Court dismisses urgent suspension request due to failure to demonstrate extreme urgency and procedural delay.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the association's request to suspend the city's refusal of pool access for diving training. The court found that the applicants waited over three weeks after receiving the decision before filing, which contradicted the requirement of extreme urgency. Consequently, the court ruled that the necessary condition for granting an urgent suspension was not met.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, paragraphs 1 and 4 of the Council of State Act; extreme urgency is a mandatory prerequisite for suspending enforcement, and failure to act with the requisite speed results in dismissal of the request.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER
nr. 232.002 van 28 juli 2015
in de zaak A. 216.468/X-16.301
In zake: 1. de VZW SCHOONSPRINGEN/DEURNE MUGGENBERG
2. Hugo SPEELMANS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de STAD ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
De vordering, ingesteld op 16 juli 2015, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Antwerpen van 19 juni 2015 waarbij aan de vzw Schoonspringen/Deurne Muggenberg geen toelating wordt verleend voor het bekomen van een aantal uren schoonspringen in het Arena-zwembad te Deurne en van de e-mail van 25 juni 2015 waarbij dit besluit van 19 juni 2015 aan Hugo Speelmans is meegedeeld.
X-16.301- 1/14
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 juli 2015, om 11 uur.
Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sanne Schepers, die loco advocaat Reiner Tijs ver-
schijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Hans-Kristof Carême, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend ad-
vies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco-
ördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De eerste verzoekende partij is opgericht op 22 april 2013 en heeft als voornaamste doel, het aanleren, beoefenen en promotie van de Olympi-
sche sport ‘schoonspringen’.
3.2. De trainingen bij de eerste verzoekende partij worden georga-
niseerd door tweede verzoeker dewelke in de discipline ‘schoonspringen’ 27 keer Belgisch kampioen is geweest en verschillende Europese en wereldkampioen-
schappen heeft gewonnen.
X-16.301- 2/14
3.3. Op 17 maart 2014 vraagt de eerste verzoekende partij aan de verwerende partij om voor het seizoen 2014-2015, het Arena-zwembad te Deurne te mogen gebruiken voor het beoefenen van het schoonspringen.
3.4. Op 26 juni 2014 antwoordt de verwerende partij aan de eerste verzoekende partij dat “geen zwemwater kan worden aangeboden op de aange-
vraagde momenten” omdat deze ofwel reeds bezet zijn, ofwel zijn voorbehouden voor publieke zwembeurten en dat er alleen nog zwemwater vrij is voor sport-
verenigingen op woensdag en donderdag van 22.00 tot 23.00 u.
3.5. Met een e-mail van 29 augustus 2014 schrijft de verwerende partij aan de eerste verzoekende partij dat de uren voorbehouden voor het schoonspringen zijn: dinsdag van 19.00 tot 21.30 u. en zaterdag van 09.30 tot 12.30 u., en dat gedurende het seizoen 2014-2015 'KAZSC schoonspringen' van die uren gebruik maakt. Herhaald wordt dat er niets meer vrij is buiten de vrije uren voor sportclubs die al eerder zijn meegedeeld.
3.5. Op 27 februari 2015 stelt de eerste verzoekende partij bij de Raad van State een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging in van:
“1. De administratieve beslissing van de stad Antwerpen van 29 augustus 2014 waarbij aan de vzw SDM Schoonspringen/Deurne Muggenberg geen toelating werd verleend voor het bekomen van een aantal uren schoon-
springen in het arena-zwembad te Deurne.
2. De administratieve beslissing van de stad Antwerpen van onbekende datum waarbij aan een andere (rechts)persoon (KAZSC schoonspringen)
voor het seizoen 2014-2015 een aantal uren schoonspringen in het are-
na-zwembad te Deurne werden toegekend.
3. De administratieve beslissing van de stad Antwerpen van onbekende datum waarbij aan de vzw SDM Schoonspringen/Deurne Muggenberg geen toelating werd verleend voor het bekomen van een aantal uren schoonspringen in het arena-zwembad te Deurne en waarbij aan een andere (rechts)persoon (KAZSC schoonspringen) wel een aantal uren schoon-
springen in het arena-zwembad te Deurne werden toegekend.”
