Discharge due to fear of social election candidacy deemed unreasonable and wrongful.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe court ruled that the employer's dismissal of a worker was wrongful because it was motivated by the fear that the employee would run for social elections. The employer had reluctantly organized these elections after being previously ordered to do so by the labor court, while simultaneously intimidating union representatives and dismissing other staff on the same day for similar reasons. The court found the dismissal unreasonable as it aimed to disrupt the normal election process, awarding the employee 15,000 euros in damages ex aequo et bono.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 17 ust. 1 k.r.s.; Art. 17 ust. 2 k.r.s.: A dismissal motivated by the fear that an employee will run for social elections is unreasonable and constitutes wrongful termination.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Fiche
Een ontslag dat is ingegeven door de vrees dat de werknemer zich kandidaat
zou stellen bij de sociale verkiezingen is kennelijk onredelijk.
Uit het geheel van volgende feiten kan worden afgeleid dat het ontslag
om die reden werd gegeven: -de sociale verkiezingen werden door de
werkgever pas met tegenzin georganiseerd nadat hij reeds door de arbeidsrechtbank
veroordeeld was om samen met een andere vennootschap als één technische
bedrijfseenheid sociale verkiezingen te organiseren, en tegen dat vonnis
hoger beroep instelde op grond van het enkele motief dat het KB van 15
mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie
en bescherming op het werk ongeldig zou zijn en deze beroepsprocedure
verder zette niettegenstaande het feit dat een mogelijke ongeldigheid
van dit KB geregeld werd door de Wet van 2 april 2004 houdende bekrachtiging
van de drie KB's van 15 mei 2003, - de ontslagen werknemer
als tweede de brief van 37 personeelsleden had ondertekend waarin ze de
versie van de NV i.v.m. de sociale criteria gemotiveerd tegensrak
- de ondertekenaars in het bureau van de werkgever werden opgeroepen
en geïntimideerd- -de werknemer een aangetekende verwittigingsbrief ontving
over een syndicale aangelegenheid. -de daarop volgende opzegging
en vervolgens de verbreking van de arbeidsovereenkomst gebeurde op een
ogenblik dat tijdens de beroepsprocedure i.v.m. de sociale verkiezingen
duidelijk werd dat het organiseren van verkiezingen onvermijdelijk was
- op dezelfde dag werden nog twee andere personeelsleden ontslagen
die zich als kandidaten bij hun vakverengiging hadden aangemeld, op diezelfde
dag een uitvoerige brief met verwijten van de NV ontvingen, en zeer korte
tijd later ontslagen werden wegens ‘ernstige gedragstekortkomingen,
het niet naleven van de interne regels en/of beroepsfouten', zonder
dat hen de kans werd geboden om deze beweerde houding te verbeteren en
bovendien één van de ingeroepen beroepsfouten betrekking had op een
syndicale interventie.) -de werkgever niet bewijst dat de werknemer
ook maar één verwittiging heeft gekregen over de wijze waarop zij de
arbeidsovereenkomst uitvoert; - de plotse verwijten van de werkgever
voor alle betrokkenen zich concentreren op een syndicale aangelegenheid
en de overige verwijten slechts aanvullende detailpunten vormen Gelet
op het feit dat de NV door het ontslag het normale verkiezingsverloop
heeft willen dwarsbomen, betreft dit bijkomende schade die niet gedekt
wordt door de opzeggingsvergoeding. Zij wordt ex aequo et bono bepaald
op 15000 euro
UTU-thesaurus:
SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst
SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Willekeurig ontslag
SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Opzegging