Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.2 Généré par l'IA

Cassation court dismisses appeal where lower court wrongly declared late appeal inadmissible due to unilateral procedure misclassification.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.2
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The cassation court annulled the appellate court's decision declaring the appeal inadmissible for being filed late. The lower court incorrectly treated a contested procedure as unilateral because the defendant initially requested a syndic under Article 577-8, § 7 of the Civil Code, but later changed his request to Article 577-8, § 1. The court ruled that the procedure retained its contested nature despite the defendant's procedural shift, meaning the appeal was not untimely under Article 1031 of the Judicial Code.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 577-8, § 1 and § 7 of the Civil Code; Article 1031 of the Judicial Code: A procedure remains contested if the defendant changes their request from one requiring notification to one that does not, preventing the application of strict time limits for appeals based on unilateral procedures.

Mots-clés

Généré par l'IA
contested procedure unilateral procedure appeal timeliness syndic appointment Judicial Code Civil Code procedural character

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 577-8, § 7 of the Civil Code
Article 577-8, § 1 of the Civil Code
Article 1030 of the Judicial Code
Article 1031 of the Judicial Code
Article 1092 of the Judicial Code

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Nr. C.16.0217.N

ADVOCATENKANTOOR ANN HERREMAN bvba, met zetel te 1790 Af-fligem, Calloystraat 2, in haar hoedanigheid van syndicus van de vereniging van mede-eigenaars residentie "Jan Mulsstraat 68", met zetel te 1853 Grimbergen, Jan Mulsstraat 68,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

M.M.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlands-talige rechtbank van eerste aanleg Brussel van 22 februari 2016.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 november 2016 verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Memorie van antwoord

De ter griffie neergelegde "memorie van antwoord" is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof en beantwoordt aldus niet aan de voorschriften van artikel 1092 Gerechtelijk Wetboek, zodat er geen acht kan worden geslagen.

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Een tegensprekelijke procedure verliest haar aard niet omdat de rechtbank verklaart dat het om een procedure op eenzijdig verzoekschrift gaat.

2. Wanneer een vordering in het kader van een tegensprekelijke procedure wordt gewijzigd in een vordering die ook bij eenzijdig verzoekschrift kon worden ingesteld, behoudt de procedure haar tegensprekelijk karakter.

De omstandigheid dat van het vonnis kennis wordt gegeven op grond van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek doet hieraan geen afbreuk en heeft niet tot gevolg dat het hoger beroep tegen dit vonnis bij toepassing van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek moet worden ingesteld binnen de maand vanaf die kennisgeving.

3. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat:

- de verweerder zich aanvankelijk bij tegensprekelijk verzoekschrift tot de vre-derechter heeft gewend om de eiseres te horen vervangen als syndicus bij toe-passing van artikel 577-8, § 7, Burgerlijk Wetboek;

- de verweerder in de loop van de procedure voor de vrederechter zijn vordering heeft gewijzigd en hij, van oordeel zijnde dat de duurtijd van het mandaat van de eiseres inmiddels verstreken was, in hoofdorde vroeg om op grond van arti-kel 577-8, § 1, Burgerlijk Wetboek een syndicus aan te stellen terwijl hij zijn vordering op grond van artikel 577-8, § 7, slechts in ondergeschikte orde hand-haafde;

- de vrederechter oordeelde dat aangezien de procedure tot aanstelling van een syndicus op grond van artikel 577-8, § 1, Burgerlijk Wetboek op eenzijdig ver-zoekschrift verloopt, zij niet op tegenspraak is en de conclusie van de eiseres niet in het beraad moet worden betrokken in zoverre zij op dit verzoek betrek-king heeft;

- de vrederechter voorts oordeelde dat het mandaat van de eiseres als syndicus verstreken was en hij het verzoek tot aanstelling van een nieuwe syndicus op grond van artikel 577-8, § 1, inwilligde;

- het vonnis zowel bij toepassing van artikel 792 Gerechtelijk Wetboek als bij toepassing van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek ter kennis werd gebracht van de partijen.

4. De appelrechter oordeelt dat:

- de vrederechter de vordering gegrond verklaarde op grond van de rechtspleging voorzien voor artikel 577-8, § 1, Burgerlijk Wetboek, waarvoor een procedure op eenzijdig verzoekschrift geldt;

- de beslissing op grond van artikel 1030 Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief van 20 mei 2015 ter kennis werd gebracht;

- aangezien het verzoekschrift hoger beroep pas op 13 juli 2015 werd neergelegd ter griffie, het hoger beroep laattijdig en bijgevolg onontvankelijk is.

5. Door aldus toepassing te maken van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek hoewel de rechtspleging voor de vrederechter een tegensprekelijk karakter had en deze bepaling bijgevolg niet van toepassing was, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Omvang van cassatie

De vernietiging van de beslissing over het hoofdberoep van de eiseres heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing over het incidenteel beroep, die er een gevolg van is.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2017 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe.

V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.2