Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2 Généré par l'IA

Court annuls lower court ruling on share return after contract voiding, requiring objective market value assessment.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation annulled the Antwerp Court of Appeal's decision regarding the return of shares following a voided contract. The lower court had ruled that returning shares in kind was impossible due to their loss of value, allowing only monetary compensation based on the current market price. The Supreme Court found this reasoning flawed because the law requires an objective valuation of the asset's value at the time of receipt, independent of the contract's invalidity or subsequent market fluctuations.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 1234 BW; Upon voiding a contract, the recipient must return the asset's objective value at the time of receipt, disregarding subsequent market changes or the impossibility of returning the specific item in kind.

Mots-clés

Généré par l'IA
contract voiding restitution in kind objective market value Burgerlijk Wetboek asset valuation legal consequence equitable return

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 1234 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek)

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Cass. 28 November 2013, C.12.0556.N
Het is vaste rechtspraak van Uw Hof dat de vernietiging van een overeenkomst die ex tunc werking heeft, elk van de partijen in de regel ertoe verplicht de prestaties terug te geven die krachtens de vernietigde overeenkomst zijn ontvangen (Cass. 28 november 2013, C.12.0556.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.3 ; Cass.

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Nr. C.15.0226.N

ANFINA nv, met zetel te 2260 Westerlo, Schaapstraat 45,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. A.K.,

2. E.K.,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweersters woonplaats kie-zen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 januari 2015.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 22 november 2016 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Va n Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Eerste middel

1. Krachtens artikel 1234 Burgerlijk Wetboek gaan verbintenissen teniet door nietigverklaring of vernietiging.

De nietigverklaring van de overeenkomst houdt in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd.

2. Wanneer in uitvoering van de vernietigde overeenkomst goederen werden overgedragen, bestaat het herstel in de vorige toestand in beginsel in de teruggave van de goederen aan de restitutieschuldeiser en, indien de teruggave niet mogelijk is, in de betaling van de waarde van de goederen.

Indien de goederen op het ogenblik van de vernietiging nog in het vermogen van de restitutieschuldenaar aanwezig zijn, dient hij de goederen in natura terug te geven aan de restitutieschuldeiser, ongeacht een waardestijging of -daling van de goederen. De restitutieschuldeiser wordt immers geacht eigenaar van de goederen te zijn gebleven, zodat hij de risico's van een economische waardestijging of -daling van de goederen moet dragen behoudens indien dit verschil in waarde toe te schrijven is aan het doen of laten van de restitutieschuldenaar.

3. De appelrechters oordelen dat: "nu de vermogensrechten verbonden aan voormelde aandelen het hoofdbestanddeel van de overnameprijs vormden, door het na de overname van aandelen quasi volledig teloorgaan van deze aan de aandelen verbonden vermogensrechten (het vermogen van de doelvennootschappen Lienvest en Netvest) ook het herstel in natura wat betreft de nietig verklaarde overdracht van aandelen van CVA Netvest niet meer mogelijk is (met name door teruggave bij gebreke aan enig vermogen waardeloos geworden aandelen) en ook hier het herstel enkel bij equivalent kan gebeuren."

4. Door aldus te oordelen dat het niet mogelijk is om de overgedragen aande-len in Netvest cva terug te geven, die nog steeds in het vermogen van de restitutie-schuldenaar aanwezig zijn, uitsluitend omdat de marktwaarde van deze aandelen is gedaald, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

Tweede onderdeel

5. Krachtens artikel 1234 Burgerlijk Wetboek gaan verbintenissen teniet door nietigverklaring of vernietiging.

De vernietiging van een overeenkomst die ex tunc uitwerking heeft, verplicht in de regel elk van de partijen ertoe de prestaties terug te geven die krachtens de ver-nietigde overeenkomst zijn ontvangen.

6. Wanneer in uitvoering van de vernietigde overeenkomst goederen werden overgedragen, bestaat het herstel in de vorige toestand in beginsel in de teruggave van de goederen aan de restitutieschuldeiser en, indien de teruggave niet mogelijk is, in de betaling van de waarde van de goederen.

7. De verbintenis tot betaling van de waarde van de goederen vormt een waar-deschuld. De restitutieschuldenaar moet aan de restitutieschuldeiser een vergoe-ding betalen die gelijk is aan de waarde die de goederen, in de toestand waarin zij werden ontvangen, zouden hebben gehad op het ogenblik van de begroting van de vergoeding. De restitutieschuldeiser wordt geacht eigenaar van de goederen te zijn gebleven, zodat hij de risico's van een economische waardestijging of -daling van de goederen moet dragen behoudens indien dit verschil in waarde toe te schrijven is aan het doen of laten van de restitutieschuldenaar.

