Belgian tax court dismisses appeal; unsigned administrative note lacks required tax assessment decision formality under Article 346 WIB92.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation rejected the taxpayer's appeal against the lower court's confirmation of a tax assessment. The taxpayer argued that an unsigned administrative note containing reasons for ignoring their objections constituted a valid tax assessment decision. The court held that such a document fails to meet the statutory requirements of Article 346, paragraph 5 of the 1992 Income Tax Law, which mandates a formal, signed decision to be communicated to the taxpayer.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 346, paragraph 5 of the 1992 Income Tax Law; An unsigned administrative note providing reasons for ignoring a taxpayer's objections does not constitute a valid tax assessment decision under this provision.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
Nr. F.15.0030.F
BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,
tegen
CABINET INFIRMIER MASSART, eenhoofdige besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
Mr. Thierry Radelet, advocaat bij de balie te Waals Brabant.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Bergen van 30 januari 2013 en 9 oktober 2013.
Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Artikel 346, vijfde lid, WIB92 bepaalt dat de administratie de belastingplichtige ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag bij ter post aangetekende brief in kennis stelt van de opmerkingen die hij heeft gemaakt tot staving van zijn on-enigheid met het bericht van wijziging van zijn belastingaangifte, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslis-sing rechtvaardigen.
Uit die bepaling volgt, enerzijds, dat de kennisgeving aan de belastingplichtige betrekking heeft op de beslissing van de taxatieambtenaar om helemaal niet of slechts gedeeltelijk rekening te houden met de onenigheid van de belastingplichti-ge en de voorgenomen wijziging bijgevolg geheel of gedeeltelijk door te voeren en, anderzijds, dat die beslissing tot taxatie met redenen moet worden omkleed.
Een niet-ondertekend stuk van een administratiedienst dat, bij wijze van inlich-ting, redenen opgeeft in antwoord op de onenigheid van de belastingplichtige, is geen beslissing tot taxatie in de zin van voornoemd artikel 346, vijfde lid.
Het middel, dat op de tegengestelde opvatting berust, faalt naar recht.
(...)
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Laat de verweerster in de kosten van de betekening van haar memorie van ant-woord.
Veroordeelt de eiser tot de overige kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door sec-tievoorzitter Albert Fettweis, als voorzitter, sectievoorzitter Martine Regout, de raadsheren Michel Lemal, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 5 januari 2017 uitgesproken door sectievoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal André Henkes, met bij-stand van griffier Patricia De Wadripont.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.
De griffier, De raadsheer,
PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170105.2