Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565 Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565 · Conseil d'État

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

De vordering, ingesteld op 18 september 2015, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 22 juli 2015 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 januari 2015, houdende het verlenen aan de NV De Lokery van de vergunning voor het exploiteren van een slachthuis, gelegen aan de Nijverheidsstraat 24 te Westerlo, slechts gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565 · Conseil d'État: De vordering, ingesteld op 18 september 2015, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 22 juli 2015 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 januari 2015, houdende het verlenen aan de NV De Lokery van de vergunning voor het exploiteren van een slachthuis, gelegen aan de Nijverheidsstraat 24 te Westerlo, slechts gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

Mots-clés

Généré par l'IA
décharge sauvage déchet agricole risque industriel eau usée provenant de l'artisanat et de l'industrie entreprise téméraire surexploitation des ressources
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. é.565 van 21 januari 2016

in de zaak A. 217.115/VII-39.505.

In zake : de GEMEENTE WESTERLO

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV DE LOKERY

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 18 september 2015, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 22 juli 2015 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 22 januari 2015, houdende het verlenen aan de NV De Lokery van de vergunning voor het exploiteren van een slachthuis, gelegen aan de Nijverheidsstraat 24 te Westerlo, slechts gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

VII-39.505-1/18

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 januari 2016.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Burgemeester Guy Van Hirtum en schepen Iris De Wever, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Filip van Dievoet, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Alisa Konevina, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. Op 4 juni 2014, vervolledigd op 16 juli 2014, dient de NV De Lokery een milieuvergunningsaanvraag in voor de exploitatie van een slachthuis, met een capaciteit van 40.000 dieren per week, gelegen aan de Nijverheidsstraat 24

te Westerlo.

VII-39.505-2/18

De geplande inrichting is volgens het gewestplan Herentals-Mol gelegen in industriegebied. Volgens het bijzonder plan van aanleg “Moleneinde-Kapel-Houdt” ligt het perceel eveneens binnen een gebied voor industrie. In de onmiddellijke nabijheid bevinden zich geen woningen doch wel het kerkhof van Oevel.

3.2. De dienst Mer keurt op 22 mei 2014 een milieueffectenrapport goed.

3.3. Tijdens het openbaar onderzoek, gehouden van 8 augustus 2014

tot en met 8 september 2014, worden 494 bezwaarschriften en twee petitielijsten ingediend. In de bezwaarschriften wordt voornamelijk gewezen op de geurproblematiek, het transport, de verwerking van het afvalwater en de ruimtelijke draagkracht.

3.4. Op 6 november 2014 beslist de deputatie van de provincie Antwerpen de behandelingstermijn van de aanvraag met twee maanden te verlengen.

3.5. Van 19 november 2014 tot en met 19 december 2014 wordt een bijkomend openbaar onderzoek georganiseerd. Dat onderzoek levert 35 bijkomende bezwaarschriften op.

3.6. Bij besluit van 22 januari 2015 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde milieuvergunning onder voorwaarden voor een termijn van twintig jaar.

3.7. Tegen deze beslissing stellen een aantal inwoners en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Westerlo beroep in bij de bevoegde minister.

VII-39.505-3/18

3.8. In het kader van de beroepsprocedure worden de volgende adviezen uitgebracht:

a) de afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij op 25 maart 2015: gunstig;

b) het Agentschap Wegen en Verkeer op 30 maart 2015: gunstig;

c) de afdeling Ecologisch Toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij op 3 april 2015: gunstig mits oplegging van bijkomende voorwaarden inzake het aspect “lucht”;

d) de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen op 3 april 2015: gunstig;

e) het Agentschap Zorg en Gezondheid op 8 april 2015: gunstig op voorwaarde dat voor de luchtbehandeling wordt voorzien in een klassieke biofilter met een debiet van 72.000 m³/u;

f) het departement Mobiliteit en Openbare Werken op 21 april 2015: voorwaardelijk gunstig;

g) de afdeling Gebieden en Projecten van het departement Ruimte Vlaanderen op 24 april 2015: gunstig;

h) de afdeling Milieuvergunningen op 29 april 2015: de milieuvergunning kan onder bijkomende voorwaarden inzake luchtbehandeling verleend worden;

i) de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie op 5 mei 2015: beroepen gedeeltelijk gegrond verklaren en de gevraagde vergunning onder bijkomende voorwaarden inzake luchtbehandeling verlenen.