Tevens wordt gevraagd dat als voorlopige maatregel wordt op-
gelegd, onder de verbeurte van een dwangsom, dat de verwerende partij op korte
X-16.301- 3/14
termijn minimaal drie uur ter beschikking stelt van de eerste verzoekende partij om in het Arena-zwembad het schoonspringen te beoefenen.
3.6. Bij arrest nr. 231.597 van 16 juni 2015 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing evenals de vordering tot het opleggen van een voorlopige maatregel onder verbeurte van een dwangsom.
3.7. De eerste verzoekende partij dient voor het seizoen 2015-2016
een aanvraag in om zwemuren ter beschikking te krijgen.
3.8. Op 19 juni 2015 neemt de verwerende partij het volgende be-
sluit:
“115 2015SBS_05184 Sport. Beschikkingsvoorstellen stedelijke sportac-
commodaties -Sportseizoen 2015-2016 - Goedkeuring Motivering Gekoppelde besluiten 2014_GR_00818 - Sport. Retributiereglement - Gebruik stedelijke zwembaden, sporthallen, openlucht sportinfrastructuur en ijsbaan - Goed-
keuring Aanleiding en context Zowel vaste als nieuwe scholen, verenigingen en particulieren kunnen jaarlijks vanaf maart digitaal een aanvraag indienen voor het gebruik van de stedelijke sportaccommodaties voor het volgende sportseizoen. Tegen eind mei maakt de afdeling sport het bezettingrooster op voor elke sport-
accommodatie waarbij elke aanvrager bericht krijgt of hij al dan niet kan beschikken via:
- Een eenzijdig beschikkingsvoorstel waarin alle afspraken betreffende het gebruik van de gereserveerde sportaccommodatie worden opgenomen alsook het sportmoment, de frequentie en het tarief waaraan de aanvrager kan komen sporten;
- een begeleidende mail waarbij de dienst sport een recreatie motiveert waarom het aangevraagde sportmoment niet aangeboden kon worden aan de betrokkene.
In de bijlage van dit besluit w[o]rden alle verenigingen, scholen en parti-
culieren opgenomen die tijdens het seizoen 2015-2016 kunnen beschikken over de stedelijke sportaccommodaties.
Juridische grond Overeenkomstig artikel 57 §3, 1" van het Gemeentedecreet is het collège van burgemeester en schepenen bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen eigendommen.
Argumentatie
X-16.301- 4/14
Bij de jaarlijkse opmaak van de nieuwe bezettingsroosters hanteert de af-
deling sport een algemeen afwegingskader voor het toekennen van de aangevraagde sportruimte. Vooral tijdens de piekmomenten is het aantal aanvragen groter dan het aanbod. Het afwegingskader laat toe om het toewijzingsproces een geobjectiveerde en gemotiveerde manier toe te passen en bestaat uit onderstaande kwantitatieve en kwalitatieve uit-
gangspunten.
Kwantitatieve uitgangspunten:
- Financiële historiek binnen de afdeling sport en recreatie van de aanvra-
ger;
- Aanwezigheidspercentage tijdens het huidige en/of vorige sportseizoen;
- Gemiddeld aantal aanwezige sporters versus de gevraagde sportruimte en eigen aan de sporttak;
- Aantal forfaitaire boetes die werden aangerekend tijdens het huidige en/of vorige sportseizoen;
- Aantal incidenten opgenomen in het logboek van de sportaccommodatie (klachten, overtredingen, vandalisme,...)
-Voorrang aan erkende Antwerpse sportclubs.
Kwalitatieve uitgangspunten:
- Voorrang aan partners met een hogere maatschappelijke meerwaarde door onder meer in te zetten het bereiken van niet-sportieve doelen;
- Voorrang aan partners die inzetten op medisch en ethisch verantwoord sporten;
- Voorrang aan partners die de sportaccommodatie het gehele sportseizoen in gebruik nemen ten opzicht van partners die slechts een deel van het seizoen aanvragen;
- Voorrang aan partners die al actief zijn in de sportaccommodatie op voorwaarde dat deze voldoen aan de bovenstaande kwantitatieve voor-
waarden;
- Voorrang aan partners met een uitgebreide jeugdwerking;
- Voorrang aan voldoende grote partners versus partners met een kleine werking;
- Voorrang aan partners die open staan voor iedereen.