8. De appelrechters oordelen dat "in functie van de hoger aangehaalde door [de eiseres] opgenomen verplichtingen dit herstel in natura in casu inderdaad dient te geschieden door uitbetaling van het verschil tussen de overeengekomen overnameprijzen en de reeds gedane afbetalingen, mits de hierna doorgevoerde forfaitaire correctie voor de vervroegde uitbetaling (nu uiteindelijk overeengeko-men werd om de afbetalingen tot 2019 te verlengen)."

9. Door de waarde van de overgedragen aandelen in Lienvest cva aldus uitslui-tend te bepalen op basis van de vernietigde overeenkomst, zonder rekening te houden met de waardeverandering van de aandelen op het ogenblik van de begro-ting van de vergoeding en zonder na te gaan of deze toe te schrijven is aan de res-titutieschuldenaar, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het arrest het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samenge-steld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Albert Fettweis en Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2017 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe.

V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman

A. Smetryns A. Fettweis E. Dirix

VOORZIENING IN CASSATIE

VOOR: de NV ANFINA, met maatschappelijke zetel te 2260 Westerlo, Schaapstraat 45, ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen onder het nummer 0424.587.311,

eiseres tot cassatie,

bijgestaan en vertegenwoordigd door ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie Johan Verbist, kantoor houdend te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,

TEGEN: 1. K.A.

2. K.E.

*

* *

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter van het Hof van Cassatie,

Aan de Dames en Heren Raadsheren in het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Dames en Heren,

Eiseres heeft de eer het arrest aan Uw beoordeling voor te leggen dat op te-genspraak tussen de partijen werd uitgesproken door de achtste kamer van het Hof van Beroep te Antwerpen op 28 januari 2015 (A.R. nrs. 2013/AR/646 en 2013/AR/2674)

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

1. Eiseres sloot op 8 december 2003 een overeenkomst voor overdracht van aandelen met mevrouw K.A., strekkende tot overdracht van 4.990 (van de 5.000) aandelen van de commanditaire vennootschap op aandelen Netvest met maat-schappelijke zetel te 2280 Grobbendonck, Bannerlaan 54 B, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer 74.876, voor een prijs van 1.000.000 euro. Eiseres trad hierbij op als overnemer en mevrouw K.A. als over-drager.

Op 8 december 2003 sloot eiseres eveneens een soortgelijke overeenkomst met mevrouw K.E., strekkende tot overdracht van 4.990 (van de 5.000) aandelen van de commanditaire vennootschap op aandelen Lienvest met maatschappelijke zetel te 2280 Grobbendonck, Bannerlaan 54 B, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer 74.877, voor een prijs van 1.000.000 euro.

Beide CVA´s werden destijds opgericht door de vader van Annette en K.E., de heer Klaas Kamphuis, in het kader van de familiale vermogensplanning, om hen een jaarlijks inkomen te verschaffen uit de beleggingen en gelden van de CVA´s. De overdracht van de aandelen had een fiscale optimalisatie tot doel.

De beide overeenkomsten werden mede ondertekend door de NV Morley Mana-gers, optredend in haar hoedanigheid van zaakvoerder van de CVA Lienvest en de CVA Netvest. De NV Morley Manager was tevens eigenaar van 10 van de 5.000 aandelen van beide CVA´s.

In artikel 3 van de beide overeenkomsten werden de volgende betalingstermijnen overeengekomen:

"De betaling gebeurt in 6 jaarlijkse schijven van 45.000 euro per jaar vanaf 15 ja-nuari 2004. 1 schijf van 117.500 (euro) in 2010 en 5 jaarlijkse schijven van 122.500 euro vanaf 1 januari 2011. De jaarlijkse betalingen worden gespreid in 12 gelijke maandelijkse betalingen op de 15de van elke maand:

Fortis Bank, Steenweg op Turnhout 14, 2360 Oud-Turnhout op rekening nummer 230-0425206-75."

Krachtens artikel 4 van beide overeenkomsten werd eiseres eigenaar van de over-gedragen aandelen vanaf 1 januari 2004.

In artikel 6 van beide overeenkomsten verbonden eiseres, de CVA Lienvest en de CVA Netvest zich hoofdelijk tot betaling van de overnameprijs vermeld in artikel twee van de overeenkomst (1.000.000 euro).

Tevens garandeerden eiseres en de NV Morley Managers onder artikel 6 om geen geldopnames uit de CVA Lienvest en de CVA Netvest te verrichten waardoor de som van de beleggingen van de CVA Lienvest en de CVA Netvest bij de ABN-Amro Bank of enige andere bank zou dalen onder de som van de nog verschul-digde betalingen aan Annette resp. K.E., vermeerderd met 10%. Deze voorwaar-de gold luidens artikel 6 niet "voor betalingen aan openbare besturen, van ac-countantskosten, bedrijfskosten, schulden aan verbonden ondernemingen (betaling van management fees aan Anfina NV zijn onderworpen aan de goedkeuring van alle bestuurders van Morley Managers NV) desgevallend te vermeerderen met gelopen interesten en beleggingsresultaten, bevoorschotting van de aflossing van de aankoopprijs conform artikel 2 van deze overeenkomst."

