Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.701 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.701 Généré par l'IA

Court orders suspension of execution of minister's decision to annul zone commander appointment due to urgency.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.701
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Admis (Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State ordered the suspension of the execution of the Minister's decision to annul Lieven Rijckaert's appointment as zone commander. The applicant argued that annulment would cause immediate financial ruin due to unemployment and loss of unemployment benefits, while the State contended the applicant was negligent for resigning before the annulment period expired. The court found the threat of unemployment a direct and sufficient consequence of the annulment, establishing the necessary urgency to suspend enforcement.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 14 and 15 of the Law of 15 May 2007 on civil security; The court established that a threat of immediate financial ruin due to unemployment constitutes sufficient urgency to suspend the execution of an administrative decision pending its review.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of execution urgency requirement unemployment benefits administrative annulment zone commander appointment financial hardship Council of State violence ou menace contre les autorités

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Law of 15 May 2007 on civil security
Royal Decree of 26 March 2014 on the job profile of the commander of a assistance zone
Royal Decree of 21 February 2011 on the training of members of public emergency services

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Council of State case no. é.276 of 17 December 2015
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. é.701 van 2 februari 2016

in de zaak A. 217.218/X-16.372.

In zake : Lieven RIJCKAERT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Bekaert kantoor houdend te 8700 Tielt Hoogstraat 34

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Leopold Schellekens en Jannick Poets kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 5 oktober 2015, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 26 augustus 2015 om de beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone Meetjesland van 3 augustus 2015 tot aanstelling van Lieven Rijckaert als zonecommandant te vernietigen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.

X-16.372-1/10

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari 2016.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Paul Bekaert, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Leopold Schellekens, die eveneens loco advocaat David D’Hooghe verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Juridisch kader en feiten

3. De wet van 15 mei 2007 ‘betreffende de civiele veiligheid’ voorziet in de oprichting van hulpverleningszones, die onder leiding staan van een zonecommandant.

Het koninklijk besluit van 26 maart 2014 ‘tot vaststelling van het functieprofiel van de commandant van een hulpverleningszone en van de nadere bepalingen voor zijn selectie en zijn evaluatie’ (hierna: het koninklijk besluit van 26 maart 2014) bevat in titel II de “Selectievoorwaarden”. Tot die voorwaarden behoren, in artikel 4, de voorwaarden waaraan de kandidaat voor de functie van zonecommandant moet voldoen.

De artikelen 14 tot en met 17 behelzen de “Overgangsbepalingen” van titel V. Artikel 14 luidde tot aan de vernietiging van paragraaf 1, 4°, door het arrest van de Raad van State nr. é.276 van 17 december 2015:

X-16.372-2/10

“§ 1. Bij de eerste selectie van de zonecommandant worden de voorwaarden vastgesteld in artikel 4 vervangen door de volgende voorwaarden:

1° houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot de betrekkingen van niveau A bij de federale overheid;

2° houder zijn van het brevet van dienstchef, vermeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 21 februari 2011 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten, uitgezonderd voor de dienstchefs die ten laatste op 30 april 2002 effectief als dienstchef aangewezen waren;

3° een nuttige ervaring hebben van ten minste drie jaar in de functie van dienstchef van één van de brandweerdiensten van de zone;

4° een nuttige ervaring hebben in minstens de graad van kapitein.

§ 2. Bij gebrek aan een ontvankelijke kandidatuur of aan een door de commissie weerhouden kandidaat, wordt een nieuwe oproep tot kandidaatstelling gedaan. In dit geval worden de voorwaarden voorzien in artikel 4 vervangen door de volgende voorwaarden:

1° houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot de betrekkingen van niveau A bij de federale overheid;

2° houder zijn van het brevet van dienstchef, vermeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 21 februari 2011 betreffende de opleiding van de leden van de openbare hulpdiensten, uitgezonderd voor de dienstchefs die ten laatste op 30 april 2002 effectief als dienstchef aangewezen waren;

3° een nuttige ervaring hebben van ten minste drie jaar in de functie van dienstchef;

4° een nuttige ervaring hebben in minstens de graad van kapitein.”