Er werd bewust gekozen om deze uitgangspunten niet hiërarchisch toe te passen maar te hanteren als handelingskader wanneer twee of meerdere partners hetzelfde sportmoment wensen te reserveren. Voor het sportsei-
zoen 2015-2016 zijn de toegekende beschikkingsvoorstellen opgenomen in de lijst als bijlage bij dit besluit.
Financiële gevolgen Nee Algemene financiële opmerkingen De retributie is verschuldigd door de gebruiker conform het huidige retri-
butiereglement op de stedelijke zwembaden, sporthallen, openluchtsport-
infrastructuur en ijsbaan (gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2014, jaarnummer 818)
Strategisch kader Dit besluit past in de realisatie van:
Doelstellingen/projecten:
X-16.301- 5/14
- 5- Bruisende stad - Meer Antwerpenaren sporten of bewegen waardoor de mentale en fysieke gezondheid, de individuele ontplooiing en de samenhorigheid van de Antwerpenaren wordt bevorderd - Er is meer kwalitatieve en toegankelijke sport- en beweegruimte die zin geeft om op een gezonde manier te sporten en te bewegen met respect voor elkaar en de infrastructuur - Sportinfrastructuur wordt efficiënt en klantvriendelijk geëxploiteerd Besluit Artikel 1
Het college keurt goed dat de verenigingen/scholen en particulieren op-
genomen in de bijlage kunnen beschikken over de voor hen gereserveerde stedelijke sportaccommodatie tijdens het sportseizoen 2015-2016 volgens de voorwaarden opgenomen in de beschikkingsvoorstellen.
Artikel 2
Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.
Bijlagen 1. Bijlage bij dit besluit: Beschikking_2015_2016.pdf'”.
Dat is de eerste bestreden beslissing.
3.9. Met een e-mail van 25 juni 2015 wordt de eerste bestreden be-
slissing aan tweede verzoeker – die secretaris is van de eerste verzoekende partij –
meegedeeld. Deze mail luidt:
“Geachte heer Speelmans, Via de zwembadbeheerder van zwembad Arena vernam ik dat u nog steeds vragen heeft over de beschikbare uren voor schoonspringen.
De uren voorbehouden voor schoonspringen zijn: dinsdag van 19:00u tot 21:30u, en zaterdag van 9:30u tot 12:30u.
Voor het seizoen 2014-2015 maakt KAZSC schoonspringen gebruik van deze uren.
Gezien de beschikbare uren reeds ingenomen zijn door een vereniging die al jaren zonder enig probleem gebruik maakt van zwembad Arena zijn er geen uren vrij om nieuwe clubs op te nemen.
Zoals u reeds werd meegedeeld zijn de beschikkingscontracten voor sei-
zoen 2014-2015 reeds toegekend. Buiten de vrije uren voor sportclubs die u al eerder zijn meegedeeld, is er niets meer vrij.
Er is momenteel een evenwichtige verdeling van het zwemwater voor pu-
bliek, scholen en sportverenigingen, hieraan wordt niet meer gewijzigd.
Ik meen dat hiermee voldoende bent ingelicht en wens u hiermee dan ook de mailcorrespondentie over dit onderwerp af te sluiten.
Met vriendelijke groeten, Joris Wils”
X-16.301- 6/14
Dat is de tweede bestreden beslissing.
IV. Ontvankelijkheid van de vordering
4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver-
werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
V. Onderzoek van de vordering
5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min-
stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood-
zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
6. De verzoekende partijen lichten de uiterst dringende noodzake-
lijkheid als volgt toe:
“74. In casu laten de gevolgen van de bestreden beslissing […] zich on-
middellijk gevoelen. Deze gevolgen zijn ook ernstig […]. Bovendien heeft de bestreden beslissing zelf slechts een tijdelijke werking […]. Al deze elementen maken gezamenlijk dat de procedure ten gronde en ook de ge-
wone procedure tot schorsing onherroepelijk te laat komen en niet af-
doende kunnen verhelpen aan de problematiek waarmee verzoekende par-
tijen geconfronteerd worden. De rechten en belangen van [de verzoekende partijen] worden door een eventuele navolgende vernietiging niet, laat staan afdoende gewaarborgd. Ook de gewone schorsing zou pas tussen-
komen op een moment dat verzoekende partijen reeds een groot deel of het grootste deel van de nadelen geleden zouden hebben en de schade onher-
X-16.301- 7/14
roepelijk zal zijn opgetreden derwijze dat de schorsing op een later moment slechts zeer partieel verdere schade zou kunnen voorkomen.