Eiseres verleende onder artikel 6 van de beide overeenkomsten tot slot een vol-macht tot hypotheek aan de (respectievelijke) overdragers ten belope van 150.000 euro op het pand gelegen te 2260 Westerlo, Schaapstraat 45, eigendom van eise-res, tot de volledige betaling van de overnameprijs, conform artikelen 2 en 3 van de overeenkomsten.

Na de overdracht werd de aandelenportefeuille van de CVA Lienvest door de NV Morley Managers overgedragen naar de CVA Netvest. De CVA Lienvest werd later in vereffening gesteld.

2. Tot 2009 werden de overeenkomsten probleemloos uitgevoerd. Door het uitbreken van de financiële crisis in 2008 werden de waarden van de aandelenpor-tefeuilles evenwel gedecimeerd.

Eiseres kon haar betalingsbeloftes hierdoor niet meer nakomen. Dit leidde tot di-verse onderhandelingen en nieuwe afspraken tussen de partijen.

3. Op 16 november 2011 hebben Annette en K.E. eiseres (middels afzonderlij-ke exploten) gedagvaard voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Turnhout.

De vordering van zowel Annette als K.E. in eerste aanleg strekte ertoe (i) eiseres te horen veroordelen tot betaling van 103.989,62 euro achterstallige betalingen, meer intresten en de kosten van omzetting van het hypothecair mandaat ten belope van 4.128,95 euro vermeerderd met intresten, (ii) de overeenkomsten tot over-dracht van aandelen van 8 december 2003 te horen ontbinden lastens eiseres en (iii) eiseres te horen veroordelen tot betaling van 590.160 euro uit hoofde van herstel bij equivalent, meer gerechtelijke intresten. In ondergeschikte orde vor-derden Annette en K.E. om, voor zover de Rechtbank de overeenkomsten van 8 december 2003 nietig zou verklaren, eiseres te horen veroordelen tot betaling van 693.920 euro, meer gerechtelijke interesten.

Bij vonnis van 5 november 2012 verklaarde de eerste rechter de overeenkomsten tot overdracht van aandelen van 8 december 2003 nietig op grond van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen, om reden dat de CVA Lien-vest en CVA Netvest zich in (artikel 6 van) beide overeenkomsten hoofdelijk met de koper borg gesteld hadden voor de betaling van de aankoopprijs van hun eigen aandelen.

Eiseres werd veroordeeld om aan K.E. 693.920 euro te betalen (bij equivalent, nu de CVA Lienvest inmiddels in vereffening was gesteld), te vermeerderen met ver-goedende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 14 september 2012 tot de datum van het vonnis (5 november 2012) en gerechtelijke intresten aan de wette-lijke intrestvoet vanaf 5 november 2012 tot volledige betaling. Eiseres werd te-vens veroordeeld om de door haar gekochte aandelen in de CVA Netvest terug te geven aan K.A. en deze laatste om de door eiseres voor die aandelen reeds betaal-de bedragen terug te betalen.

De eerste rechter beval tot slot de opheffing van de hypothecaire inschrijvingen genomen door Annette en K.E. op het onroerend goed van eiseres te Westerlo, binnen de maand na het in kracht van gewijsde treden van het vonnis. De kosten werden omgeslagen tussen de partijen.

4. Bij verzoekschrift van 1 maart 2013 stelde K.A. hoger beroep in tegen het vonnis. Op 20 september 2013 tekende eiseres eveneens hoger beroep aan tegen het vonnis van 5 november 2012.

Beide beroepen waren beperkt tot de gevolgen van de nietigheid van de overeen-komsten van 8 december 2003. De nietigheid zelf van deze overeenkomsten werd in graad van beroep niet langer door de partijen in vraag gesteld.

Met betrekking tot de CVA Lienvest strekte de vordering van eiseres er, in hoofd-orde, toe om het vonnis van 5 november 2012 gedeeltelijk te horen vernietigen en de vergoeding tot teruggave bij equivalent (na ontbinding) te horen verminderen tot maximum op 232.500 euro onder aftrek van de reeds door eiseres aan K.E. be-taalde bedragen, en in ondergeschikte orde, op 333.333,33 euro (zijnde één derde van de initiële koopprijs) onder aftrek van de reeds door eiseres aan K.E. betaalde bedragen.

Met betrekking tot de CVA Netvest vorderde eiseres om het beroep ingesteld door K.A. ongegrond te horen verklaren en K.A. te horen veroordelen tot de kosten van het geding. In ondergeschikte orde vorderde eiseres, voor zover de appelrechters zouden menen dat geen herstel in natura m.b.t. de vernietigde overdracht van de aandelen van de CVA Netvest mogelijk was, de waarde van de vergoeding tot teruggave van equivalent maximum te begroten op 244.500 euro onder aftrek van de reeds door eiseres aan K.A. betaalde bedragen. De vordering van eiseres strekte tevens tot opheffing van de hypothecaire inschrijvingen genomen door K.A., alle kosten te haren laste.

