Court allows tax authority to use presumptions to prove facts for applying statutory VAT presumption.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Cour de cassation upheld the lower court's decision to apply a statutory VAT presumption based on facts established through circumstantial evidence. The tax authority proved goods were purchased for resale using presumptions, which the court deemed valid despite the lack of direct documentary proof. The ruling clarifies that statutory presumptions can be triggered by facts derived from presumptions, provided the initial factual basis is sufficiently established.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, art. 64, § 1; The court may apply a statutory presumption of VAT liability when the administration establishes, even via presumptions, that goods were acquired for resale, allowing the presumption to operate on this established fact.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Fiche 1 De rechter stelt op onaantastbare wijze het bestaan vast van de feiten waarop hij steunt, terwijl de feiten die hij als uitgangspunt van zijn redenering neemt, moeten vaststaan, dit wil zeggen moeten bewezen zijn; geen enkele wetsbepaling belet evenwel dat de aanname van dit feit zelf het resultaat kan zijn van een bewijsvoering door vermoedens (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - BELASTINGZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Opeenstapeling - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1349 en 1353 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 59, § 1 - 32 Link Justel databank 19690703-32
Fiche 2 Het in artikel 64, § 1, van het BTW-wetboek neergelegd wettelijk vermoeden heeft tot gevolg dat wanneer de administratie bewijst dat goederen die door hun aard bestemd zijn om verkocht te worden, door de belastingplichtige werden aangekocht, hij geacht wordt die goederen te hebben geleverd onder voorwaarden die maken dat btw verschuldigd is; de omstandigheid dat het bewijs van het bestaan van niet geboekte aankopen en van een meeromzet werd geleverd door feitelijke vermoedens, verhindert niet dat vervolgens op dit vaststaande gegeven het wettelijke vermoeden van artikel 64, § 1, BTW-wetboek wordt toegepast (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Bewijsmiddelen - Aankoop van goederen - Vermoeden van belastbaarheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 64, § 1 - 32 Link Justel databank 19690703-32
Fiches 3 - 4 Conclusie van procureur-generaal Thijs. Thesaurus CAS: BEWIJS - BELASTINGZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Opeenstapeling - Gevolg Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Bewijsmiddelen - Aankoop van goederen - Vermoeden van belastbaarheid - Draagwijdte