Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170105.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170105.3 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal regarding inheritance tax on marital property agreement without survival condition.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170105.3
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation rejected the appellant's challenge to a lower court ruling on inheritance tax liability. The parties had agreed that upon divorce, all marital community property would go to the husband, but the agreement lacked a survival condition. The court held that because the agreement did not explicitly grant the husband more than half of the community only upon survival, Article 5 of the Inheritance Code does not apply to tax the transfer. Consequently, the transfer of the entire community property was not deemed a gift subject to registration rights.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 5 and 7 of the Inheritance Code; The transfer of the entire marital community property to one spouse upon divorce, without a survival condition, does not constitute a gift subject to inheritance tax registration.

Mots-clés

Généré par l'IA
marital property agreement inheritance tax liability survival condition requirement community property division gift registration rights divorce settlement tax notarial deed validity

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 9, § 1, second paragraph, Organic Notary Law
Article 114, Organic Notary Law
Article 7, Inheritance Code
Luidens artikel 114 van dezelfde wet is elke akte opgemaakt in strijd met het be-paalde in de artikelen 6, 3° en 4°, 8, 9, § 2, eerste lid, 10, 12, tweede lid, 14, 20 en 51, § 7, nietig indien zij niet door alle partijen is ondertekend.
Article 1451, Civil Code
Article 5, Inheritance Code
article5

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Nr. F.15.0164.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. B. Z.,

2. A. Z.,

Mr. Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Brussel van 9 september 2014.

Eerste advocaat-generaal André Henkes heeft op 9 december 2016 een conclusie neergelegd ter griffie.

Sectievoorzitter Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in het verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest stelt vast dat de verweerder en mevrouw B. gehuwd waren onder het stelsel van de wettelijke gemeenschap, dat zij voor de notaris een overeenkomst tot wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel hebben ondertekend die gesteld is als volgt: "In geval van ontbinding van het huwelijk zal de gehele huwelijksge-meenschap worden toebedeeld [aan de verweerder] of aan zijn erfgenamen", en dat mevrouw B. enkele dagen later is overleden.

Eerste middel

Luidens artikel 9, § 1, tweede lid, Organieke wet Notariaat, vestigt de notaris, wanneer hij tegenstrijdige belangen of de aanwezigheid van onevenwichtige be-dingen vaststelt, de aandacht van de partijen hierop en deelt hij hen mee dat elke partij de vrije keuze heeft om een andere notaris aan te wijzen of zich te laten bij-staan door een raadsman. De notaris maakt hiervan melding in de notariële akte.

Luidens artikel 114 van dezelfde wet is elke akte opgemaakt in strijd met het be-paalde in de artikelen 6, 3° en 4°, 8, 9, § 2, eerste lid, 10, 12, tweede lid, 14, 20 en 51, § 7, nietig indien zij niet door alle partijen is ondertekend. Indien de akte door alle contracterende partijen is ondertekend, geldt zij slechts als onderhands ge-schrift, zulks onverminderd de schadevergoeding die in beide gevallen, zo daartoe aanleiding bestaat, moet worden betaald door de notaris die voornoemde voor-schriften heeft overtreden.

De schending van artikel 9, § 1, is geen grond van nietigheid van de authentieke akte.

Het middel, dat in werkelijkheid aanvoert dat de authentieke akte van 18 decem-ber 2009 tot wijziging van de huwelijksovereenkomst van de verweerder nietig is, op grond dat artikel 9, § 1, tweede lid, van voornoemde wet zou zijn geschonden, faalt naar recht.

Tweede middel

Volgens artikel 7 Wetboek Successierechten worden de goederen waarover, naar het door het bestuur geleverde bewijs, de afgestorvene kosteloos beschikte gedu-rende de drie jaren vóór zijn overlijden, geacht deel uit te maken van zijn nalaten-schap indien de bevoordeling niet onderworpen werd aan het voor de schenkingen gevestigde registratierecht.

