Belgian court dismisses cassation appeal regarding revocation of probationary release for a mentally interned person.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation rejected the appellant's cassation appeal against a decision to revoke his probationary release and reassign him to a secure facility. The appellant argued that the revocation violated Article 5.1.e of the ECHR by denying therapeutic care due to the unavailability of psychiatric centers, while the lower court found the placement in a psychiatric center impossible and the reassignment necessary for public safety. The court held that the decision was not admissible for cassation as it did not concern the specific grounds listed in Article 78 of the Internment Act, and the factual assessment regarding the impossibility of placement was within the lower court's authority.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 78 Interneringswet; Art. 5.1.e EVRM: The Court of Cassation lacks jurisdiction to review decisions on the revocation of probationary release or reassignment of interned persons to specific institutions, as such decisions fall outside the scope of cassable matters defined by statute.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Nr. P.16.1246.N
M M,
geïnterneerde,
eiser,
met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 29 no-vember 2016.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
1. Krachtens artikel 78 Interneringswet staat voor het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon cassatieberoep open tegen de beslissin-gen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij:
- met betrekking tot de toekenning, de afwijzing of de herroeping van de beperk-te detentie, het elektronisch toezicht, de vrijstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of met het oog op de overlevering en tot de herziening van de aan genoemde modali-teiten gekoppelde bijzondere voorwaarden;
- met betrekking tot de definitieve invrijheidstelling;
- tot internering van een veroordeelde overeenkomstig artikel 77/5 Internerings-wet.
2. Uit die bepaling volgt dat de beslissingen tot afwijzing van een verzoek tot plaatsing of overplaatsing in een bepaalde instelling niet vatbaar zijn voor cassa-tieberoep.
In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvanke-lijk.
Eerste middel
3. Het middel voert schending aan van artikel 5.1.e EVRM: het vonnis beslist tot herroeping van eisers invrijheidstelling op proef; hij wordt dus ingevolge de almacht van de psychiatrische instellingen naar de gevangenis teruggestuurd; daar is hij verstoken van therapeutische telastneming, zoals blijkt uit de pilootarresten van het Europees Hof voor de rechten van de Mens dat een structureel disfunctio-neren van het Belgisch interneringssysteem heeft vastgesteld; het dossier op basis waarvan de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft beslist, is een-zijdig opgesteld door de diensten van de fod Justitie en laat deze kamer niet toe de opsluitingsomstandigheden te onderzoeken; de eiser verbleef in een medium security-instelling en moest terug naar de gevangenis omdat die instelling niet uitgerust was om met incidenten om te gaan en de kamer voor bescherming van de maatschappij gedwongen is de willekeur van de instellingen te aanvaarden; er is geen reden om de eiser die al acht en een half jaar geïnterneerd is, de therapie te ontzeggen die hij kreeg in de instelling waar hij was geplaatst; de redelijke termijn om een gepast hospitaal, kliniek of instelling te vinden is geen hernieuwbare ter-mijn die ingaat bij het stopzetten van de therapie, maar wel een termijn waarbin-nen de Belgische Staat een oplossing moet vinden voor de interneringsproblema-tiek.
4. Artikel 5.1.e EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rech-ten van de Mens, verzet zich niet ertegen dat de gepaste therapeutische telastne-ming van een geïnterneerde persoon kortstondig wordt onderbroken om gelet op gewijzigde omstandigheden een nieuwe gepaste behandeling te vinden. Dergelijke onderbreking neemt een aanvang wanneer de geïnterneerde persoon niet meer ge-niet van een gepaste behandeling en neemt een einde wanneer de therapeutische telastneming herneemt. Of deze duur redelijk is, wordt onaantastbaar in concreto beoordeeld.
In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
5. Het vonnis oordeelt dat:
- de eiser ingevolge een vorige detentie van 27 december 2012 tot 30 september 2016 in de gevangenis verbleef;
- hij vanaf 23 september 2016 in het psychiatrisch centrum Sint-Jan Baptist te Zelzate mocht verblijven;
- het zich, gelet op het verblijf in die instelling, niet meer kan uitspreken over de voorgaande detentieperiode;
- aan het verblijf in het psychiatrisch centrum op 3 november 2016 een einde kwam toen eisers voorlopige aanhouding en de schorsing van de invrijheidstel-ling op proef werd bevolen;
- het vonnis een einde stelt aan dit kort verblijf in de gevangenis;
- er, gelet op de korte duur waarover het moet oordelen, geen redenen bestaan om na te gaan of er een gebrek aan therapeutisch telastneming kan worden vastgesteld.
Het beslist:
- eisers invrijheidstelling op proef te herroepen wegens het ernstige gevaar voor de fysieke en psychische integriteit van derden en
- hem onmiddellijk te plaatsen in een inrichting tot bescherming van de maat-schappij te Turnhout of Merksplas, met het oog op het uitwerken van een aan-gepaste residentiële psychiatrische behandeling om van daaruit een ambulante reclassering op punt te stellen.
In zoverre het middel ervan uitgaat dat de eiser wordt geplaatst in de gevangenis, berust het op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
6. De kamer tot bescherming van de maatschappij oordeelt dat de plaatsing in het psychiatrisch centrum Sint-Jan Baptist te Zelzate niet mogelijk is en dat we-gens de gevaarlijkheid van de eiser zijn invrijheidstelling op proef moet worden herroepen.
In zoverre het middel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling van de feiten door het vonnis of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
7. Voor het overige is het middel niet gericht tegen het vonnis en is het niet ontvankelijk.
Tweede middel
8. Het middel voert schending aan van artikel 60, § 1, Interneringswet: het vonnis geeft geen gevolg aan eisers verzoek om geplaatst te worden in het psychi-atrisch centrum Sint-Jan Baptist te Zelzate; het vonnis oordeelt ten onrechte dat dit niet kan, verplicht de eiser te bewijzen dat die instelling met de overheid een plaatsingsovereenkomst sloot en gaat ervan uit dat de geïnterneerde moet instem-men met de plaats waar de internering wordt uitgevoerd.
9. Het middel dat betrekking heeft op een beslissing waartegen eisers cassatie-beroep niet ontvankelijk is en dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord.
Ambtshalve onderzoek van de beslissing
10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 3 januari 2017 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.
F. Adriaensen S. Berneman P. Hoet
A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei
PDF document ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170103.2