3.9. Met een besluit van 22 juli 2015 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw de bestuurlijke beroepen gedeeltelijk gegrond.

Dit is de thans bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd:

“Overwegende dat de beroepen ingediend door omwonenden en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Westerlo betrekking hebben op het verlenen van de milieuvergunning voor het exploiteren van een nieuw slachthuis met een capaciteit van 40.000 dieren per week of 736 ton geslachte dieren per dag en 226.000 ton levend gewicht per jaar;

VII-39.505-4/18

Overwegende dat in een straal van 100 m rondom de perceelgrens van de inrichting geen woningen zijn gelegen; dat de dichtste woning gelegen is op circa 250 m van de perceelgrens van het slachthuis;

Overwegende dat de inrichting gelegen is in een grotendeels ontwikkeld industriegebied, gelegen tussen het Albertkanaal en de E313; dat de inrichting gelegen is op circa 220 m van het woongebied van Oevel, gelegen in woongebied; dat dit woongebied gelegen is aan de overzijde van de E313; dat de inrichting gelegen is op circa 440 m van een woongebied met landelijk karakter (Moleneinde) en op circa 20 m van het kerkhof, gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut; dat dit kerkhof volledig is omsloten door industriegebied;

Overwegende dat de inrichting gelegen is op circa 4,3 km van de speciale beschermingszone ‘Valleigebied van de kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden’;

Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek 510 bezwaren, 1 petitie met 1.395 handtekeningen en 1 onlinepetitie met 1.481 handtekeningen werden ingediend die betrekking hebben op geurhinder, het ontbreken van een back-up voor het luchtwassysteem, het feit dat er onvoldoende rekening is gehouden met cumulatieve effecten met andere bedrijven, het onvolledige MER, de ligging van het kerkhof, mobiliteit en transporthinder, lawaaihinder, de ligging nabij een woongebied met school en kinderdagverblijf, de ligging van een winkelcentrum aan de overzijde van het kanaal, wateroverlast, de lozing van vervuild afvalwater, verspilling van schaars water, verspreiding van ziektekiemen en de impact op de gezondheid, ongedierte, dierenwelzijn, de vrees voor uitbreidingen, vragen omtrent de goede bedrijfsvoering, het feit dat het slachthuis een milieutechnische eenheid vormt met de vleesuitsnijderij Bens, waardedaling van vastgoed en de geringe bijkomende werkgelegenheid;

dat tijdens het tweede openbaar onderzoek 71 bezwaren werden ingediend met dezelfde inhoud als de bezwaren ingediend tijdens het eerste openbaar onderzoek, aangevuld met de onzekerheid over het hergebruik van water, de capaciteit van de waterzuiveringsinstallatie, het ontbreken van een draagvlak in de gemeenschap en transportroutes;

Overwegende dat de inrichting (overeenkomstig de EU-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) een GPBV-bedrijf betreft waarvoor in toepassing van art. 2.1.1 van titel III van het VLAREM

uitdrukkelijk is gesteld dat alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging moeten worden getroffen door toepassing van de beste beschikbare technieken zodat geen belangrijke verontreiniging veroorzaakt kan worden;

Overwegende dat er op 22 mei 2014 een milieueffectrapport (MER)

(nr. PRMER-0723) werd goedgekeurd door de dienst Mer;

Overwegende dat de exploitant een slachthuis uitbaat in het centrum van Lokeren; dat gelet op de ligging een herlokalisatie zich opdringt; dat er ook geen mogelijkheid is om uit te breiden; dat het slachthuis reeds samenwerkt met de vleesuitsnijderij nv Bens; dat deze vleesuitsnijderij gelegen is naast de projectlocatie;

Overwegende dat het slachthuis bestaat uit een ontvangstzaal, een stal, een vuile slachthal, een schone slachthal en een waterzuiveringsinstallatie;

