Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.384 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.384 Généré par l'IA

Belgian court dismisses urgent suspension request for security regime renewal as internal order measure.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.384
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's urgent request to suspend the renewal of his individual security regime in a Belgian prison. The court determined that the measure was based on safety considerations rather than disciplinary punishment, classifying it as an internal order action. Consequently, the court ruled that such administrative orders do not grant subjective rights and are therefore not subject to annulment proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 118 of the Prison Act; Article 8 of the Basic Law: Measures taken by prison directors for security and order are internal administrative orders and do not constitute subjective rights, thus precluding annulment appeals.

Mots-clés

Généré par l'IA
prison security regime internal order measures subjective rights annulment appeal prison administration urgent suspension disciplinary punishment maintien en détention de sécurité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 118 of the Prison Act of 12 January 2005
Article 8 of the Basic Law

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Council of State, Case nr. 116.899 of 11 March 2003 (De Smedt)
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 217.384 van 19 januari 2012

in de zaak A. 203.236/XIV-33.902

In zake : Carl DE SCHUTTER

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te 3730 Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 16 januari 2012, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 11 januari 2012 van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen waarbij verzoekers individueel bijzonder regime wordt hernieuwd voor een periode van twee maanden, gaande vanaf 12 januari 2012 tot en met 10 maart 2012.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 januari 2012 om 11.30 uur.

Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Pascal Quadflieg, die loco advocaat Jürgen Millen verschijnt voor de verzoeker, en attaché Xaveer Laureyns, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

XIV- 33.902-1/4

Adjunct-Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De verzoeker verblijft sedert 15 mei 2011 in de gevangenis van Hasselt en verbleef voorheen in de gevangenis van Brugge.

3.2. Op 18 maart 2011 wordt de verzoeker in een individueel bijzonder veiligheidsregime geplaatst, met hernieuwing op 28 juni 2011, 16 juli 2011, 15 augustus 2011, 14 september 2011, 13 oktober 2011 en 13 november 2011.

3.3. Bij beslissing van 11 januari 2012 van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen wordt verzoekers individueel bijzonder regime nogmaals hernieuwd voor een periode van twee maanden, gaande vanaf 12 januari 2012 tot en met 10 maart 2012:

“(…)

Ondergetekende, directeur-generaal Hans Meurisse Gelet op de concrete omstandigheden en gedragingen van de gedetineerde DE SCHUTTER Carl, geboren te Essen op 18/03/1966

Die hierna vermeld worden en die toelaten te geloven dat de betrokkene een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormt Aangezien de kennisgeving van de motivering van deze beslissing de veiligheid ernstig in gevaar zou brengen kunnen de redenen die aan deze beslissing ten grondslag liggen overeenkomstig artikel 8 van de Basiswet niet worden meegedeeld.

Betrokkene werd op 18/03/2011 in een individueel bijzonder veiligheidsregime geplaatst met versoepeling op 28/06/2011 en hernieuwing op 16/07, 15/08, 14/09, 13/10/2011 en 13/11/2011.

Het individueel bijzonder veiligheidsregime van betrokkene wordt hernieuwd mits versoepeling.

deelt mee aan de directeur van de gevangenis Hasselt dat het individueel bijzonder veiligheidsregime van gedetineerde DE SCHUTTER Carl hernieuwd wordt voor de duur van 2 maanden vanaf 12/01/2012 tot en met 10/03/2012

Het volgende individueel bijzonder veiligheidsregime is van toepassing overeenkomstig titel VI, afdeling III van de wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden.

XIV- 33.902-2/4

X uitsluiting van deelname aan volgende gemeenschappelijke of individuele activiteiten:

Betrokkene kan niet deelnemen aan de gemeenschappelijke wandeling of aan eventuele andere activiteiten die op de wandelingen van de gevangenis doorgaan.

De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een dergelijke maatregel, behoudt het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten met betrekking tot de eredienst, vorming, vrijetijdsbesteding, arbeid, evenals het recht op contacten met de buitenwereld via briefwisseling, bezoek en telefoon (de contacten met de diplomatieke of consulaire autoriteiten inbegrepen) voor zover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel.

Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de gedetineerde die het origineel tekent en er een kopie van ontvangt.

De directeur-generaal, Hans Meurisse (…)”.

Dit is de bestreden beslissing.

IV. Ontvankelijkheid van de vordering

4.1. De directeur van een strafinrichting is verantwoordelijk voor de goede werking en de goede orde in zijn inrichting. Hij kan met het oog daarop ten aanzien van wie in de gevangenis verblijft een veelheid van maatregelen treffen waarbij hij optreedt als een orgaan van het actief bestuur zodat de Raad van State principieel bevoegd is om de geschillen daaromtrent te behandelen, in zoverre bij hem niet de erkenning van een subjectief recht wordt nagestreefd.

4.2. Evenwel, zoals de Raad van State in het arrest nr. 116.899 van 11 maart 2003 inzake De Smedt heeft uiteengezet, zijn die maatregelen, in zoverre zij uitsluitend of hoofdzakelijk ingegeven zijn door veiligheids- en voorzichtigheidsoverwegingen, maatregelen van inwendige orde, waartegen in principe geen annulatieberoep open staat; het is slechts anders wanneer de betrokken maatregel er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt een gedetineerde te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen.

4.3. Uit de stukken van het dossier blijkt dat de bestreden maatregel zijn rechtsgrond vindt in artikel 118 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden. Die bepaling laat de directeur-

generaal van de penitentiaire administratie toe, wanneer de voorwaarden van artikel 116 van de wet vervuld zijn, aan een gedetineerde een “individueel bijzonder veiligheidsregime” op te leggen. De wet zelf verleent aldus aan de bestreden beslissing het karakter van een

XIV- 33.902-3/4

veiligheidsmaatregel. Dit laatste blijkt bovendien evenzeer uit de uitdrukkelijke bewoordingen (zie randnummer 3.3) van de bestreden beslissing.

4.4. De verzoeker toont niet aan dat de bestreden beslissing er uitsluitend of hoofdzakelijk toe strekt hem te bestraffen wegens disciplinaire tekortkomingen. De bestreden beslissing moet als een veiligheidsmaatregel worden beschouwd waarmee de goede werking van de instelling wordt verzekerd. Als maatregel van orde kan zij niet het voorwerp uitmaken van een annulatieberoep.

Dienvolgens is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet ontvankelijk.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 januari 2012, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Stephan De Taeye

XIV- 33.902-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.384