Krachtens artikel 1451 Burgerlijk Wetboek mogen echtgenoten die een stelsel van gemeenschap van goederen hebben bedongen, bij huwelijksovereenkomst elke wijziging aan het wettelijk stelsel aanbrengen, op voorwaarde dat zij niet afwijken van de regels van dat stelsel die betrekking hebben op het bestuur over het eigen en het gemeenschappelijk vermogen en onder voorbehoud van de artikelen 1388 en 1389 van dat wetboek. Zij kunnen met name overeenkomen dat, in geval van ontbinding van het huwelijk door het overlijden van een van de echtgenoten, het gemeenschappelijk vermogen in ongelijke delen zal worden verdeeld of geheel aan een van de echtgenoten zal verblijven.

Artikel 1461 van voornoemd wetboek bepaalt dat echtgenoten kunnen overeen-komen dat de langstlevende of een van hen, indien hij het langst leeft, bij de ver-deling een ander deel dan de helft, of zelfs het gehele vermogen, zal ontvangen.

Luidens artikel 1464, eerste lid, van dat wetboek worden het beding van ongelijke verdeling en het beding van verblijving van het gehele gemeenschappelijk ver-mogen niet beschouwd als schenkingen, maar als huwelijksvoorwaarden.

Volgens artikel 1464, tweede lid, worden ze echter wel als schenkingen be-schouwd voor het aandeel boven de helft dat aan de langstlevende echtgenoot wordt toegewezen in de waarde, op de dag van de verdeling, van de tegenwoordige of toekomstige goederen die de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen heeft gebracht door een uitdrukkelijk beding in de huwelijksovereenkomst. Die afwijking, die ertoe strekt de rechten van de reservataire erfgenamen te vrijwaren, heeft enkel tot gevolg dat de verblijving van de goederen die door de vooroverleden echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen zijn ingebracht, voor het deel boven de helft dat aan de overlevende echtgenoot wordt toegewezen, met het oog op de vaststelling van de rechten van die reservataire erfgenamen als een schenking moet worden beschouwd.

Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de bedingen van verblijving van het gehele gemeenschappelijk vermogen aan een van de echtgenoten bij de ontbinding van het huwelijk, buiten elke voorwaarde van overleving, huwelijksovereen-komsten zijn en niet onder de toepassing van artikel 7 Wetboek Successierechten vallen.

Het middel, dat op de tegengestelde opvatting berust, faalt naar recht.

Derde middel

Tweede onderdeel

Luidens artikel 5 Wetboek Successierechten wordt de overlevende echtgenoot aan wie een huwelijksovereenkomst, die niet aan de regels betreffende de schenkingen onderworpen is, op voorwaarde van overleving meer dan de helft van de gemeen-schap toekent, voor de heffing van de successierechten en van de rechten van overgang bij overlijden gelijkgesteld met de overlevende echtgenoot die, wanneer niet wordt afgeweken van de gelijke verdeling van de gemeenschap, het aandeel van de andere echtgenoot krachtens een schenking of een uiterste wilsbeschikking geheel of gedeeltelijk verkrijgt.

Uit de bewoordingen zelf van die bepaling blijkt dat de gelijkstelling slechts van toepassing is wanneer aan de overlevende echtgenoot meer dan de helft van de gemeenschap wordt toegekend door een huwelijksovereenkomst die op voorwaar-de van overleving is gesloten.

Het arrest, dat overweegt dat "de omstandigheid dat [de echtgenoten] in de over-eenkomst niet hebben bepaald dat het volledige gemeenschappelijk vermogen [aan de verweerder] wordt toegewezen bij overleving, met name wegens ontbinding van het huwelijk door het overlijden van zijn echtgenote", "[hem] het recht geeft de toepassing van artikel 5 Wetboek Successierechten te ontwijken", is naar recht verantwoord.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Eerste onderdeel

De in het tweede onderdeel tevergeefs bekritiseerde zelfstandige redenen schragen de beslissing van het arrest dat artikel 5 Wetboek Successierechten niet van toepassing is.

Het onderdeel, dat niet kan leiden tot cassatie, heeft geen belang en is mitsdien niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door sec-tievoorzitter Albert Fettweis, als voorzitter, sectievoorzitter Martine Regout, de raadsheren Michel Lemal, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 5 januari 2017 uitgesproken door sectievoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal André Henkes, met bij-stand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van sectievoorzitter Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De sectievoorzitter,

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170105.3