Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220125.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220125.2N.3 Généré par l'IA

Belgian court upheld use of retained data in criminal trial despite EU fair trial concerns.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220125.2N.3
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Admis (Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation allowed the prosecution to use communication data obtained via general retention laws in a criminal trial. The defense argued this violated the right to a fair trial under EU law, citing recent CJEU rulings on data retention. The court ruled that the technical complexity of the data did not prevent the judge from assessing its impact on the verdict and that exclusion is not automatic.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 6 and 13 of the Charter of Fundamental Rights of the EU; The use of communication data obtained through general retention laws does not automatically violate the right to a fair trial, provided the judge can assess its relevance and the defendant has effective means to challenge it.

Mots-clés

Généré par l'IA
right to fair trial communication data retention criminal evidence admissibility general retention laws effective defense judicial assessment EU fundamental rights

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 6 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union
Article 13 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Case C-511/18, C-512/18, C-520/18, La Quadrature du Net
Case 57/2021, Grondwettelijk Hof

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Fiches 1 - 5

Uit het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 2020 in de zaken

C-511/18, C-512/18 en C-520/18 en het arrest nr. 57/2021 van 22 april

2021 van het Grondwettelijk Hof blijkt dat de rechter de toepassing van

de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk

of uiterst moeilijk maakt door het enkel toepassen van artikel 32 Voorafgaande

Titel Wetboek van Strafvordering als nationale bewijsuitsluitingsregel

op communicatiegegevens verkregen ingevolge een algemene en ongedifferentieerde

bewaarplicht (1); de rechter aan wie dergelijk onregelmatig bewijsmateriaal

wordt voorgelegd, oordeelt op grond van de concrete gegevens van de zaak

en in het licht van de gehele procedure onaantastbaar of het gebruik van

dat bewijsmateriaal strijdig is met het recht op een eerlijk proces en

daarbij dient de rechter, indien dat voor hem wordt betwist, in het bijzonder

rekening te houden met de door het Hof van Justitie vooropgestelde criteria

(2) (3) (4); het enkele feit dat onregelmatig bewaarde communicatiegegevens

zijn gebruikt om een beklaagde te vervolgen, verplicht de rechter niet

die gegevens als bewijs te weren en dit is slechts het geval voor wat

betreft gegevens die een doorslaggevende invloed kunnen hebben op de beslissing

over de schuldigverklaring; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen

geen gevolgen afleidt die niet te verzoenen zijn met het recht op een

eerlijk proces. (1) HvJ 6 oktober 2020, gevoegde zaken C-511/18, C-512/18

en C-520/18, La Quadrature du Net e.a., nr. 221-228, www.curia.europa.eu;

GwH 22 april 2021, nr. 57/2021, www.const.cour.be. (2) De door het Hof

van Justitie vooropgestelde criteria betreffen het gelijkwaardigheidsbeginsel

en het doeltreffendheidsbeginsel; het doeltreffendheidsbeginsel brengt

voor de nationale strafrechter de verplichting mee om informatie en bewijzen

die door middel van een met het Unierecht onverenigbare algemene en ongedifferentieerde

bewaring van verkeers- en locatiegegevens zijn verkregen, in het kader

van een strafrechtelijke procedure tegen personen die worden verdacht

van strafbare handelingen, buiten beschouwing te laten indien die personen

niet in de gelegenheid zijn om doeltreffend commentaar te leveren op die

informatie en die bewijzen, die betrekking hebben op een gebied waarvan

de rechter geen kennis heeft en een doorslaggevende invloed kunnen hebben

op de beoordeling van de feiten (zie randnummer 3 van het huidig arrest).

(3) Zie Cass. 11 januari 2022, AR P.21.1245.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 , AC 2022, nr. 14.

(4) Zie concl. OM.

Thesaurus CAS:

RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering

EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Instellingen

GRONDWETTELIJK HOF

ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER

Fiches 6 - 7

De algemene en ongedifferentieerde bewaring van communicatiegegevens en

het gebruik van die gegevens in het strafproces is als dusdanig niet dermate

technisch of gecompliceerd dat zij ontsnapt aan de kennis van de rechter

of dat een beklaagde zich daarop niet nuttig of effectief kan verdedigen

(1). (1) Zie concl. OM.

Thesaurus CAS:

BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering

RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1

Annotaties

Publicaties:

Juristenkrant-De Juristenkrant - 2022, nr. 443, p. 3 en 5. - PATTYN, Dries;

Noot'Dataretentie en Antigoon: Cassatie slaat en zalft'

T.Strafr.-Tijdschrift voor strafrecht: jurisprudentie, nieuwe wetgeving

en doctrine voor de praktijk - 2022, nr. 3, p. 160-163. - VAN DE HEYNING,

Catherine; Noot'Het gebruik van communicatiegegevens bewaard op basis

van de vernietigde dataretentiewet: Cassatie schijnt zijn licht'