4. Vanaf 1 januari 2015 zijn de brandweerdiensten van de gemeenten Aalter, Kaprijke, Knesselare, Maldegem, Nevele, Sint-Laureins, Waarschoot, Zomergem en de stad Eeklo in de hulpverleningszone Meetjesland geïntegreerd.

Op 28 mei 2014 verklaart de (pre)zoneraad van de hulpverleningszone Meetjesland de plaats van zonecommandant open. Een oproep tot kandidaatstelling voor de functie verschijnt in het Belgisch Staatsblad van 23 juli 2014.

Er zijn geen ontvankelijke kandidaatstellingen.

Op 24 september 2014 verklaart de (pre)zoneraad de plaats van zonecommandant opnieuw open. De vacature wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2014.

X-16.372-3/10

Weer zijn er geen ontvankelijke kandidaturen.

De zoneraad beslist op 9 januari 2015 eens te meer tot de vacantverklaring. Een nieuwe oproep verschijnt in het Belgisch Staatsblad van 27 januari 2015.

Drie kandidaten melden zich, onder wie verzoeker.

De selectiecommissie overweegt op 9 juni 2015:

“Er werd reeds voor de 3e maal een oproep tot kandidaten gepubliceerd maar er werd nooit overgegaan tot een selectie van kandidaten omwille van het gebrek aan geschikte kandidaturen. De selectiecommissie is derhalve van oordeel dat de overgangsbepalingen van artikel 14 van het KB van 26 maart 2014 van toepassing zijn, aangezien het om een eerste ‘selectie’ van de zonecommandant gaat. Aangezien het reeds om een 3e oproep gaat worden de voorwaarden van artikel 4 vervangen door de voorwaarden van artikel 14 § 2 van het KB (en niet artikel 14 § 1).”

De selectiecommissie verklaart vervolgens één kandidaatstelling onontvankelijk.

Zij rangschikt finaal, op 7 juli 2015, verzoeker als eerste met 70 punten op 100 en M. D. als tweede met 67 punten.

De zoneraad kent bij beslissing van 3 augustus 2015 het mandaat van zonecommandant vanaf 1 januari 2016 aan verzoeker toe.

Bij besluit van 26 augustus 2015 vernietigt de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken de beslissing van de zoneraad van 3 augustus 2015. Wat de toekenning van het mandaat van zonecommandant aan verzoeker betreft, wordt gemotiveerd:

“Overwegende dat de prezone Meetjesland in de loop van 2014 reeds twee oproepen deed voor de functie van zonecommandant zonder dat dit leidde tot een ontvankelijke of weerhouden kandidatuur;

Overwegende dat de Zoneraad in haar zitting van 09/01/2015 besliste de vacature van zonecommandant voor de derde maal open te verklaren;

X-16.372-4/10

Overwegende dat de gepubliceerde vacature voor zonecommandant de formele deelnemingsvoorwaarden van artikel 14, §2 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 vermeldt;

Overwegende dat een derde oproep niet langer een ‘eerste selectie’ in de zin van artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 maart betreft. Artikel 14

voorziet duidelijk twee stappen in de procedure van de eerste selectie.

Indien deze beide stappen doorlopen zijn, is er niet langer sprake van een eerste selectie en kan bijgevolg artikel 14 niet meer toegepast worden;

Overwegende dat de zone, na een vraag tot informatie, in kennis werd gesteld van bovenstaande door middel van een schrijven van de heer Minister, dd. 29/04/2015;

Overwegende dat de aanstelling van de heer Lieven Rijckaert tot zonecommandant bijgevolg gebaseerd is op een toepassing van een onjuist artikel van het koninklijk besluit van 26 maart 2014.”

IV. Schorsingsvoorwaarden

5. Overeenkomstig artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.

V. Voorwaarde van een ernstig middel

Standpunt van de partijen

6. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014.

Toegelicht wordt in een eerste onderdeel dat de verwerende partij het begrip “vacantverklaring” verwart met “selectie”. Pas na de derde oproep in het Belgisch Staatsblad “was er selectie”. Voor de eerste maal kon het selectiecomité een rangschikking voorleggen aan de zoneraad; daarin werd verzoeker als eerste gerangschikt. Het was de eerste selectie volgens de overgangsbepalingen in het koninklijk besluit.