[…]
81. Ontegensprekelijk ondervinden verzoekende partijen nadelen als ge-
volg van de bestreden beslissing.
82. De eerste verzoekende partij is een vzw die tot doel heeft de olympische sport schoonspringen te beoefenen, promoten en aan te Ieren aan de leden.
Zij heeft de aanvraag voor het bekomen van uren voor het benutten van de schoonspringinstallatie ingediend. Zij is dan ook zwaar gegriefd door het feit dat zij geen enkel uur schoonspringen toegekend krijgt in de enige schoonspringinstallatie die in Antwerpen bestaat, terwijl de enige andere club wel uren toebedeeld krijgt en de facto een monopoliepositie verwerft.
83. De tweede verzoekende partij, de heer Speelmans, is secretaris van de vzw, maar tevens ook trainer van de club én lid van de club. Hij was 27 keer Belgisch kampioen schoonspringen. Zijn leven staat in het teken van de beoefening van deze olympische sport. Zijn leven bestaat erin om zijn passie voor deze sport door te geven aan leden binnen de club. Doordat geen enkel uur schoonspringen wordt toegekend, kan hij deze sport zelf niet beoefenen én niet aanleren aan de leden binnen zijn club. De wereld van verzoeker stort hiermee in.
84. Deze nadelen worden hierna verder concreet toegelicht.
[…]
88. Er kan niet ontkend worden dat de weigering tot het toekennen van uren schoonspringen in het zwembad arena rechtstreeks de aangevoerde nadelen veroorzaakt. Indien wél uren toegekend zouden geweest zijn, zoals rede-
lijkerwijze verwacht kon worden in functie van de benuttingsgelijkheid en gelet op de concrete omstandigheden (slechts 1 schoonspringinstallatie in heel Antwerpen, slechts twee geïnteresseerde clubs, slechts beperkt aantal uren en beperkt zwemwater noodzakelijk en in het verleden perfect moge-
lijk dat twee clubs actief waren), dan had deze procedure uiteraard volstrekt overbodig geweest.
[…]
92. Verzoekende partij […] toont […] de ernst van de onherroepelijk te lijden gevolgen/nadelen aan.
93. Er werden aan eerste verzoekende partij geen uren toegekend om voor het seizoen 2015-2016 gebruik te maken van het arena-zwembad. Enkel de vereniging KAZSC schoonspringen kreeg de toestemming om gebruik te maken van de schoonspringinstallatie in het arena-zwembad.
94. Doordat aan verzoekende partij geen uren werden toegekend, zal zij een jaar moeten wachten vooraleer zij in aanmerking kan komen om een nieuwe aanvraag in te dienen, zonder enige garantie dat dan wel uren zouden toegekend worden.
95. Zulks heeft uiteraard nefaste gevolgen voor de activiteiten van ver-
zoekende partij.
96. Een vzw die als voornaamste doel heeft, het aanleren en beoefenen van schoonspringen, dient logischerwijze over de nodige accommodatie te beschikken. In en rond Antwerpen is er slechts 1 zwembad waarin deze discipline beoefend kan worden, dit is in het arena-zwembad te Deurne.
X-16.301- 8/14
97. Vermits verzoekende partij hiervan geen gebruik kan maken, kan zij haar doel niet verwezenlijken. Zij kan geen leden behouden of verwerven.
Integendeel, de monopoliepositie van de enige concurrerende club is moordend. Bovendien hanteert Stad Antwerpen dan ook nog eens het vol-
strekt irrelevante criterium van het ledenaantal om voorrang aan de ene club te geven boven de andere. Indien men evenwel geen toegang kan nemen tot de installatie kunnen geen leden behouden of geworven worden en eindigt men in een straatje zonder einde. De vereniging is dan ten dode opgeschreven.
98. De heer Speelmans heeft zijn hele leven gewijd aan de olympische sport schoonspringen. Als trainer van SDM wil hij zijn kennis en kunde doorgeven aan nieuwe leden. Gelet op de gevorderde leeftijd van verzoeker (midden 80) heeft hij ook geen oneindig aantal jaren meer te gaan. Meer dan ooit moet tweede verzoeker zijn musculaire werking onderhouden. In een topsport kan de rol niet gelost worden en moet men op continue wijze kunnen trainen en aansluiting vinden bij wat in het zwembad en aan de trainingsinstallatie gebeurt. Dit wordt volstrekt onmogelijk gemaakt.
