Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.1 Généré par l'IA

Court of Cassation dismisses appeal against second defendant but partially allows claims against first, third, and fourth defendants regarding floor tile stability defects.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.1
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Partiellement admis (Partially Allowed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation declared the appeal against the second defendant inadmissible but found the appeal against the first, third, and fourth defendants admissible. The lower court incorrectly concluded that widespread floor tile detachment constituted a stability defect endangering the building's structure. The court held that merely establishing the extent of the problem does not prove a threat to stability, requiring a separate factual assessment of structural risk.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 1792 and 2270 of the Civil Code: The mere occurrence of a defect affecting a large portion of a building does not automatically constitute a defect endangering stability; the court must independently verify whether the defect poses a real risk to the building's structural integrity.

Mots-clés

Généré par l'IA
statute of limitations for architects building stability defect floor tile detachment structural integrity assessment partial cassation ruling subrogated parties liability technical expert report weight

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 1792 of the Civil Code
Article 2270 of the Civil Code

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Nr. C.16.0108.N

ARCHITECTENASSOCIATIE ANGST & D'HOORE bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Solvynsstraat 39,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. DIDIN nv, met zetel te 2500 Lier, Mechelsesteenweg 114,

eerste verweerder,

2. CARTONNAGES DONCKERS nv, met zetel te 2500 Lier, Schollebeek-straat 29,

tweede verweerster,

3. WILLY NAESSENS INDUSTRIEBOUW nv, met zetel te 9790 Wortegem-Petegem, Kouter 3, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Eric Rochtus, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 207,

derde verweerster,

4. TEGELS VDS nv, met zetel te 9400 Ninove (Appelterre-Eichem), Brakel-sesteenweg 454,

vierde verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 juni 2015.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 28 november 2016 verwe-zen naar de derde kamer.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 28 november 2016 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de appelrech-ters de vordering van de tweede verweerster jegens de eiseres als ongegrond heb-ben afgewezen.

De eiseres komt niet op tegen deze beslissing.

In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de tweede verweerster is het niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Artikel 1792 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor aansprakelijk zijn gedurende tien jaren.

Artikel 2270 van hetzelfde wetboek bepaalt dat na verloop van tien jaren de archi-tecten en aannemers ontslagen zijn van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.

3. Krachtens die bepalingen zijn de aannemers en architecten gedurende tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw of van een be-langrijk deel ervan in gevaar brengen of op min of meer lange termijn in gevaar kunnen brengen.

De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een gebrek de stabiliteit van het ge-bouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt of kan brengen.

Het Hof gaat na of de rechter uit de gedane vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of daardoor onmogelijk kunnen worden ver-antwoord.

4. De appelrechters stellen vast dat de gerechtsdeskundige heeft vastgesteld dat de problematiek van het loskomen van de vloertegels zich voordeed in ongeveer alle ruimtes van zowel de gelijkvloerse als de eerste verdieping van het gebouw. Zij treden de gerechtsdeskundige bij waar deze besloot dat de technische oorzaak van het loskomen van de tegels gelegen is in enerzijds de slechte verlijming van de tegels en anderzijds in het niet voorzien van uitzetvoegen.

Vervolgens oordelen zij: "Gelet op de omvang van deze problematiek, die zich over bijna het gehele gebouw van [de eerste verweerster] voordeed, dient ertoe te worden besloten dat het wel degelijk een ernstig gebrek betrof dat van aard was om de stabiliteit ervan in het gedrang te brengen".

5. Door aldus louter uit de omstandigheid dat het loskomen van de tegels zich in bijna het volledige gebouw voordeed te besluiten dat het een gebrek betreft dat de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengt, verantwoorden de appelrech-ters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Omvang van cassatie

6. De vernietiging van de veroordeling van de eiseres op de hoofdvordering van de eerste verweerster strekt zich uit tot de veroordelingen van de eiseres op de tussenvordering van de derde en vierde verweersters als gesubrogeerden in de rechten van de eerste verweerster.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vorderingen van eerste, derde en vierde verweersters tegen de eiseres.

Verwerpt het cassatieberoep ten aanzien van de tweede verweerster.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2017 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe.

V. Van de Sijpe K. Moens B. Wylleman

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170109.1