De vordering van K.E. in hoger beroep strekte tot bevestiging van het bestreden vonnis van 5 november 2012.

De vordering van K.A. in hoger beroep strekte ertoe het vonnis van 5 november 2012 gedeeltelijk te horen vernietigen en te horen zeggen voor recht dat enkel her-stel bij equivalent mogelijk was (na vernietiging van de overeenkomst tot over-dracht van de aandelen van de CVA Netvest) en eiseres zodoende te horen ver-oordelen tot betaling van 693.920 euro (zijnde de overnameprijs van 1.000.000 euro minus 306.080 euro ontvangen betalingen), meer interesten.

In het bestreden arrest van 28 januari 2015 worden de beide hogere beroepen (i.e. het hoger beroep ingesteld door K.A. gekend onder rolnummer 2013/AR/646 en het hoger beroep ingesteld door eiseres en gekend onder rolnummer 2013/AT/2674) samengevoegd. Het Hof van Beroep vernietigt het vonnis van 5 november 2012 en veroordeelt vervolgens eiseres tot betaling van 600.000 euro aan K.E., te vermeerderen met gerechtelijke intresten vanaf de datum van het ar-rest, en tot betaling van 600.000 euro aan K.A., eveneens te vermeerderen met gerechtelijke intresten vanaf de datum van het arrest. Eiseres wordt ook veroor-deeld tot de gerechtskosten van beide aanleggen aan de zijde van Annette en K.E.. De appelrechters zeggen tot slot voor recht dat de door eiseres verstrekte hypothecaire zekerheid gehandhaafd blijft als waarborg voor de betaling van de in het arrest uitgesproken veroordelingen.

Tegen voormeld arrest wenst eiseres op te komen met de volgende middelen tot cassatie.

EERSTE MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wettelijke bepaling

- de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen

- de artikelen 1234, 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek

- het algemeen rechtsbeginsel inzake de vermogensverschuiving zonder oor-zaak

Aangevochten beslissing

Met betrekking tot de CVA Netvest beslissen de appelrechters dat, na ver-nietiging van de overeenkomst voor overdracht van aandelen van 8 december 2003, geen teruggave van de aandelen in natura meer mogelijk is, omdat de ver-mogensrechten verbonden aan de aandelen in de CVA Netvest - welke naar oor-deel van de appelrechters het hoofdbestanddeel van de overnameprijs uitmaken - na de overname quasi volledig teloorgegaan zijn, zodat het herstel enkel nog bij equivalent kan gebeuren en veroordelen eiseres dienvolgens tot vergoeding bij equivalent, nl. betaling van 600.000 euro plus intresten, op grond van de volgende motieven:

"IV. Uit voormelde overwegingen volgt dat dit hof, anders dan de eerste rechter, oordeelt dat nu de vermogensrechten verbonden aan voormelde aandelen het hoofdbestanddeel van de overnameprijs vormden, door het na de overname van aandelen quasi volledig telloorgaan van deze aan de aandelen verbonden vermo-gensrechten (het vermogen van de doelvennootschappen Lienvest en Netvest) ook het herstel in natura wat betreft de nietig verklaarde overdracht van aandelen van CVA Netvest niet meer mogelijk is (met name door teruggave van bij gebreke aan enig vermogen waardeloos geworden aandelen) en ook hier het herstel enkel bij equivalent kan gebeuren."

(bestreden arrest bladzijde 9)

Aangevoerde grieven

De vernietiging van de overeenkomst voor overdracht van aandelen van 8 december 2003 tussen eiseres en mevrouw K.A. op grond van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen verplicht de partijen om de prestaties terug te geven die krachtens de vernietigde overeenkomst zijn ontvangen.

Het vonnis dat de nietigverklaring uitspreekt doet een verbintenis tot terug-gave ontstaan. De restitutieverbintenis vloeit rechtstreeks voort uit de vernietiging van de overeenkomst. Voor zoveel als nodig vloeit de restitutieverbintenis tevens voort uit de artikelen 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek, of nog uit het algemeen rechtsbeginsel inzake vermogensverschuiving zonder oorzaak.

De teruggave dient bij voorkeur te geschieden door de ontvangen prestatie in natura terug te geven en slechts indien dit niet (meer) mogelijk is, door de waarde van de prestatie te vergoeden.

Indien een partij aldus in uitvoering van de vernietigde overeenkomst een goed ontving dat zij nog in natura kan teruggeven, dan is zij er in beginsel toe gehouden het goed in natura te restitueren. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eventuele stijging of daling van de marktwaarde van het goed.

Indien het goed ingevolge factoren onafhankelijk van de wil van partijen een waardevermindering heeft ondergaan, dan is de restitutieschuldeiser ertoe gehou-den deze waardevermindering te ondergaan.