Verzoekende partij gaat er compleet onderdoor. Zijn hele leven heeft hij gewijd aan het schoonspringen. Dit houdt op doordat hij geen toegang krijgt tot de enige schoonspringinstallatie in Antwerpen. Dit is een bij-
zonder zwaar moreel nadeel, dat gelet op de gevorderde leeftijd er zeker niet minder op wordt. Verzoeker kan geen eindeloze procedure blijven voeren om gewoon maar toegang te krijgen tot de openbare dienst en tot de schoonspringinstallatie. Hij verliest ondertussen elke voeling met het veld, de spiermassa gaat teloor en de kennis en kunde gaat verloren, de continu-
ïteit en verbondenheid met de leden gaat teloor.
99. Theoretisch is het mogelijk om het schoonspringen ook te beoefenen in Genk. Dit is het dichtstbijzijnde zwembad waar de discipline schoon-
springen kan worden beoefend. Praktisch gezien is dit evenwel geen optie.
Het betreft een in Antwerpen gevestigde club, waarvan ook de trainer, tweede verzoekende partij, in Antwerpen woont. Een verplaatsing heen en weer naar Genk bedraagt minimaal 108 minuten en bedraagt bijna 182 km.
[…]
100. Voor twee uur schoonspringen zou men derhalve bijna twee uur on-
derweg zijn en liters benzine verspillen. Dit is waanzin. De club en de trainer kunnen dit niet aan en het is onmogelijk op die manier leden te behouden of te werven.
101. Er kan toch niet verwacht worden dat tweede verzoekende partij in Genk gaat wonen terwijl hij achter zijn deur een schoonspringinstallatie heeft staan. De heer Speelmans woont in de Arthur Matthyslaan 28 te Deurne. Het arenazwembad bevindt zich aan de arenaweide in Deurne. Dit is minder dan 1 km en te voet nog geen tien minuten wandelen.
[…]
102. Als gevolg van de bestreden beslissing zou men dus moeten uitwijken naar Genk. Wekelijks dient dan een grote verplaatsing heen en weer naar Genk gemaakt te worden, wat uiteraard veel tijd in beslag neemt, maar ook verhoogde (verplaatsings)kosten met zich meebrengt. Door deze weke-
lijkse verplaatsing van meer dan 180 km voor maar twee uur te trainen,
X-16.301- 9/14
verbaast het niet dat niemand geïnteresseerd is om lid te worden van de club en dat derhalve de enige andere concurrerende club hiervan profiteert en haar monopoliepositie ten nadele van verzoekers nog verder zal ver-
stevigen, wanneer zij, geholpen door de discriminerende criteria van stad Antwerpen, zal kunnen aantonen dat zij wél reeds gevestigd is en dat zij meer leden heeft etc...
103. SDM is dus ten dode opgeschreven. De heer Speelmans die zijn hele leven aan deze sport gewijd heeft, gaat dood van verdriet en teleurstelling.
104. De verplaatsing naar Genk brengt ook heel wat kosten met zich mee.
Een wekelijkse verplaatsing van ca. 180 km aan 0.30 euro per km, bedraagt 60 euro. Dit staat absoluut niet in verhouding met de effectieve tijd die zij in het zwembad doorbrengen om te trainen. De club kan dergelijke bij-
komende kost niet blijven dragen en brengt aldus eveneens het voortbe-
staan van de vzw in het gedrang. De werkingsmiddelen van een vzw zijn immers zeer beperkt en de bijkomende kosten wegen dermate zwaar door dat de financiële situatie van de vzw in het gedrang komt:
a. afnemend aantal leden, geen nieuwe leden (= verminderde inkomsten)
b. nutteloze verplaatsingen (=bijkomende kosten)
105. Deze situatie is niet meer in evenwicht en leidt tot een volledige de-
stabilisatie en ondermijning van de hele club op het vlak van behoud van leden, wervingskracht van nieuwe leden, motivatie van trainer en leden, financiële draagkracht van de club etc..
