Cassation court dismisses appeal regarding statute of limitations interruption by filing a conclusion in civil proceedings.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation dismissed the appellant's appeal against the lower court's decision to declare the statute of limitations interrupted. The appellant argued that the respondent's filing of a conclusion did not validly interrupt the ten-year limitation period for the actio judicati. The court rejected this claim, holding that the conclusion constituted a valid assertion of rights sufficient to stop the limitation clock.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 2244, first paragraph, Civil Code; Art. 2262bis, § 1, Civil Code: A conclusion filed in pending proceedings counts as a summons for the purpose of interrupting the statute of limitations on a claim to enforce a judgment.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Fiche 1
Elk vonnis doet een rechtsvordering ontstaan tot tenuitvoerlegging van
dit vonnis; deze rechtsvordering, de actio judicati genoemd, verjaart
door verloop van tien jaren te rekenen vanaf het vonnis (1). (1) Cass.
31 mei 2012, AR C.10.0539.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120531.5 , AC 2012, nr. 347, met concl. OM.
Thesaurus CAS:
VORDERING IN RECHTE
Vrije woorden:
Actio judicati - Verjaring - Duur
Wettelijke bepalingen:
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1
Fiches 2 - 3
Onder dagvaarding in de zin van artikel 2244, eerste lid, Burgerlijk Wetboek
moet worden verstaan elke vordering van een partij die het bestaan van
een bedreigd recht in rechte wil doen erkennen(1); de neerlegging van
een conclusie op de griffie van het gerecht waarbij de zaak aanhangig
is gemaakt, stuit de verjaring ten voordele van de partij die heeft geconcludeerd
mits die conclusie een vordering bevat die ertoe strekt het bestaan van
zijn recht in rechte te doen erkennen. (2) (3). (1) Cass. 1 februari 2018,
AR C.17.0130.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4 , AC 2018, nr. 69, met concl. OM. (2) Cass. 18 november
2010, AR F.09.0125.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101118.6 , AC 2010, nr. 685, met concl. advocaat-generaal A.
HENKES in Pas. 2010, nr. 685. (3) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens
tot verwerping van het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede
onderdeel van het cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het
hier gepubliceerde arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn
geheel niet tot cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing
dat de verjaring gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen
dat de verjaring van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is,
maar ook dat de sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin
bestaat dat de verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar
aanspraken te doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs
bekritiseerde schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde
arrest, dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel
van het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de
erin aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster
door de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet
aangenomen kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die
gericht zijn op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg
niet ontvankelijk zijn.
Thesaurus CAS:
VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde)
Vrije woorden:
Duur - Tienjarige verjaring - Actio judicati
Wettelijke bepalingen:
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244
Thesaurus CAS:
VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting
Vrije woorden:
Dagvaarding voor het gerecht - Begrip - Neerlegging van een conclusie
- Voorwaarde
Wettelijke bepalingen:
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244
Fiche 4
Een pauliaanse vordering strekt ertoe het verhaalsrecht van de schuldeiser
te bewaren zodat een dagvaarding op grond van artikel 1167 Burgerlijk
Wetboek zowel als een conclusie neergelegd in dit geding met de schuldenaar
er eveneens toe strekken de vordering van de schuldeiser te doen erkennen
(1) (2). (1) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens tot verwerping
van het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede onderdeel van
het cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het hier gepubliceerde
arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn geheel niet tot
cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing dat de verjaring
gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen dat de verjaring
van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is, maar ook dat de
sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin bestaat dat de
verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar aanspraken te
doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs bekritiseerde
schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde arrest,
dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel van
het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de erin
aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster door
de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet aangenomen
kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die gericht zijn
op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg niet
ontvankelijk zijn. (2) Zie Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.4 , AC 2015,
nr. 196; Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260, met concl. OM.
Thesaurus CAS:
DAGVAARDING
Vrije woorden:
Verjaring - Burgerlijke zaken - Stuiting - Dagvaarding voor het gerecht
- Begrip - Neerlegging van een conclusie - Voorwaarde
Wettelijke bepalingen:
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1167
Fiche 5
Een pauliaanse vordering strekt ertoe het verhaalsrecht van de schuldeiser
te bewaren zodat een dagvaarding op grond van artikel 1167 Burgerlijk
Wetboek zowel als een conclusie neergelegd in dit geding met de schuldenaar
er eveneens toe strekken de vordering van de schuldeiser te doen erkennen
(1) (2) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens tot verwerping van
het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede onderdeel van het
cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het hier gepubliceerde
arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn geheel niet tot
cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing dat de verjaring
gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen dat de verjaring
van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is, maar ook dat de
sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin bestaat dat de
verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar aanspraken te
doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs bekritiseerde
schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde arrest,
dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel van
het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de erin
aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster door
de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet aangenomen
kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die gericht zijn
op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg niet
ontvankelijk zijn. (2) Zie Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.4 , AC 2015,
nr. 196; Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260, met concl. OM.
Thesaurus CAS:
PAULIAANSE RECHTSVORDERING
Vrije woorden:
Strekking - Gevolg
Wettelijke bepalingen:
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1167