Te dezen beslissen de appelrechters dat, hoewel niet betwist is dat de aandelen in de CVA Netvest nog in natura in het vermogen van eiseres aanwezig zijn, geen herstel in natura van de betrokken aandelen in de CVA Netvest meer mogelijk is (en de teruggave derhalve bij equivalent dient te gebeuren), omdat de vermogens-rechten verbonden aan de aandelen in waarde gedaald zijn.

Door in die zin te beslissen dat geen teruggave in natura meer mogelijk is, omdat het betrokken goed (hoewel nog fysiek bij de restitutieschuldenaar aanwezig) een waardevermindering heeft ondergaan, miskennen de appelrechters de draagwijdte van de restitutieplicht ten gevolge van de nietigverklaring van de overeenkomst (schending van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen, en van de artikelen 1234, 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek evenals, voor zoveel als nodig van het algemeen rechtsbeginsel inzake de vermogens-verschuiving zonder oorzaak).

TWEEDE MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wettelijke bepaling

- de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen

- de artikelen 1234, 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek

- het algemeen rechtsbeginsel inzake de vermogensverschuiving zonder oor-zaak

Aangevochten beslissing

De appelrechters veroordelen eiseres tot betaling aan mevrouw K.A. en aan mevrouw K.E. van elk een bedrag van 600.000 euro (in hoofdsom), op grond van de volgende motieven:

"V. In functie van de hoger aangehaalde door NV Anfina (lees: Van Sande Leo) opgenomen verplichtingen dient dit herstel in natura in casu inderdaad te geschie-den door uitbetaling van het verschil tussen de overeengekomen overnameprijzen en de reeds gedane betalingen, mits de hierna doorgevoerde forfaitaire correctie voor de vervroegde uitbetaling (nu uiteindelijk overeengekomen werd om de afbe-talingen tot 2019 te verlengen).

Er is inderdaad, zoals de eerste rechter ook reeds oordeelde, geen reden om deze betalingsverplichting te matigen nu ook dit hof oordeelt dat de zussen Kamphuis, zelfs bijgestaan door hun vader en Wooiford R., niet op de hoogte waren noch dienden te zijn van de enkel door NV Anfina (om alzo aan haar betalingsverplich-ting van het openstaand saldo van de koopsommen te ontsnappen) in het kader van deze procedure ingeroepen nietigheidsgrond. Bovendien, zoals gezegd, nam NV Anfina het volledig financieel (beleggings)risico verbonden aan deze over-dracht op zich.

Bovendien blijft de uitgesproken nietigheid een sanctie die binnen de perken van het noodzakelijke dient gehouden te worden en laat de overtreden rechtsnorm in onderhavig geschil, gelet op voormelde overwegingen, toe dat aan voormelde wil van partijen ondanks de uitgesproken nietigheid toch nog in de modulering van het door de rechter uit te spreken herstel in natura uitwerking gegeven wordt.

Om die redenen oordeelt dit hof dat NV Anfina aan Kamphuis Eveline en aan Kamphuis Annette nog afgerond 600.000 EUR, vermeerderd met gerechtelijke rechte vanaf datum van dit arrest dient te betalen, vermeerderd met de hieronder vastgesteld gedingkosten."

(bestreden arrest bladzijde 9)

Aangevoerde grieven

Eerste onderdeel

De vernietiging van de overeenkomst tot overdracht van aandelen op grond van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen verplicht de partijen om de prestaties terug te geven die krachtens de vernietigde overeenkomst zijn ontvangen.

Indien de restitutie door betaling van een waardevergoeding plaatsvindt, kan deze waardebepaling niet (louter) geschieden op grond van de prijs die voor de presta-tie in de vernietigde overeenkomst was vastgesteld.

De vernietiging houdt immers precies in dat de overeenkomst opzijgescho-ven wordt. Een nietig verklaarde overeenkomst kan voor de partijen immers geen grondslag van rechten en verplichtingen (meer) zijn. Aldus moet de waardebepa-ling van de prestatie op een objectieve manier geschieden, los van de vernietigde overeenkomst.

Te dezen bepalen de appelrechters de waarde van de aandelen in de CVA Netvest en de CVA Lienvest bij equivalent op het verschil tussen de overeenge-komen overnameprijs en de reeds door eiseres gedane afbetalingen (met een for-faitaire correctie voor de vervroegde uitbetaling).

Door in die zin de waardering van de aandelen bij equivalent louter te base-ren op de contractueel overeengekomen overnameprijs, miskennen de appelrech-ters de restitutieplicht ten gevolge van de nietigverklaring van de overeenkomst en verlenen zij ten onrechte nog rechtsgevolgen aan de vernietigde overeenkomst (schending van de artikelen 629 en 65

7 van het Wetboek van Vennootschappen, en van de artikelen 1234, 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek evenals, voor zoveel als nodig van het alge-meen rechtsbeginsel inzake de vermogensverschuiving zonder oorzaak).

