Court holds new national limitation periods for EU financial claims do not apply retroactively without CJEU precedent.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Court of Cassation dismissed the applicant's claim that a new national limitation period for EU financial claims applied retroactively. The applicant argued that Article 3 of Regulation 2988/95 allowed longer periods under the old Civil Code, but the Court found no supporting case law from the Court of Justice of the EU. Consequently, the court ruled that such new national provisions cannot be applied retroactively absent established CJEU jurisprudence.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 3, third paragraph, of Regulation (EC) No 2988/95; Article 2262bis, § 1, first paragraph, of the Civil Code: A new national limitation period for EU financial claims cannot be applied retroactively unless supported by established case law from the Court of Justice of the European Union.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Fiche 1
Op grond van artikel 3, derde lid, van Verordening(EG) nr. 2988/95 van
de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële
belangen van de Europese Gemeenschappen kan een langere verjaringstermijn
voortvloeien uit de gemeenrechtelijke bepaling van artikel 2262bis, §1,
eerste lid, Burgerlijk Wetboek (1). (1) Zie concl. OM.
Thesaurus CAS:
VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde)
Vrije woorden:
Duur - Bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
- Verordening (EG) nr. 2988/95 - Artikel 3, derde lid - Verjaringstermijn
van de vervolging - Lidstaten - Toepassing - Gevolg
Wettelijke bepalingen:
EEG-verordening - 18-12-1995 - Art. 3, derde lid - 43
Link Justel databank 19951218-43
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1, eerste lid
Fiche 2
Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt niet dat de lidstaten
die na de inwerkingtreding van die Verordening een nieuwe gemeenrechtelijke
bepaling invoeren waaruit een langere verjaringstermijn voortvloeit dan
de termijn bepaald in artikel 3, derde lid, van de Verordening, deze slechts
kunnen toepassen op vervolgingen waarvan sprake in de Verordening, op
voorwaarde dat die toepassing voortvloeit uit een jurisprudentiële praktijk;
een dergelijke jurisprudentiële praktijk is met betrekking tot een nieuwe
verjaringstermijn immers nog onbestaande (1). (1) Zie concl. OM. .
Thesaurus CAS:
VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde)
Vrije woorden:
Duur - Bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
- Verordening (EG) nr. 2988/95 - Artikel 3, derde lid - Verjaringstermijn
van de vervolging - Lidstaten - Nieuwe gemeenrechtelijke bepaling na inwerkingtreding
van die Verordening - Voorwaarde jurisprudentiële praktijk - Hof van
Justitie - Rechtspraak - Gevolg
Wettelijke bepalingen:
EEG-verordening - 18-12-1995 - Art. 3, derde lid - 43
Link Justel databank 19951218-43
oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1, eerste lid