X-16.372-5/10

In een tweede onderdeel doet verzoeker gelden dat artikel 14

niet de stappen beschrijft die gevolgd moeten worden in de procedure tot aanstelling van een zonecommandant. Het artikel beschrijft slechts de voorwaarden waaraan de kandidaten moeten voldoen. Het voldoen eraan “houdt niet in dat reeds een stap in de eerste selectie werd gezet”. De te volgen stappen worden beschreven, niet in artikel 14, maar in artikelen 3 tot en met 7 van het koninklijk besluit.

Volgens een derde onderdeel vermeldt artikel 14, § 2, letterlijk welke voorwaarden vervuld moeten zijn. Aan de voorwaarde van “gebrek aan ontvankelijke kandidatuur” werd bij de derde oproep nog steeds voldaan.

7. De verwerende partij werpt in de nota tegen dat artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 twee stappen voorziet bij de eerste selectie van de zonecommandant. De eerste stap is geregeld in artikel 14, § 1, en beoogt om in eerste instantie geschikte kandidaten te zoeken die vertrouwd zijn met de zone. Bij gebrek aan ontvankelijke kandidatuur of “weerhouden”

kandidaat wordt een nieuwe oproep tot kandidaatstelling gedaan overeenkomstig artikel 14, § 2 (tweede stap). Artikel 14, § 2, heeft aldus evenzeer betrekking op de eerste selectie van de zonecommandant. De tweede paragraaf bouwt verder op de eerste paragraaf.

Indien beide stappen doorgelopen zijn, is er niet langer sprake van een eerste selectie en kan bijgevolg artikel 14 niet meer worden toegepast.

Naar aanleiding van de derde oproep te dezen moest er dan ook rekening gehouden worden met artikel 4 en artikel 17 van het koninklijk besluit.

Telkenmale er een bekendmaking gebeurt in het Belgisch Staatsblad wordt er een selectieprocedure gestart. De vacantverklaring is de eerste procedurestap in de selectieprocedure en maakt er een evident onderdeel van uit. Dat blijkt ook uit artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014

waarin de vacantverklaring als eerste stap is opgenomen onder de selectievoorwaarden. Verzoeker gaat er volgens de verwerende partij dan ook

X-16.372-6/10

verkeerdelijk van uit dat er bij een derde oproep nog steeds sprake is van een “eerste selectie” in de zin van artikel 14 van het koninklijk besluit van 26 maart 2014.

Beoordeling

8. Volgens de overgangsbepaling van artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit van 26 maart 2014 worden de voorwaarden waaraan de kandidaat voor de functie van zonecommandant moet voldoen, vastgesteld in artikel 4, vervangen door andere, waaronder een nuttige ervaring hebben van ten minste drie jaar in de functie van dienstchef in één van de brandweerdiensten van de zone.

Is er geen ontvankelijke kandidatuur of een door de selectiecommissie “weerhouden” kandidaat, dan wordt, gelet op artikel 14, § 2, een nieuwe oproep tot kandidaatstelling gedaan en worden de voorwaarden vastgesteld in artikel 4 nog meer versoepeld. In de plaats van een nuttige ervaring hebben van minstens drie jaar als dienstchef in één van de brandweerdiensten van de zone volstaat dan een nuttige ervaring van minstens drie jaar als dienstchef tout court.

9. Met de verwerende partij wordt in de huidige stand van de procedure aangenomen dat artikel 14 § 2, “evenzeer” als artikel 14, § 1, betrekking heeft op de eerste selectie van de zonecommandant.

Dit houdt dan meteen in dat, anders dan de verwerende partij betoogt, er niet automatisch van een nieuwe “selectie” in de zin van artikel 14, § 1, sprake kan zijn als er middels een nieuwe bekendmaking in het Belgisch Staatsblad een nieuwe selectieprocedure wordt gestart. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou juist moeten worden aangenomen dat artikel 14, § 2, niét meer op de “eerste selectie” betrekking heeft, aangezien het voorschrift net “een nieuwe oproep tot kandidaatstelling” impliceert.