Tweede onderdeel

De verbintenis tot waardevergoeding bij equivalent maakt een waardeschuld uit.

Bijgevolg is de ontvanger een vergoeding verschuldigd gelijk aan de waarde die het goed - in de toestand waarin het destijds werd ontvangen - op het ogenblik van de begroting (i.e. op het ogenblik van de uitspraak van de rechter of het ogen-blik van het minnelijk akkoord tussen partijen hierover) zou hebben gehad.

Een waardestijging van het goed valt bijgevolg ten laste van de restitutie-schuldenaar: het bedrag van de door hem verschuldigde vergoeding is in dat geval hoger dan de waarde die het goed bij ontvangst had. Een waardedaling komt daarentegen ten goede van de restitutieschuldenaar: in dat geval is het bedrag van de door hem verschuldigde vergoeding lager dan de waarde die de prestatie bij ontvangst had.

Het vonnis dat de nietigverklaring uitspreekt van een overeenkomst die ex tunc uitwerking heeft, doet een verbintenis tot teruggave ontstaan. De teruggave geschiedt bij voorkeur in natura. De restitutie geschiedt slechts door betaling van een waardevergoeding bij equivalent indien teruggave in natura onmogelijk is.

Indien het ontvangen goed op het ogenblik van de teruggave nog bij de ont-vanger aanwezig is, volstaat het dat de ontvanger het goed in natura teruggeeft. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van het goed.

In geval van teruggave in natura is de omvang van de restitutie dan ook steeds gelijk aan de waarde die het ontvangen goed op het ogenblik van de terug-gave heeft.

Derhalve dient bij de waardebepaling bij equivalent ook rekening te worden gehouden met de waarde die het ontvangen goed op het ogenblik van de terugga-ve heeft.

Door in de gevallen waarin de restitutie niet in natura gebeurt, geen rekening te houden met de waardeschommelingen die het ontvangen goed sedert het ogenblik van de ontvangst heeft ondergaan - en derhalve de omvang van de restitutie in de-ze gevallen steeds gelijk te stellen aan de waarde die de ontvangen prestatie op het ogenblik van de ontvangst had - riskeert derhalve een onverantwoorde ongelijk-heid te ontstaan ten opzichte van de (verkieslijke) wijze van teruggave in natura. In geval van waardevermindering van de prestatie, leidt een waardering bij equi-valent op het ogenblik van ontvangst dan ook tot een ongerechtvaardigde verrij-king van de restitutieschuldeiser ten nadele van de restitutieschuldenaar in verge-lijking met de toestand waarin partijen zich zouden bevonden hebben, indien een teruggave in natura wel nog mogelijk was geweest.

Door te dezen bij de waardebepaling bij equivalent geen rekening te houden met de aanzienlijke waardevermindering die de aandelen in de CVA Netvest en de CVA Lienvest sinds de overdracht hebben ondergaan, miskennen de appelrechters dan ook de restitutieplicht ten gevolge van de nietigverklaring van de overeenkomst (schending van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen, van de artikelen 1234, 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek evenals, voor zoveel als nodig van het algemeen rechtsbeginsel inzake de vermogensverschuiving zonder oorzaak).

DERDE MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wettelijke bepaling

- de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen

- de artikelen 1234 en 1235 van het Burgerlijk Wetboek

Aangevochten beslissing

De appelrechters beslissen dat de door eiseres tot zekerheid van de betaling van de overnameprijzen verstrekte hypotheek gehandhaafd dient te blijven tot be-loop van de in het bestreden arrest uitgesproken veroordelingen, op grond van de volgende motieven:

"V. (...) Om dezelfde hoger aangehaalde redenen oordeelt dit hof dat de tot ze-kerheid van betaling van de overnameprijzen verstrekte hypotheek onverminderd dient gehandhaafd te worden tot beloop van de in dit arrest uitgesproken veroor-delingen tot betaling van geldsommen."

(bestreden arrest bladzijde 9)

Aangevoerde grieven

De grondslag van de hypothecaire volmacht was te deze artikel 6 van de beide overeenkomsten voor overdracht van aandelen van 8 december 2003, het-welk (in identieke bewoordingen) bepaalt:

"De overnemer verleent aan de overdrager tot de volledige betaling van de prijs, conform artikel 2 en 3 van deze overeenkomst, een volmacht tot hypotheek van euro 150.000 op het pand gelegen te 2260 Westerlo, Schaapstraat 45, eigendom van Anfina NV."

De hypothecaire volmacht werd, luidens artikel 6 van beide overeenkomsten, lou-ter door eiseres aan verweersters verleend met het oog op de betaling van de over-nameprijs.

Overeenkomstig artikel 1234 van het Burgerlijk Wetboek gaan de verbinte-nissen van een overeenkomst onder meer door nietigverklaring of vernietiging te-niet. Een nietig verklaarde overeenkomst kan voor partijen geen grondslag van rechten en verplichtingen (meer) zijn.

