Belgian VAT court held national law must be interpreted consistently with the Sixth Directive but not against legal certainty.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Court of Cassation allowed the appeal regarding the interpretation of national VAT law concerning a government body's acquisition of business assets. The government argued that the Sixth VAT Directive should permit partial input tax deduction for assets acquired before the taxpayer status was formally established. The court ruled that while national law must be interpreted in light of the Directive, it cannot be stretched to contradict the principle of legal certainty or retroactive effect prohibitions.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWetboek van de belasting over de toegevoegde waarde; Zesde richtlijn: The national court must interpret domestic law consistently with EU directives but is not bound to do so if such interpretation violates the principle of legal certainty or retroactive effect.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Fiche 1 Wanneer een belastingplichtige een bedrijfsmiddel gebruikt dat hij heeft verkregen en gebruikt op een tijdstip waarop hij nog niet de hoedanigheid van belastingplichtige had, kan hij een gedeelte van de btw geheven van de verkrijging van het goed in aftrek brengen indien hij de hoedanigheid van belastingplichtige verkreeg vóór 1 juli 2005 (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Recht op aftrek - Historische BTW - Verkrijging van een bedrijfsmiddel Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 45, § 1, 1°, en 49, 3° - 32 Link Justel databank 19690703-32 Koninklijk Besluit met nummer - 3 - 10-12-1969 - Artt. 20, derde lid, en 21, eerste en tweede lid, 3° - 31 Link Justel databank 19691210-31
Fiche 2 België heeft de Zesde richtlijn, met de btw-beslissingen E.T. nrs. 18.235 van 10 november 1976 en 110.412 van 20 december 2005 niet correct omgezet in de mate dat aan een belastingplichtig overheidslichaam de mogelijkheid wordt geboden om een gedeelte in aftrek te brengen van de belasting geheven van de verkrijging van een bedrijfsmiddel op een ogenblik dat het nog niet de hoedanigheid van belastingplichtige had (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Zesde BTW-Richtlijn - Niet correcte omzetting - Belastingplichtig overheidslichaam
- Mogelijkheid tot aftrek - Verkrijging van een bedrijfsmiddel Wettelijke bepalingen: Richtlijn EG/EU - 17-05-1977 - Artt. 4 en 20, tweede lid - 34 Link Justel databank 19770517-34 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 45, § 1, 1°, en 49, 3° - 32 Link Justel databank 19690703-32 Koninklijk Besluit met nummer - 3 - 10-12-1969 - Artt. 20, derde lid, en 21, eerste en tweede lid, 3° - 31 Link Justel databank 19691210-31
Fiche 3 De nationale rechter moet het nationale recht richtlijnconform uitleggen, dit wil zeggen in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn teneinde het hiermee beoogde resultaat te bereiken, maar is niet verplicht om aan de bepalingen van nationaal recht een uitleg te geven die niet strookt met de bewoordingen ervan; de plicht om te refereren aan de inhoud van een richtlijn wordt begrensd door de algemene rechtsbeginselen, zoals het rechtzekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht. De nationale rechter is dus niet gehouden tot richtlijnconforme interpretatie van het nationale recht indien de bewoordingen van het nationale recht zich daartegen verzetten of wanneer die interpretatie strijdt met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van terugwerkende kracht (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Richtlijnconforme uitlegging - Grenzen - Rechtzekerheidsbeginsel - Verbod van terugwerkende kracht
Fiche 4 De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of bij een belastingplichtige een redelijk vertrouwen is gewekt, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak; het Hof gaat niettemin na of de rechter het begrip redelijk vertrouwen niet heeft miskend door uit de vastgestelde feiten gevolgen af te leiden die hiermee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Vertrouwensbeginsel - Onaantastbare beoordeling - Toetsing door het Hof
Fiche 5 Het vertrouwensbeginsel maakt deel uit van het primair Unierecht en moet worden geëerbiedigd door het afgeleide gemeenschapsrecht, waaronder de richtlijnen. Het moet dus niet per definitie wijken voor het legaliteitsbeginsel (1). (1) Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Primair Unierecht - Vertrouwensbeginsel - Afgeleid gemeenschapsrecht - Richtlijnen - Legaliteitsbeginsel - Hiërarchie
Fiches 6 - 10 Conclusie van waarnemend procureur-generaal Thijs. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Recht op aftrek - Historische BTW - Verkrijging van een bedrijfsmiddel Zesde BTW-Richtlijn - Niet correcte omzetting - Belastingplichtig overheidslichaam
- Mogelijkheid tot aftrek - Verkrijging van een bedrijfsmiddel Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Richtlijnconforme uitlegging - Grenzen - Rechtzekerheidsbeginsel - Verbod van terugwerkende kracht Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Vertrouwensbeginsel - Onaantastbare beoordeling - Toetsing door het Hof Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Primair Unierecht - Vertrouwensbeginsel - Afgeleid gemeenschapsrecht - Richtlijnen - Legaliteitsbeginsel - Hiërarchie