106. Het voeren van een gewone schorsingsprocedure heeft ook geen en-
kele zin. Vooreerst gelden de beschikkingscontracten slechts voor een beperkte periode van 1 jaar, zodat op het moment van de eventuele tussen te komen schorsing, het grootste deel van de hoger aangetoonde nadelen reeds geleden is. Bovendien kan dergelijke gewone schorsing de onher-
roepelijk aangebrachte schade ook niet meer herstellen. Wanneer men enkele maanden zijn werking volledig dient te onderbreken, dan is dit ne-
fast voor topsporters. In dergelijke discipline is continuïteit van wezenlijk belang om de competenties en de spieren en de soepelheid van het lichaam te behouden. Als leden niet kunnen trainen zullen ze uiteraard niet naar de club komen. Ondertussen staat ook de trainer werkloos toe te kijken en verliest hij elke band met de leden en met de sport. Zelf dient hij uiteraard ook zijn vaardigheden te behouden, hetgeen niet mogelijk is wanneer men de schoonspringinstallatie niet kan benutten. Zich aansluiten bij de enige concurrerende club is uiteraard moreel gezien onmogelijk. Het eigen kind zien doodgaan om dan maar bij de concurrentie aan te kloppen. Dat zou cynisch zijn.
107. Dit alles klemt des te meer, daar de andere club ondertussen leden kan werven, terwijl dit gedurende maanden niet mogelijk zou zijn voor ver-
zoekende partijen. Aan het einde van de rit komt stad Antwerpen dan voor het volgende werkingsjaar te hulp met criteria die betrekking hebben op het feit of men reeds een in het arenazwembad gevestigde club is en of men al dan niet meer leden heeft. Wanneer verzoekende partijen moeten wachten op een schorsing in een gewone schorsingsprocedure dan is de termijn al-
licht al ver gevorderd en wordt gestart met een enorme achterstand die
X-16.301- 10/14
nooit meer valt in te halen en die verder ten eeuwigen dagen in het nadeel van verzoekers zal verder spelen.
[…]
110. Toch moet ook op de financiële nadelen gewezen worden. Uit het rekeningovericht blijkt immers dat de vzw enkel nog maar kosten heeft gehad aan advocaten, benzine, aansluiting bij de Vlaamse zwemfederatie etc. Daar tegenover staan geen inkomsten aangezien de club niet kan werken en geen leden kan werven. Tot op heden werd door de heer Speelmans meer dan 4.000 EUR geleend aan de vzw om de kosten te kunnen dekken. Dit is onhoudbaar. Er dient vastgesteld te worden dat de vereniging SDM volledig doodgemaakt wordt door de thans bestreden be-
slissing. De activiteiten moeten de facto gestaakt worden. Daardoor kunnen geen leden behouden of geworven worden. De hele werking wordt hierdoor ondermijnd.
111. In hoofde van tweede verzoekende partij wordt naast de hoger ver-
noemde nadelen effectief ook een moreel nadeel weerhouden. Dit is evenwel ernstig. Iemand die heel zijn leven aan de topsport heeft gewijd, inzonderheid aan de discipline schoonspringen, die kan de beoefening hiervan niet missen gedurende enkele maanden. Dergelijke persoon kwijnt weg van verdriet en ontgoocheling. Dit wordt niet goedgemaakt met een vernietiging of zelfs maar een gewone schorsing omdat de beoefening van deze discipline het wezen zelf van de betrokkene uitmaakt. De mogelijk-
heid om van de schoonspringinstallatie gebruik te maken is geen loutere bijkomstigheid of luxe, maar is een essentieel onderdeel van het zijn zelf van de betrokkene. Door de gevorderde leeftijd van verzoekende partij is het gemis, hoe kortstondig ook, nog van grotere betekenis dan voor iemand die nog jaren te gaan heeft. Tegen het moment dat in een gewone schor-
singsprocedure uitspraak moet gedaan worden, is verzoekende partij weggekwijnd van verdriet, nog los van het feit dat het verstrijken van de periode ernstige gevolgen heeft op musculair gebied en op de voeling met deze discipline die een continue training vereist.
[…]
114. De beperkte geldingsduur van de bestreden beslissing kan het toe-
passen van de procedure bij UDN rechtvaardigen.
115. In casu geldt de beslissing van de stad Antwerpen voor de terbe-
schikkingstelling van het zwembad aan de verschillende sportclubs, slechts voor de periode van 1 jaar.