Ingevolge de vernietiging van de overeenkomsten voor overdracht van aan-delen van 8 december 2003 is dan ook een einde gekomen aan alle in deze over-eenkomsten gelegen verbintenissen, waaronder de hypotheekbelofte vervat in ar-tikel 6.

Door de tot zekerheid van de betaling van de overnameprijzen verstrekte hypotheek te handhaven ná de vernietiging van de overeenkomsten voor over-dracht van aandelen van 8 december 2003 en voor een ander doel dan de betaling van de overnameprijzen, met name voor de betaling van de in het bestreden arrest uitgesproken veroordelingen tot betaling van geldsommen uit hoofde van de resti-tutieplicht na vernietiging, miskennen de appelrechters de gevolgen van de nietig-verklaring van de overeenkomst (schending van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen en de artikelen 1234 en 1235 van het Burgerlijk Wetboek).

*

* *

TOELICHTING BIJ HET EERSTE MIDDEL

De vernietiging van de overeenkomst voor overdracht van aandelen van 8 december 2003 tussen eiseres en mevrouw K.A. op grond van de artikelen 629 en 657 van het Wetboek van Vennootschappen verplicht de partijen om de prestaties terug te geven die krachtens de vernietigde overeenkomst zijn ontvangen.

De nietigverklaring van een overeenkomst houdt immers in dat de partijen, zo mogelijk, in dezelfde toestand moeten worden geplaatst als die waarin zij zich zouden bevinden indien zij niet hadden gecontracteerd. Het is vaste rechtspraak van Uw Hof dat de vernietiging van een overeenkomst die ex tunc werking heeft, elk van de partijen in de regel ertoe verplicht de prestaties terug te geven die krachtens de vernietigde overeenkomst zijn ontvangen (Cass. 28 november 2013, C.12.0556.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.3 ; Cass. 10 mei 2012, C.10.0707.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120510.9 ; Cass. 5 januari 2012, C.10.0712.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120105.3 ; Cass. 24 september 2009, C.08.0617.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090924.2 en Cass. 21 mei 2004, C.03.0501.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040521.4 ).

Het vonnis dat de nietigverklaring uitspreekt doet een verbintenis tot terug-gave ontstaan. De restitutieverbintenis vloeit rechtstreeks voort uit de vernietiging van de overeenkomst (J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 65, nr. 97). Deze grondslag lijkt ook door Uw Hof gedragen te worden (Cass. 28 november 2013, C.12.0556.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.3 en Cass. 8 februari 2010, C.09.0244.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100208.3 ).

Voor zoveel als nodig vloeit de restitutieverbintenis tevens voort uit de artikelen 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek, of nog uit het algemeen rechts-beginsel inzake vermogensverschuiving zonder oorzaak.

De teruggave dient bij voorkeur te geschieden door de ontvangen prestatie in natura terug te geven en slechts indien dit niet (meer) mogelijk is, door de waarde van de prestatie te vergoeden (Cass. 24 september 1976, Arr.Cass. 1977, 98 en Pas. 1997, I, 101; Cass. 13 september 1985, Arr.Cass. 1985-86, 40 en Pas, 1986, I, 36; H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Brussel, Bruylant, 1964, 787-788, nr. 815 en 789-790, nr. 818; S.J. Nudelhole, "Les inci-dences de la théorie des risques sur les restitutions consécutives à l´annulation d´un contrat", noot onder Cass. 13 september 1985, RCJB 1988, (223), 228, nr. 8; S. Stijns, « Nietigheid van het contract als sanctie bij zijn totstandkoming », in S. Stijns en J. Smits (eds.), Totstandkoming van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2000, 674, nr. 537; T. Starosselets, "Ef-fets de la nullité", in P. Wéry (ed.), La nullité des contrats, Brussel, Larcier, 2006, (231), 242-243; A. Van Oevelen, "De nietigheid van de overeenkomst", in X., Bijzondere overeenkomsten, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, IV Verbintenissenrecht, Titel II, Contractenrecht, Hoofdstuk IV, nr. IV.B.1 en J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 69, nr. 103).

Indien een partij aldus in uitvoering van de vernietigde overeenkomst een goed ontving dat zij nog in natura kan teruggeven, dan is zij er in beginsel toe gehouden het goed in natura te restitueren. Hierbij wordt geen rekening gehouden een eventuele stijging of daling van de marktwaarde van het goed (J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 71, nr. 105 en 85, nr. 123).

Indien het goed ingevolge factoren onafhankelijk van de wil van partijen een waardevermindering heeft ondergaan, dan is de restitutieschuldeiser ertoe gehou-den deze waardevermindering te ondergaan (J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 77-78, nr. 112; T. Starosselets, "Restitutions consécutives à la dissolution ex tunc", TBBR 2003, 80, nr. 26; S. Loosveld, Geld, geldschulden en deviezen, Larcier, 2007, 179, nr. 321 en 196, nr. 349 en P. Van Ommeslaghe, "La notion de restitution", L´obligation de restitution du banquier, Bruylant, 1998, 23-24).

