Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.217.075 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.217.075 Généré par l'IA

Belgian court dismisses urgent suspension request due to one-month delay in filing the application.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.217.075
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request for an immediate suspension of the gambling license denial. The applicant argued that closing the facility would cause irreparable harm to their business, but the court found the request untimely. A delay of over a month between receiving the decision and filing the application negated the requirement of extreme urgency.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, §§ 1 and 2 of the Council of State Act; The suspension procedure requiring extreme urgency is an exceptional measure reserved for cases where ordinary procedures are too late and the applicant has acted diligently.

Mots-clés

Généré par l'IA
Council of State Act extreme urgency requirement suspension procedure irreparable harm diligent conduct gambling license administrative review autorisation d'exploiter

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 17, §§ 1 and 2 of the Council of State Act
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

217.075 van 28 december 2011

in de zaak A. 202.927/VII-38.337.

In zake : de BVBA EUROBET

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Stijns kantoor houdend te 3001 Leuven Ubicenter Philipssite 5 / 2e verd.

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

I. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie II. de KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FEDERALE

OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Jonas Riemslagh kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 20 december 2011, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Kansspelcommissie van 9 november 2011 waarbij aan de verzoekende partij de vergunning klasse F2 voor de exploitatie van een vaste kansspelinrichting klasse IV, gelegen aan de Stationsstraat 42 te Lokeren, wordt geweigerd.

VII-38.337-1/5

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 december 2011.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Tina Merckx, die loco advocaat Jan Stijns verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Jonas Riemslagh, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord.

Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Aanduiding van de tegenpartij

3. De eerste verwerende partij vraagt buiten de zaak te worden gelaten omdat de bestreden beslissing niet genomen is door de minister van Justitie, noch door een dienst die rechtstreeks onder zijn bevoegdheid valt, maar door de Kansspelcommissie die over een substantiële mate van autonomie beschikt.

4. De tweede verwerende partij komt voor een orgaan van de Belgische Staat te zijn en als zodanig onder de Federale Overheidsdienst Justitie te ressorteren. Zij heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid. In die omstandigheden wordt op het eerste gezicht de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister

VII-38.337-2/5

van Justitie, als rechtspersoon terecht aangewezen om als verwerende partij op te treden in een beroep dat gericht is tegen een bestuurshandeling die van één van zijn organen uitgaat.

IV. Ontvankelijkheid van de vordering

5. De verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering.

6. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is.

V. Schorsingvoorwaarden

7. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.

De uiterst dringende noodzakelijkheid

Standpunt van de verzoekende partij

8. In verband met de eerste schorsingsvoorwaarde stelt de verzoekende partij dat zij, gelet op de prilheid van haar activiteiten, een sluiting van de inrichting niet zal overleven en een belangrijk deel van haar cliënteel zal verliezen in afwachting van een uitspraak in het kader van een gewone

VII-38.337-3/5

schorsingsprocedure. Zij schrijft aan haar vordering een “uitermate urgent”

karakter toe.

Beoordeling

9. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.

De toepassing ervan kan alleen aanvaard worden indien de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure te laat zal komen omdat het nadeel door het verloop van de tijd onherstelbaar zal zijn geworden én op voorwaarde dat de eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State. Diligent optreden is een vereiste die vervat is in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Die dwingende vereiste moet vervuld zijn opdat de Raad van State een verzoekende partij toelaat tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

10. De bestreden beslissing is aan de verzoekende partij ter kennis gebracht met een aangetekende brief van 17 november 2011. De verzoekende partij heeft voorliggende vordering pas op 20 december 2011 ingesteld.

11. Een tijdsverloop van meer dan een maand tussen de kennisgeving van de bestreden beslissing en het indienen van het verzoekschrift, houdt de negatie in van de uiterst dringende noodzakelijkheid. De uitermate hoge graad van urgentie die thans aan de zaak wordt toegeschreven, valt immers niet te verzoenen met het manifest gebrek aan alertheid in hoofde van de verzoekende partij.

VII-38.337-4/5

12. Er is dan ook niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 175 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig december tweeduizend en elf, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Peter Sourbron

VII-38.337-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.217.075