116. Telkens opnieuw moet dit aangevraagd worden. Als telkens een ver-
nietiging of gewone schorsing gevraagd zou moeten worden wanneer aan verzoekers geen terbeschikkingscontract wordt aangeboden, dan is van een effectieve rechtsbescherming gewoon geen sprake. Immers tegen dat uit-
spraak wordt gedaan is het grootste deel van de termijn reeds om en bij de nieuwe aanvraag zal men afgerekend worden omdat men niet gevestigd is of minder leden heeft, terwijl men natuurlijk geen leden kan werven als men niet operationeel kan zijn. Dit zou dan een vicieuze cirkel worden.
[…]
X-16.301- 11/14
125. In casu kan enkel vastgesteld worden dat verzoekende partij, gegeven de concrete omstandigheden, met de nodige diligentie en voortvarendheid is opgetreden.
126. De bestreden beslissing werd eerst op 25 juni ter kennis gegeven aan verzoekende partij, overigens, doch geheel ter zijde, tijdens de vakantie-
periode van de raadsman van verzoekende partijen (van 25 juni - 5 juli).
127. Op 14 juli werd dor verzoekers nog contact genomen met de verwe-
rende partij teneinde te trachten een procedure te vermijden.
[…]
128. Hierop werd evenwel niet ingegaan.
129. Er restte niets anders dan onmiddellijk nadien een verzoek bij UDN op te maken en in te dienen.
130. Dit alles is gebeurd binnen een zeer korte redelijke termijn, waarbij, zeker in de vakantieperiode, alleszins diligent werd opgetreden en waarbij alsnog getracht werd de procedure te vermijden, hetgeen jammer genoeg niet gelukt is.”
Beoordeling
7. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van ver-
dediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
De toepassing ervan kan alleen worden aanvaard indien de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal ko-
men. Dit impliceert dat verzoekster met de vereiste spoed en diligentie is opge-
treden. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Die dwingende vereiste moet zijn vervuld opdat de Raad van State verzoekster zou toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
8. De eerste bestreden beslissing van 19 juni 2014 werd aan de verzoe-
kende partijen meegedeeld met een e-mail van 25 juni 2014, deze laatste zijnde de tweede bestreden beslissing.
X-16.301- 12/14
De verzoekende partijen hebben hun vordering pas ingediend op 16 juli 2015 zodat zij na kennisname van de bestreden beslissingen meer dan drie weken hebben laten verlopen. Indien de verzoekende partijen een uitermate hoge graad van urgentie aan deze zaak toeschrijven, hadden zij zonder talmen, en al zeker niet pas na ruim drie weken, hun vordering moeten indienen. Deze handel-
wijze staat haaks op de aard zelf van een schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid en houdt de negatie in van de uiterst dringende noodzakelijkheid.
Een aanvaardbare uitleg voor het drie weken wachten vooraleer hun vordering in te dienen, hebben de verzoekende partijen niet. Het feit dat de raadsman van de verzoekende partijen van 25 juni 2015 tot 5 juli 2015 met va-
kantie was – de verzoekende partijen geven zelf aan dat dit slechts terzijde is –
rechtvaardigt niet het stilzitten van de verzoekende partijen. Ook het gegeven dat de verzoekende partijen nog op 14 juli 2015 gepoogd hebben om de verwerende partij te bewegen haar beslissing te heroverwegen, kan niet overtuigen aangezien de verzoekende partijen ook voor die vraag tot heroverweging negentien dagen hebben gewacht alvorens dit initiatief te nemen.
Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partijen niet met de vereiste spoed zijn opgetreden. Het bestaan van de uiterst dringende noodzake-
lijkheid van de vordering is niet aangetoond.
9. Er is niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissingen te kunnen bevelen.
Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
X-16.301- 13/14
VI. Rechtsplegingsvergoeding
10. De verwerende partij vraagt dat de verzoekende partijen, op grond van artikel 30/1 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, zouden worden veroordeeld tot betaling van de wettelijk voor-
ziene rechtsplegingsvergoeding. Er is grond om te dezen het basisbedrag van 700 euro toe te kennen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid begroot op 400 euro rolrecht, elk voor de helft en op 700 euro rechtsplegingsvergoeding, elk voor de helft, verschuldigd aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig juli 2015, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:
Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Bruno Seutin
X-16.301- 14/14
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2015:ARR.232.002