X-16.372-7/10

10. Vooralsnog wordt de term “selectie” (“sélection” in de Franse tekst) in artikel 14, § 1, begrepen als “keuze”. Het is bij de eerste keuze van de zonecommandant, of anders gezegd de keuze van de eerste zonecommandant, dat de voorwaarden van artikel 4 in eerste instantie worden vervangen door die in artikel 14, § 1, en in tweede instantie, als er geen ontvankelijke kandidatuur is of “een door de commissie weerhouden kandidaat”, door die van artikel 14, § 2.

Zolang de eerste keuze van een zonecommandant niet is gebeurd en dus de eerste zonecommandant nog aan te wijzen blijft, kan op het eerste gezicht rechtsgeldig toepassing worden gemaakt van de overgangsbepalingen in artikel 14.

11. Aangezien, in de concrete omstandigheden van de voorliggende zaak, (reeds) de eerste oproep tot kandidaatstelling niet tot een ontvankelijke kandidatuur of een door de commissie “weerhouden” kandidaat leidde, lijkt de zoneraad zich terecht op artikel 14, § 2, van het meer vermeld koninklijk besluit te hebben gebaseerd. Bijgevolg lijkt de verwerende partij ten onrechte verzoekers aanstelling te hebben vernietigd omdat ze op de toepassing van een “onjuist artikel”, namelijk artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit berustte.

12. Het middel is in de aangegeven mate ernstig.

VI. Voorwaarde van de spoedeisendheid

Standpunt van de partijen

13. Verzoeker argumenteert onder meer dat hij ten gevolge van de aanstelling van 3 augustus 2015 zijn ontslag indiende als vrijwillig brandweerman en beroepshalve als stafmedewerker beleidsinformatie en lid van het directiecomité verbonden aan het Sint-Andriesziekenhuis te Tielt, dat er ondertussen een vacature is geplaatst, en dat hij door de invulling van de vrijgekomen plaats werkloos wordt als hij geen zonecommandant kan worden.

Hij zal zelfs geen recht hebben op werkloosheidsuitkering aangezien het om een

X-16.372-8/10

zelf gegeven, vrijwillig ontslag gaat. Hierdoor zal hij in de problemen komen, gelet op de afbetaling van een recent aangegaan hypothecair woonkrediet, de studiekosten van het jongste kind en de maandelijkse vaste kosten. Hij zal onherroepelijk financiële schade lijden.

14. De verwerende partij wijst er in de eerste plaats op dat het ontslag en het feit dat verzoeker geen aanspraak op werkloosheidsuitkeringen zou kunnen maken, het gevolg zijn van de beslissing van de zoneraad en van zijn eigen handelen. De zoneraad heeft een beslissing genomen waarvan al van tevoren duidelijk was dat de minister ze zou vernietigen. Verzoeker van zijn kant is onzorgvuldig geweest door niet te hebben gewacht totdat de toezichtstermijn van 25 dagen verstreken was, alvorens zijn ontslag aan te bieden bij zijn hoofdwerkgever.

In de tweede plaats doet de verwerende partij gelden dat het nadeel louter financieel is en dat een dergelijk nadeel in beginsel herstelbaar is via de gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing.

Beoordeling

15. De verwerende partij slaagt er niet in de overtuigingskracht van verzoekers uiteenzetting onderuit te halen.

De dreiging dat verzoeker werkloos valt en geen werkloosheidsuitkeringen zal kunnen genieten, is een voldoende direct gevolg van de bestreden vernietiging van zijn aanstelling als zonecommandant.

Dat de zoneraad en verzoeker er geen rekening mee gehouden hebben dat de verwerende partij tot het bestreden vernietigingsbesluit kon of zou overgaan, kan hen bezwaarlijk als een tekort worden aangerekend nu hiervóór – ten minste voorlopig – gebleken is dat de vernietiging niet op goede grond berust.

X-16.372-9/10

De beweerde herstelbaarheid van een nadeel is niet op zich van aard uit te sluiten dat met de zaak een spoedeisendheid gepaard gaat die onverenigbaar is met de behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring.

16. Ook de schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid is vervuld.

BESLISSING

De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 26 augustus 2015 om de beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone Meetjesland van 3 augustus 2015 tot aanstelling van Lieven Rijckaert als zonecommandant te vernietigen.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee februari 2016, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Lust

X-16.372-10/10

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.701