Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170112.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170112.2 Généré par l'IA

Court dismisses legal aid request for bankruptcy trustees as they are material parties, not representatives of the insolvent company.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170112.2
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation rejected the legal aid application filed by bankruptcy trustees representing the insolvent company EL DESO bvba. Although the trustees sought representation in a dispute over the valuation of the property's usufruct, the court determined they acted as the material parties rather than representatives of the insolvent entity. Consequently, the statutory requirement for legal aid under Article 664 of the Judicial Code was not met because the trustees failed to prove their inability to pay for the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 664 et seq. of the Judicial Code: Legal aid is granted only to parties unable to pay; bankruptcy trustees acting as material parties in their own interest do not qualify for aid as they are not representatives of the insolvent estate.

Mots-clés

Généré par l'IA
legal aid eligibility bankruptcy trustees material party status Judicial Code insolvency proceedings

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 664 et seq. of the Judicial Code

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

P.D. nr. G.16.0229.N

In zake : Meester Marc HUYGEN en meester Kathleen VELKENEERS, curatoren van het faillissement van EL DESO bvba.

Het Bureau,

Gelet op het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 27 oktober 2016 en na indie-ning van de pro-fiscoverklaring ingeschreven op 9 november 2016;

Gelet op de bepalingen van de artikelen 664 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek;

Gehoord het advies van de heer eerste advocaat-generaal André Henkes;

De verzoekers wensen cassatieberoep in te stellen tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 juni 2016 dat het ereloon van de verzoekers vaststelt voor het te gelde maken van een onroerend goed waarvan de gefailleerde ven-nootschap het vruchtgebruik had en haar zaakvoerders de naakte eigendom. Het arrest doet hierover uitspraak in het kader van een betwisting tussen de verzoekers en KBC Bank nv, enige hypothecair ingeschreven schuldeiser op de naakte eigen-dom en het vruchtgebruik van dit onroerend goed. De betwisting heeft meer be-paald betrekking op de bepaling van de waarde van het vruchtgebruik van het on-roerend goed, welke waarde de berekeningsgrondslag vormt voor het afzonderlijk ereloon van de curatoren dat alleen ten laste is van de betrokken hypothecaire schuldeisers.

Niet de gefailleerde en de boedel van de schuldeisers, maar de verzoekers zelf zijn titularis van het recht dat het voorwerp is van het voorgenomen cassatieberoep. Zij treden daardoor niet op als procesvertegenwoordiger van de gefailleerde en de boedel van de schuldeisers, maar als de materiële procespartij.

Hieruit volgt dat de in artikel 664 Gerechtelijk Wetboek bepaalde voorwaarde om aanspraak te hebben op rechtsbijstand moet zijn vervuld in hoofde van de verzoe-kers zelf.

De verzoekers voeren niet aan dat zij niet in staat zijn om een cassatieprocedure te betalen en leggen geen stukken betreffende hun bestaansmiddelen over.

Het onvermogen van de verzoekers is niet bewezen.

Dictum

Het Bureau voor rechtsbijstand,

verwerpt het verzoek tot rechtsbijstand.

Brussel, 12 januari 2017.

De griffier, De voorzitter van het Bureau

voor rechtsbijstand,

F. Adriaensen K. Mestdagh

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170112.2