TOELICHTING BIJ HET TWEEDE MIDDEL

Eerste onderdeel

Indien de restitutie door betaling van een waardevergoeding plaatsvindt, kan deze waardebepaling niet (louter) geschieden op grond van de prijs die voor de prestatie in de vernietigde overeenkomst was vastgesteld.

De vernietiging houdt immers precies in dat de overeenkomst opzijgescho-ven wordt. Een nietigverklaarde overeenkomst kan voor de partijen immers geen grondslag van rechten en verplichtingen (meer) zijn. Aldus moet de waardebepa-ling van de prestatie op een objectieve manier geschieden, los van de vernietigde overeenkomst (J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkom-sten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 69, nr. 103; I. Claeys, "Nietigheid van con-tractuele verbintenissen in beweging", in X., Sancties en nietigheden, Gent, Lar-cier, 2003, 325, nr. 79; T. Starosselets, "À propos de la résolution par équivalent", in X., Liber Amicorum Jean-Pierre De Bandt, Brussel, Bruylant, 2004, 618 en P. Wéry, Droits des obligations, Volume 1. Théorie générale du contrat, Brussel, Larcier, 2010, nr. 346).

"Indien de restitutie door betaling van een waardevergoeding plaatsvindt, wordt aangenomen dat deze waardebepaling niet mag geschieden op grond van de prijs die voor de prestatie in de vernietigde of ontbonden overeenkomst was vastge-steld. De vernietiging of ontbinding houdt immers precies in dat de overeenkomst opzijgeschoven wordt. Aldus moet de waardebepaling van de prestatie op een ob-jectieve manier geschieden, los van de vernietigde of ontbonden overeenkomst.

In navolging van het DCFR zou de waarde van de ontvangen prestatie dan ook kunnen worden omschreven als de prijs die een redelijk handelende en geïnteres-seerde aanbieder en een redelijk handelende en geïnteresseerde ontvanger voor die prestatie zouden overeenkomen. Dit stemt overeen met de marktwaarde van de prestatie (voor zover voor de prestatie een markt bestaat)"

(J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwer-pen, Intersentia, 2012, 69-70).

Ook door Uw Hof werd reeds geoordeeld dat een nietig verklaarde overeenkomst voor partijen geen grondslag van rechten en verplichtingen (meer) kan zijn (Cass. 28 november 2013, C.12.0556.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.3 ).

Tweede onderdeel

De verbintenis tot waardevergoeding bij equivalent maakt een waardeschuld uit.

Bijgevolg is de ontvanger een vergoeding verschuldigd gelijk aan de waarde die het goed - in de toestand waarin het destijds werd ontvangen - op het ogenblik van de begroting (i.e. op het ogenblik van de uitspraak van de rechter of het ogen-blik van het minnelijk akkoord tussen partijen hierover) zou hebben gehad (J. Baeck, Restitutie na vernietiging of ontbinding van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 71; S.J. Nudelhole, "Les incidences de la théorie des risques sur les restitutions consécutives à l´annulation d´un contrat", noot onder Cass. 13 sep-tember 1985, RCJB 1988, 233, nr. 14 en T. Starosselets, "À propos de la résoluti-on par équivalent", in X., Liber Amicorum Jean-Pierre De Bandt, Brussel, Bruylant, 2004, 620).

TOELICHTING BIJ HET DERDE MIDDEL

Overeenkomstig artikel 1234 van het Burgerlijk Wetboek gaan de verbinte-nissen van een overeenkomst onder meer door nietigverklaring of vernietiging te-niet. Een nietig verklaarde overeenkomst kan voor partijen geen grondslag van rechten en verplichtingen (meer) zijn (Cass. 28 november 2013, C.12.0556.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.3 ).

*

* *

Op deze gronden en overwegingen besluit de ondergetekende advocaat voor ei-seres dat het U, Hooggeachte Dames en Heren, moge behagen het bestreden arrest te vernietigen, de zaak en partijen te verwijzen naar een ander hof van beroep en uitspraak te doen over de kosten als naar recht.

Antwerpen, 20 mei 2015

Johan Verbist

Bijlagen:

1. Exploot van betekening dd. 4 maart 2015 van het arrest van de Achtste Ka-mer van het Hof van Beroep te Antwerpen van 28 januari 2015 (2013/AR/646 en 2013/AR/2674) op verzoek van verweersters aan eiseres, waarin door beide ver-weersters keuze van woonplaats is gedaan op het kantoor van gerechtsdeurwaar-der Paul Eyskens, met kantoor te 2300 Turnhout, Zegeplein 9/1;

2. Exploot van betekening van deze voorziening aan verweersters.

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.2