Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170104.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170104.3 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal against conviction for sexual harassment of students by teacher.

Numéro de cause ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170104.3
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Cassation rejected the prosecution's appeal against a lower court's decision to acquit a teacher of sexual harassment charges. The prosecution argued that the teacher's actions, including suggestive comments and physical touching, constituted an infringement of the students' sexual integrity. The court held that the lower court correctly found these behaviors, while inappropriate and provocative, did not objectively meet the legal threshold for a criminal offense.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 128 to 130, 229 and 231 of the Code of Criminal Procedure; Article 372 of the Penal Code: The court's assessment of facts regarding sexual harassment is final; conduct may be inappropriate without constituting a criminal offense.

Mots-clés

Généré par l'IA
sexual harassment teacher liability student protection criminal threshold sexual integrity prosecution appeal acquittal

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Articles 128 to 130, 229 and 231 of the Code of Criminal Procedure
Article 372 of the Penal Code

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

Nr. P.16.0871.F

FRANSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door haar Regering, in de per-soon van haar vice-voorzitster en minister van Leerplichtonderwijs,

Mr. Mathieu Velghe, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

P. D.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 27 juni 2016.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel, dat schending aanvoert van de artikelen 128 tot 130, 229 en 231 Wet-boek van Strafvordering en artikel 372 Strafwetboek, verwijt de kamer van inbe-schuldigingstelling te hebben beslist dat er tegen de verweerder onvoldoende aanwijzingen van schuld bestonden wegens de telastleggingen waarover de eiseres zich beklaagt, namelijk aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of be-dreiging.

Dit wanbedrijf veronderstelt een aanranding onder dwang van de seksuele integri-teit van het slachtoffer, zoals die op het ogenblik van de feiten door het collectief bewustzijn wordt ervaren.

De rechter stelt op onaantastbare wijze de feiten vast waaruit hij afleidt dat er geen bezwaren voor het bestaan van een misdrijf voorhanden zijn en het Hof gaat alleen na of hij uit die vaststellingen die beslissing naar recht heeft kunnen aflei-den.

Het arrest wijst in de eerste plaats op gedragingen van de verweerder zoals die door sommige leerlingen en, onrechtstreeks, door leden van het onderwijzend per-soneel werden gemeld: "knipogen naar de leerlingen tijdens de lessen, zijn tong naar hen uitsteken, hun haren, nek of armen strelen", "hun gsm inkijken en com-mentaar geven op hun foto's, in de zin van: ‘je bent sexy' of ‘heb je nog pikantere foto's?'", "commentaar op het uiterlijk van een leerlinge: "heb je gezien wat een lekkere k[...] ?". Het arrest stelt voorts dat die gedragingen als misplaatst, dub-belzinnig, provocerend en zelfs grof moeten worden beschouwd, zonder dat zij daarom strafbare feiten opleveren.

Uit de door de appelrechters vastgestelde feitelijke gegevens heeft het arrest naar recht kunnen afleiden dat dergelijke gestes die door de leerlingen als verwarrend werden ervaren, vanuit een objectief oogpunt geen handelingen zijn die de eer-baarheid krenken of die immoreel dan wel obsceen zijn.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Benoît Dejemeppe, waarnemend voorzitter, de raadsheren Françoise Roggen, Eric de Formanoir, Tamara Konsek en Frédéric Lugentz, en in openbare terechtzitting van 4 januari 2017 uitgesproken door waarnemend voorzitter Benoît Dejemeppe, in aanwezigheid van advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170104.3