud van de beslissing van de algemeen directeur van 31 augustus 2011, is genoemde beslissing van de algemeen directeur inderdaad bij hoogdringendheid en terecht genomen.
Voor zoveel als nodig beslist de raad van bestuur om deze beslissingen te bekrachtigen en te bevestigen.”
Verzoeker verklaart, hierin niet door de verwerende partij te-
gengesproken, dat hij van deze beslissing kennis heeft gekregen op 20 januari 2012 in het kader van een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Exceptie
4. In het auditoraatsverslag wordt opgeworpen dat de verwerping van verzoekers beroep in de zaak A. 215.745 tot gevolg heeft dat de evaluatie ‘onvoldoende’ definitief is, dat verzoeker op grond van de artikelen 73quaterdecies en 86, 10°, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie per-
soneelsleden Gemeenschapsonderwijs (hierna: rechtspositiedecreet) “terecht niet (verder) werd aangesteld, in om het even welke hoedanigheid” en dat hij “juri-
disch in de voorwaarde [verkeerde] waaronder hij diende te worden ontslagen”.
Hieruit volgt, aldus het auditoraatsverslag, dat verzoeker het vereiste belang ont-
beert om de bestreden beslissing vernietigd te zien “daar de toen[t]ertijd gegeven ongunstige evaluatie is gebleken rechtsgeldig te zijn”:
“Luidens artikel 73quaterdecies geldt het ontslag voor het ambt in die in-
stelling waarop de evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ betrekking heeft.
Dat betekent dat verzoeker niet meer kan aangesteld worden, als zijnde een personeelslid in hoofde waarvan verwerende partij ertoe was gehou-
den hem te ontslaan.”
IX-8116-5/8
Beoordeling
5. Zoals hiervóór is opgemerkt, is het annulatieberoep dat verzoe-
ker heeft ingesteld tegen de beslissing van de algemeen directeur die de raad van bestuur “[v]oor zoveel als nodig” bekrachtigt, verworpen.
Voorts blijkt uit het annulatieberoep dat verzoeker in wezen argumenteert dat de raad van bestuur niet de bevoegdheid heeft om die beslissing (nog) te bekrachtigen.
Het één met het ander heeft ertoe geleid dat aan de raadsman van verzoeker de vraag is voorgelegd, welk voordeel verzoeker zou puren uit de nietigverklaring van de bekrachtiging van de beslissing van de algemeen direc-
teur, die er enkel is gekomen “[v]oor zoveel als nodig”, die volgens verzoeker niet noodzakelijk is en die dus geen invloed heeft op de wettigheid van de be-
krachtigde beslissing, als het beroep daartegen verworpen is.
Hierop kon niet worden aangetoond welk belang verzoeker in die mate en hypothese nog zou hebben bij zijn beroep. Ook de Raad ziet niet spontaan welk voordeel een nietigverklaring verzoeker nog zou opleveren.
Aangezien ondertussen, zoals gezien, de hypothese niet langer een hypothese is, maar het beroep tegen de beslissing van de algemeen directeur effectief is verworpen, stelt de Raad van State desnoods ambtshalve vast dat ver-
zoeker in zoverre geen belang meer heeft bij zijn beroep.
6. Het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de directeur van 31 augustus 2011 is thans nog niet afgedaan. Bij arrest nr. 235.069 van heden heeft de Raad van State uitgelegd dat hij de ambtshalve exceptie van het audito-
raat niet bijvalt en is het debat in die zaak heropend voor aanvullend auditoraats-
onderzoek.
IX-8116-6/8
Die vaststelling volstaat om ook in de huidige zaak, in zoverre het beroep is gericht tegen de bekrachtiging van die beslissing van de directeur, het debat te heropenen voor aanvullend onderzoek.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep, in zoverre het is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 1 van het Gemeen-
schapsonderwijs van 21 november 2011 tot bekrachtiging van de beslissing van de algemeen directeur van de scholengroep van 31 augustus 2011 over de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van Wilfried Wouters.
2. De Raad van State heropent het debat, in zoverre het beroep is gericht tegen de beslissing van de raad van bestuur van scholengroep 1 van het Ge-
meenschapsonderwijs van 21 november 2011 tot bekrachtiging van de beslis-
sing van de directeur van het koninklijk technisch atheneum Zwijndrecht-
Cenflumarin van 31 augustus 2011 over de tijdelijke aanstelling van bepaal-
de duur van Wilfried Wouters.
3. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast een aanvullend verslag op te stellen.
IX-8116-7/8
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2016, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-8116-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.070