Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.378 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.378 Généré par l'IA

Court dismisses request for expert on technical bid review, ordering new investigation instead.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.378
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's request to appoint an expert to evaluate technical arguments regarding a police contract award. The court found that the auditor-general's report already weighed the parties' positions on the necessity of expert testimony before ordering a new investigation. Consequently, the debate was reopened and a new expert was assigned to conduct a supplementary inquiry into the case.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 99, 100 of the Code of Administrative Justice: The court must first assess the necessity of expert testimony by weighing parties' arguments before ordering a new expert investigation.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative procedure expert testimony necessity technical bid evaluation auditor general report reopening of debate supplementary investigation contract award dispute adjudication d'un marché public

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 10 to 100 of the Code of Administrative Justice
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIIe KAMER

nr. 210.378 van 13 januari 2011

in de zaak A. 132.794/XII-3768

In zake: de NV SIEMENS ATEA, thans NV SIEMENS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te Maarkedal Etikhovestraat 6

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, Federale Politie

Tussenkomende partij:

de NV NEXTIRAONE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat David D’Hooghe kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 7 februari 2003, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van onbekende datum van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Antoine Duquesne, Minister van Binnenlandse Zaken, [...] en die delegatie heeft verleend aan de Federale Politie, Algemene Directie van de Materiële Middelen, Directie van de Aankoopdienst, [...] om de opdracht betreffende de levering, plaatsing, indienststelling en onderhoud van telefoonsystemen ten voordele van de federale politie, zoals opgenomen in het bestek nr. DMA 2002 R3 611 aan Nextiraone nv te gunnen, evenals de daaruit

XII-3768-1/4

volgende impliciete weigeringsbeslissing om voormelde opdracht niet aan Siemens Atea te gunnen”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 184.598 van 24 juni 2008 werden de debatten heropend, werd de verwerende partij bevolen het gehele administratief dossier neer te leggen en werd een deskundige aangesteld.

De deskundige heeft zijn verslag neergelegd.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juni 2010, datum waarop de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 5 oktober 2010.

Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Carlos De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partij, adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Leopold Schellekens, die loco advocaat David D’Hooghe verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Jos Stevens heeft advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. De grond van de zaak

3. In het auditoraatsverslag van 6 december 2006 werd voorgesteld een deskundige aan te stellen om de Raad te adviseren onder meer

XII-3768-2/4

inzake de vraag of de inzage van de offerte van de tussenkomende partij door verzoekende partij schade zou kunnen toebrengen aan vertrouwelijke en commerciële belangen.

Bij het voormelde arrest nr. 184.598 van 24 juni 2008 werd een deskundige aangesteld met als beperkte opdracht “na kennis genomen te hebben van het gehele dossier aan de kamer zijn beredeneerd standpunt te geven over de vraag, of de inzage van de als vertrouwelijk aangemerkte stukken schade zou kunnen toebrengen aan de commerciële belangen van de betrokken partijen, in voorkomend geval onderscheid te maken tussen de stukken in hun geheel of gedeelten ervan die hij zal aanduiden”.

In zijn deskundig verslag van 17 september 2009 heeft de deskundige, ir. Stevens, geoordeeld dat geen van de neergelegde stukken nog langer als vertrouwelijk dienen te worden aangemerkt.

De partijen werd de kans geboden in een aanvullende memorie hun standpunten nader toe te lichten, in voorkomend geval onder verwijzing naar de stukken die tot dan als vertrouwelijk werden gehouden.

Na aldus voor het eerst in de mogelijkheid te zijn gesteld om alle stukken van het dossier in te zien, hebben de partijen een aanvullende memorie neergelegd.

De verzoekende partij meent dat bij de beoordeling van haar drie middelen een deskundige de Raad van State moet bijstaan gelet op hun technisch karakter. De verwerende partij van haar kant acht zulks niet nodig en biedt ten gronde verweer tegen de drie middelen.

In het voormelde auditoraatsverslag werd zonder meer voorgesteld dat “ten gronde” de Raad een deskundige zou aanwijzen om “te adviseren over de aangevoerde middelen die technisch van aard zijn”.

XII-3768-3/4

Het past echter, vooraleer eventueel opnieuw een deskundigen-

onderzoek te doen plaatsvinden, dat het auditoraat de beide stellingen van de partijen -deskundig onderzoek is nodig of is dat niet- op gemotiveerde wijze en na onderzoek van de aanvullende memories, middel per middel tegen elkaar afweegt en vervolgens, indien wordt staande gehouden dat dergelijk deskundig onderzoek nodig is, de vragen verwoordt die volgens de inzichten van het auditoraat moeten worden gesteld om tot een finale inhoudelijke beoordeling in rechte van de middelen te komen, waarna de partijen in een laatste memorie nog hun standpunt kunnen bepalen omtrent de bevindingen en voorstellen van het auditoraatsverslag.

BESLISSING

1. De debatten worden heropend.

2. Het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek van de zaak.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 januari 2011, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Dierk Verbiest

XII-3768-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.378