Cassation appeal dismissed; appeal against civil court costs award to State upheld under Judicial Code.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation dismissed the appeal against a lower court ruling that ordered the State to pay legal costs. The appellant argued for a different legal interpretation of cost allocation, but the court found no merit in this alternative view. Consequently, the decision to hold the State liable for the legal fees was upheld as correct in law.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 1017, 1st para., G.W.; Art. 1018, G.W.; Art. 1022, 1st para., G.W.: When a civil court orders the State to pay legal costs, the State bears these expenses as the losing party in the civil proceeding.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Nr. C.15.0222.N
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Waalse Kaai 35A,
eiser,
tegen
1. P.M.,
2. H.D.,
verweerders.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 mei 2015.
Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 16 november 2016 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.
Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
(...)
Gegrondheid
1. Krachtens artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek verwijst, tenzij bij-zondere wetten anders bepalen, ieder eindvonnis zelfs ambtshalve de in het onge-lijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt.
Krachtens artikel 1018 Gerechtelijk Wetboek omvatten de kosten: 6° de rechts-plegingsvergoeding zoals bepaald in artikel 1022.
Krachtens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is de rechtsplegingsver-goeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.
2. Het openbaar ministerie dat in het ongelijk wordt gesteld in een vordering die voor een burgerlijk rechtscollege is ingesteld op grond van artikel 138bis, § 1, Gerechtelijk Wetboek, moet krachtens deze bepalingen in de persoon van de Bel-gische Staat worden veroordeeld tot de betaling van een rechtsplegingsvergoe-ding.
In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
3. Voor het overige dient de beschikking van het bestreden arrest die het open-baar ministerie tot betaling van de kosten van de beide aanleggen veroordeelt, in die zin te worden begrepen dat de kosten ten laste van de Staat worden gelegd.
Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Bepaalt de kosten tot op heden op 100,03 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Albert Fettweis en Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2017 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingel-gem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe.
V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman
A. Smetryns A. Fettweis E. Dirix
PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170113.1