Criminal appeal dismissed because the accused died before the final decision, causing the prosecution to expire.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation dismissed the criminal appeal because the accused died before the contested decision on the prosecution became final. The procedural outcome was that the prosecution expired due to the death, rendering the appeal inadmissible on that ground. Consequently, the appeal was rejected in part, and the lower court's decision regarding the prosecution remains without effect.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 100 § 1 of the Code of Criminal Procedure; Art. 100 § 2 of the Code of Criminal Procedure: The expiration of a prosecution due to the death of the accused renders a subsequent criminal appeal inadmissible.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
Nr. P.07.0381.N
W H A T,
beklaagde,
eiser,
met als raadsman mr. Jeroen Orij, advocaat bij de balie te Tongeren,
tegen
1. N J, in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar dochter D L,
burgerlijke partij,
2. R L,
burgerlijke partij,
3. L C, beiden in eigen naam en als vertegenwoordigers van hun dochter M L,
burgerlijke partij,
verweerders.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 15 februari 2007.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht.
Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. Blijkens een uittreksel van de overlijdensakte, afgeleverd door de ambtenaar van de burgerlijke stand te Borgloon, is de eiser op 29 juni 2007 overleden.
Het overlijden van de beklaagde vooraleer de bestreden beslissing op de strafvordering in kracht van gewijsde is gegaan, heeft het verval van de strafvordering tot gevolg.
Die beslissing blijft mitsdien zonder uitwerking.
Het cassatieberoep heeft in zoverre geen bestaansreden meer.
Vierde onderdeel van het eerste middel
2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters verweer heeft gevoerd met betrekking tot de door de verweerders gevorderde schadevergoeding.
De eiser kan dit verweer niet voor het eerst voor het Hof aanvoeren.
Het onderdeel is niet ontvankelijk.
Overige grieven
De grieven hebben betrekking op de beslissing op de strafvordering.
De grieven behoeven derhalve geen antwoord.
Dictum
Het Hof,
Zegt voor recht dat het bestreden arrest zonder uitwerking blijft wat de beslissing op de strafvordering betreft.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van van het bestreden arrest.
Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat.
Begroot de kosten op 79,07 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 9 oktober 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071009.2