Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.2 Généré par l'IA

Cassation court dismisses appeal regarding statute of limitations interruption by filing a conclusion in civil proceedings.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.2
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation dismissed the appellant's appeal against the lower court's decision to declare the statute of limitations interrupted. The appellant argued that the respondent's filing of a conclusion did not validly interrupt the ten-year limitation period for the actio judicati. The court rejected this claim, holding that the conclusion constituted a valid assertion of rights sufficient to stop the limitation clock.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 2244, first paragraph, Civil Code; Art. 2262bis, § 1, Civil Code: A conclusion filed in pending proceedings counts as a summons for the purpose of interrupting the statute of limitations on a claim to enforce a judgment.

Mots-clés

Généré par l'IA
statute of limitations actio judicati interruption of limitation filing of conclusion civil proceedings enforcement title limitation period prescription

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 2244, first paragraph, Civil Code
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244
Art. 2262bis, § 1, Civil Code
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1
Art. 1167, Civil Code
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1167

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Cass. 31 mei 2012, AR C.10.0539.N
Cass. 1 februari 2018, AR C.17.0130.N
Cass. 18 november 2010, AR F.09.0125.F
Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N
(2) Zie Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.4 , AC 2015,
Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260
196; Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260, met concl.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Fiche 1

Elk vonnis doet een rechtsvordering ontstaan tot tenuitvoerlegging van

dit vonnis; deze rechtsvordering, de actio judicati genoemd, verjaart

door verloop van tien jaren te rekenen vanaf het vonnis (1). (1) Cass.

31 mei 2012, AR C.10.0539.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120531.5 , AC 2012, nr. 347, met concl. OM.

Thesaurus CAS:

VORDERING IN RECHTE

Vrije woorden:

Actio judicati - Verjaring - Duur

Wettelijke bepalingen:

oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1

Fiches 2 - 3

Onder dagvaarding in de zin van artikel 2244, eerste lid, Burgerlijk Wetboek

moet worden verstaan elke vordering van een partij die het bestaan van

een bedreigd recht in rechte wil doen erkennen(1); de neerlegging van

een conclusie op de griffie van het gerecht waarbij de zaak aanhangig

is gemaakt, stuit de verjaring ten voordele van de partij die heeft geconcludeerd

mits die conclusie een vordering bevat die ertoe strekt het bestaan van

zijn recht in rechte te doen erkennen. (2) (3). (1) Cass. 1 februari 2018,

AR C.17.0130.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180201.4 , AC 2018, nr. 69, met concl. OM. (2) Cass. 18 november

2010, AR F.09.0125.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101118.6 , AC 2010, nr. 685, met concl. advocaat-generaal A.

HENKES in Pas. 2010, nr. 685. (3) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens

tot verwerping van het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede

onderdeel van het cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het

hier gepubliceerde arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn

geheel niet tot cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing

dat de verjaring gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen

dat de verjaring van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is,

maar ook dat de sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin

bestaat dat de verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar

aanspraken te doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs

bekritiseerde schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde

arrest, dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel

van het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de

erin aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster

door de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet

aangenomen kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die

gericht zijn op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg

niet ontvankelijk zijn.

Thesaurus CAS:

VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde)

Vrije woorden:

Duur - Tienjarige verjaring - Actio judicati

Wettelijke bepalingen:

oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244

Thesaurus CAS:

VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting

Vrije woorden:

Dagvaarding voor het gerecht - Begrip - Neerlegging van een conclusie

- Voorwaarde

Wettelijke bepalingen:

oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2244

Fiche 4

Een pauliaanse vordering strekt ertoe het verhaalsrecht van de schuldeiser

te bewaren zodat een dagvaarding op grond van artikel 1167 Burgerlijk

Wetboek zowel als een conclusie neergelegd in dit geding met de schuldenaar

er eveneens toe strekken de vordering van de schuldeiser te doen erkennen

(1) (2). (1) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens tot verwerping

van het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede onderdeel van

het cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het hier gepubliceerde

arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn geheel niet tot

cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing dat de verjaring

gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen dat de verjaring

van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is, maar ook dat de

sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin bestaat dat de

verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar aanspraken te

doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs bekritiseerde

schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde arrest,

dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel van

het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de erin

aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster door

de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet aangenomen

kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die gericht zijn

op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg niet

ontvankelijk zijn. (2) Zie Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.4 , AC 2015,

nr. 196; Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260, met concl. OM.

Thesaurus CAS:

DAGVAARDING

Vrije woorden:

Verjaring - Burgerlijke zaken - Stuiting - Dagvaarding voor het gerecht

- Begrip - Neerlegging van een conclusie - Voorwaarde

Wettelijke bepalingen:

oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1167

Fiche 5

Een pauliaanse vordering strekt ertoe het verhaalsrecht van de schuldeiser

te bewaren zodat een dagvaarding op grond van artikel 1167 Burgerlijk

Wetboek zowel als een conclusie neergelegd in dit geding met de schuldenaar

er eveneens toe strekken de vordering van de schuldeiser te doen erkennen

(1) (2) Zie concl. OM. Het OM concludeerde eveneens tot verwerping van

het cassatieberoep, doch was van mening dat het tweede onderdeel van het

cassatiemiddel, waarvan het vierde subonderdeel in het hier gepubliceerde

arrest wordt beantwoord met deze rechtsregel, in zijn geheel niet tot

cassatie kon leiden nu het opkomt tegen de beslissing dat de verjaring

gestuit is. De appelrechter oordeelde immers niet alleen dat de verjaring

van de rechtsvordering van de verweerster gestuit is, maar ook dat de

sanctie van het door eiser gepleegde rechtsmisbruik erin bestaat dat de

verweerster nog de mogelijkheid moet worden geboden haar aanspraken te

doen gelden. Deze in het vierde en vijfde onderdeel tevergeefs bekritiseerde

schraagt volgens het OM de beslissing. Het hier gepubliceerde arrest,

dat zoals hoger gesteld eerst antwoordt op het vierde subonderdeel van

het tweede onderdeel van het cassatiemiddel en dat oordeelt dat de erin

aangevoerde grief dat de verjaring van de titel van de verweerster door

de conclusie van de verweerster niet rechtsgeldig was gestuit, niet aangenomen

kan worden, oordeelt vervolgens dat de overige grieven, die gericht zijn

op andere redenen van stuiting, geen belang vertonen en bijgevolg niet

ontvankelijk zijn. (2) Zie Cass. 13 maart 2015, AR C.14.0415.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150313.4 , AC 2015,

nr. 196; Cass. 26 april 2012, AC 2012, nr. 260, met concl. OM.

Thesaurus CAS:

PAULIAANSE RECHTSVORDERING

Vrije woorden:

Strekking - Gevolg

Wettelijke bepalingen:

oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1167