VII-39.505-5/18

Overwegende dat de dieren (circa 750 dieren/uur) tussen 2u en 14u worden aangevoerd; dat de dieren in de ontvangsthal worden gelost; dat de dieren in afwachting van het slachten in stallen verblijven; dat de dieren na een bedwelming en verdoving worden gedood waarna het bloed wordt afgezogen, de dieren worden onthaard en de karkassen worden gereinigd en gedecontamineerd in de onreine zone; dat de karkassen verder worden verwerkt, gekeurd en gekoeld in de reine zone; dat na een koelcyclus van circa 4 u de dieren kunnen worden bewaard in afwachting van het afvoeren; dat de exploitant verwacht dat circa 50% van de karkassen naar de aanpalende uitsnijderij gaan via een automatische lijn; dat de overige 50% wordt afgevoerd voor externe verwerking;

Overwegende dat in het MER een inschatting is gemaakt van de geuremissie en -immissie; dat er verschillende geurbronnen worden beschreven;

Overwegende dat de stal en de ontvangsthal gesloten zijn; dat er 5 loskades voorzien zijn; dat deze loskades worden uitgerust met snelsluitende poorten; dat de lucht van de loskades afgezogen wordt met een verversingsgraad van 1,5 maal per uur; dat het afgezogen debiet per loskade 15.552 m³/u bedraagt; dat de lucht van de afvalopslag afgezogen wordt met een verversingsgraad van 3 maal per uur; dat het afgezogen debiet 3.780 m³/u bedraagt; dat de varkens slechts beperkt verblijven in de stal; dat de mest dagelijks wordt verwijderd; dat de lucht afgezogen wordt met een verversingsgraad van 2,5 maal per uur; dat het afgezogen debiet 26.460 m³/u bedraagt; dat de geurbelasting van de onreine slachthal eerder beperkt is; dat de lucht afgezogen worden met een verversingsgraad van 2 maal per uur; dat het afgezogen debiet 21.312 m³/u bedraagt; dat in de reine slachthal wordt gewerkt met gekoelde zones zodat er weinig geurhinder wordt verwacht afkomstig van deze zone; dat de lucht van de darmwasserij afgezogen wordt met een verversingsgraad van 3 maal per uur;

dat het afgezogen debiet 3.240 m³/u bedraagt; dat de afgezogen lucht behandeld wordt in een luchtzuiveringsinstallatie;

Overwegende dat een totaal debiet van circa 70.000 m³ lucht/u wordt afgezogen; dat het in het MER gebruikte geurmodel een debiet van 72.000 m³ lucht/u wordt gebruikt met een uitstoothoogte van 10 m; dat in het MER de lucht behandeld wordt door een biologische gaswasser;

Overwegende dat ter hoogte van de schroeioven een lichtverbrande geur kan worden waargenomen; dat de lucht van de schroeioven en de decontaminatieoven rechtstreeks wordt geëmitteerd zonder luchtzuivering; dat op basis van metingen bij gelijkaardige bedrijven kan gesteld worden dat de mogelijke geurhinder beperkt blijft tot de bedrijfsterreinen;

Overwegende dat op basis van ervarings- en literatuurgegevens wordt gesteld dat een goedwerkende biologische gaswasser de geuremissie van de gaswasser circa 1.500 OUe/m³ bedraagt; dat op basis van Nederlandse cijfers een inschatting is gemaakt van de geuremissie veroorzaakt door de schroeioven, de decontaminatieoven en de reine slachthal; dat de totale geuremissie afkomstig van het slachthuis circa 46.251 OUe/s bedraagt; dat de geur van het slachthuis als onaangenaam wordt beoordeeld;

Overwegende dat in het MER op basis van Nederlandse cijfers een geuremissie verwacht wordt van 25.796 OUe/s afkomstig van de

VII-39.505-6/18

waterzuiveringsinstallatie; dat in het MER gesteld wordt dat op basis van plaatsbezoeken en omgevingsmetingen bij diverse slachterijen de geur van een biologische waterzuivering doorgaans niet buiten de bedrijfsterreinen waar te nemen is; dat bijgevolg de voorgestelde emissies door de deskundigen als te hoog wordt beoordeeld; dat de geur afkomstig van de biologie als een neutrale geur wordt beoordeeld;

Overwegende dat er een verschillend toetsingskader is voor onaangename en neutrale geuren; dat daarom de geurimmissie veroorzaakt door het slachthuis apart wordt beoordeeld van de geurimmissie van de waterzuiveringsinstallatie;

Overwegende dat ter hoogte van geen enkele woning een negatief effect wordt verwacht afkomstig van de geur van de waterzuiveringsinstallatie; dat er een negatief effect (3 se/m³ PDF document ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.233.565