Cassation court quashes appeal judgment for failing to rule on merits after defendant's appeal against default judgment was filed.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe cassation court quashed the Court of Appeal's judgment because it failed to rule on the merits of the case. The defendant had filed an appeal against a default judgment, which legally revived the case for the appellate court to decide. The court held that the lower court's mere confirmation of the default judgment's invalidity without addressing the substantive issues violated the relevant procedural articles.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 150, 188, 202, and 203 of the Code of Criminal Procedure; When a defendant appeals against a default judgment, the appellate court must rule on the merits of the case itself, and a judgment that only confirms the invalidity of the default without addressing the substantive issues violates these provisions.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
Nr. P.13.1155.F
K. S.,
Mrs. Cavit Yurt en Florence Wautelet, advocaten bij de balie te Brussel.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 7 maart 2013.
De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Het middel voert de schending aan van de artikelen 150, 188, 202 en 203 Wet-boek van Strafvordering.
Het hoger beroep van een beklaagde tegen een vonnis dat zijn verzet tegen een verstekvonnis ongedaan heeft verklaard, maakt de grond van de zaak aanhangig bij de rechter in hoger beroep. Daaruit volgt dat de appelrechter over de zaak zelf uitspraak dient te doen.
Het bestreden vonnis beperkt zich ertoe te oordelen dat de eerste rechter terecht het verzet tegen het verstekvonnis ongedaan heeft verklaard en die beslissing heeft bevestigd, en preciseert dat die beslissing een definitief karakter verleende aan het verstekvonnis waartegen verzet is gedaan.
De appelrechters, die aldus geen uitspraak doen over de zaak zelf, schenden de in het middel bedoelde wetsbepalingen.
Het middel is gegrond.
Het tweede middel, dat niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 22 januari 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De raadsheer,
PDF document ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140122.2